zenluege

Zen is de grootste leugen ooit

Inhoud

 

      Voorwoord van de vertaler Muho

 

  1.  Zichzelf vinden en het eigen leven vorm geven
  2.  Sawaki hoeft alleen maar Sawaki te zijn
  3.  Een madeliefje is een madeliefje is een madeliefje
  4.  Hoe meer je van jezelf geeft hoe meer vrede je zult vinden
  5.  Wijsheid is als een rups
  6.  Het ware zelf ontmoeten
  7.  Zazen is de oude patriarch die tegelijkertijd jouw geheel nieuwe “ik” is
  8.  Ik word met mijn universum geboren en ik zal met mijn universum sterven
  9.  Meneer Sawaki doet graag wat hem zint maar ik vraag meneer Sawaki niet altijd naar zijn mening
  10.  Genieten van het geluk en de vrijheid van een nar
  11.  Je wilt niet richting hel? Geen angst, de hel is leuk!
  12.  Diep verzonken in illusie, gewoon rechtdoor gaan
  13.  Ik? Ik ben slechts een schimmel in een vochtige hoek
  14.  De Boeddhadharma is eeuwig en onbegrensd – hoe zou deze ooit passen in jouw kleine wereld van geluk en tevredenheid?
  15.  Zen is niet spiritueel, zen wordt met het lichaam beoefend
  16.  Je bent op zoek naar geestelijke rust? Maak je eerst eens echt zorgen!
  17.  Hooggeëerd publiek! Zie hier, een echte monnik!
  18.  De houding van het lichaam drukt zich in het hele leven uit
  19.  De kracht om te leven haal je uit je geloof
  20.  Satori? Dat is niets anders dan verliezen
  21.  Je wilt tachtig worden? Leef liever het eeuwige leven!
  22.  Jouw leven? Als het voorbij is, is het voorbij!
  23.  Waarom ben je eigenlijk op de wereld gekomen?
  24.  Je wilt satori? Om het als een ring door je neus te halen!?
  25.  Blijf arm, anders verdwaal je
  26.  Religieuze oefening is het loslaten van vastgeroeste opvattingen en voorstellingen
  27.  Een verdwaalde is tegelijkertijd een boeddha – doorleef de diepte en dynamiek van deze relatie
  28.  Wie zou jou gemist hebben als je vorig jaar was gestorven?
  29.  Je leeft al in Nirvana – en je maakt je nog steeds druk om je loonstrookje?
  30.  Je wilt zo dicht bij jouw verlichte meester zijn als een luis in de onderbroek?
  31.  Het universum als geheel is niets anders dan ontwaakte geest
  32.  Mijn zazen omvat zowel Truman als Mao Zedong
  33.  Zazen is allesomvattend omdat het universum allesomvattend is
  34.  Er is geen probleem dat vanzelf oplost zodra je van jezelf afziet
  35.  Jouw val begint zodra je je losmaakt van het universum als geheel
  36.  Jouw illusies zijn niets anders dan het licht van de wijsheid
  37.  Verdwijn je in zazen? Of benut je zazen voor jezelf?
  38.  Zitten is het bevestigen van het allernieuwste zelf
  39.  Zazen wil zeggen, boeddha spelen
  40.  Je wilt een gezond en een lang leven? Je bent niet goed bij je hoofd!
  41.  Alle boeddha’s zijn diep verstrikt in illusie - lijdende wezens bevinden zich op de top van verlichte wijsheid
  42.  Niets overtreft datgene wat nergens goed voor is
  43.  De boeddhaweg reikt van top tot teen
  44.  Je moet het boeddhisme niet zo letterlijk nemen
  45.  Je ontdekt de huidige dag daar waar nog geen gedachte is
  46.  Je hebt voor je geboorte niets hoeven te betalen – en nu wil je zelfs nog geld    terug?
  47.  Van pijl en boog tot atoombom: het is maar wat je “vooruitgang” noemt
  48.  De duivel heeft bezit van je genomen? Neem hem zijn buit weer af!
  49.  Aan jou die besloten heeft monnik te worden (van Uchiyama Kosho)

 

Nawoord van Kushiya Shosuku – Sawaki Kodo Roshi: Zijn leven en geest

 

 

Uittreksels uit ‘Zen ist die größte Lüge aller Zeiten’ (Zen is de grootste leugen ooit) van Sawaki Kôdô Rôshi

 

Voorwoord van de vertaler

 

  Wat is zen?

  Ik weet het niet.

  En hoe langer ik bezig ben met de spreuken van Sawaki Kodo Roshi, hoe meer ik de indruk krijg dat zelfs Sawaki het ons niet wil en kan vertellen. Echter wat Sawaki onderscheid van andere Roshi’s is dat hij er geen geheim van maakt. Hij wil ons niet tonen hoe het moet – zoals zo velen voor hem dat geprobeerd hebben. Hij vertelt ons geen verhalen over een spirituele wereld die op een zo hoog niveau ligt dat deze alleen voor hem toegankelijk is. Het gaat hem ook niet om een boeddhistische theorie, legenden van verlichte meesters of zijn eigen satori-ervaringen. Alles wat hij doet, is ons ertoe zetten bewust te worden van onszelf: “Hey, wat zit je om je heen te koekeloeren? Zie je dan niet, hier draait het om jou!?”

  Vaak wordt gezegd dat iedere, afzonderlijke spreuk van Sawaki een schot midden in de roos is. Alles wat hij zegt heeft betrekking op onszelf. Zelf heb ik dat lang gedacht maar nu na vijftien jaar lang bezig te zijn geweest met deze spreuken, begin ik te twijfelen: Zijn deze spreuken werkelijk een schot midden in de roos? En wat wil dat eigenlijk zeggen, een schot midden in de roos?

  De eerste keer dat ik in aanraking kwam met de spreuken van Sawaki Kodo Rôshi, die hier beschikbaar zijn in de manuscripten An Dich en An dich2, was eind jaren tachtig in Duitsland. Toen werden de eerste hoofdstukken in de “Zen Informationen” van de Zen-Vereinigung Deutschland gepubliceerd – een vertaling die helaas nooit voltooid werd. Later trof ik in de bibliotheek van Antaiji het Japanse origineel aan maar had niet altijd tijd het grondig te bestuderen temeer daar Sawaki in zijn spreuken zeer direct en onbehouwen is – niet bepaald het “Hoog-Japans” dat ik op de universiteit geleerd had. Toen ik na acht jaar als monnik in Antaiji de toestemming kreeg van mijn meester om te mogen gaan, besloot ik enige tijd tussen de daklozen in het kasteelpark van Osaka te gaan wonen waar ik buiten twee uur zazen in de ochtend de hele dag voor me zelf had. De mooie herfstige namiddagen staan me nog goed voor de geest, waar ik op de muren van het kasteel bezig was met de vertaling van An dich. Als de schemer kwam ging ik naar de lobby van het nabij gelegen Hotel New Otani om het in het net te schrijven. En de dag erna typte ik dan het hoofdstuk over op een computer in de kelder van het Panasonic-gebouw waar toen het internet nog gratis beschikbaar was. De notities gooide ik – zodra de tekst online op de Antaiji homepage stond - dan weg, mijn vertrouwen in dit voor mij geheel nieuwe medium was nog onbegrenst.

  Guido Keller van uitgeverij Angkor toonde interesse in de publicatie van het boek, het zou het jaar erop verschijnen. Hoe groot was mijn verbazing toen mijn homepage na Nieuwjaar uit niet te begrijpen redenen plotseling niet meer bestond. Omdat ik alles zonder backup op de pc in het internet-cafe geschreven had, was mijn net voltooide vertaling samen met de homepage in de cyberspace verdwenen. En waarschijnlijk had ik er niet meer de energie voor gehad alles nog eens opnieuw te vertalen toen ineens alles als Cache bij Google weer opdook. Maar op dat moment was net mijn meester in Antaiji dodelijk verongelukt met de bulldozer tijdens het sneeuwruimen en moest ik mijn tent in het park opbreken om de verantwoording van het klooster over te nemen waar ik zelf als monnik geordineerd was en dat in de traditie leeft van Sawaki’s leer en leven. Om de functie als abt over te nemen was geen gemakkelijke beslissing voor me, om te beginnen hield het in, dat er weinig tijd over bleef voor vertalen.

  De An dich-hoofdstukken waren daarna weer snel online te lezen en het boek kwam in de zomer van 2002 uit bij uitgeverij Angkor. Afgezien van het tijdgebrek had ik sowieso m’n neus vol van het vertalen: Om Sawaki te lezen is daar aan toe – zijn spreuken vanuit het vaak met dialect gemengde Japanse taalgebruik zo goed als mogelijk in het Duits te vertalen, zonder daarbij de kracht van de spreuken te verliezen is heel wat anders. Het is een opgave die bijna niet te doen is. Vaak vergt het meer energie de woorden van een ander te vertalen dan de eigen gedachten te formuleren (wat moeilijk genoeg kan zijn).   

  Maar toen in de zomer van 2003 het tweede deel van An dich ( in Japans Ikiru chikara toshite no Zen, letterlijk: “Zen als levenskracht”) uitkwam, voelde ik me direct weer aangetrokken tot het vertaalwerk. Stuk voor stuk, vooral in de winter als de sneeuw geen andere bezigheden toeliet, ging ik aan het werk. Maar ik constateerde dat ik naast de voortdurende aantrekkingskracht die Sawaki’s spreuken op me hadden ook een innerlijke weerstand ontwikkelde die steeds sterker werd met dat ik me meer wijdde aan de vertalingen. Dat was de bovengenoemde twijfel: Zijn deze spreuken werkelijk een schot in de roos? Wat betekent dat uberhaupt, een schot in de roos?

  De opmerkzame lezer zal het opgevallen zijn dat deze “spreuken” louter tegenspraken zijn. Tegelijkertijd schrijft de Japanse samensteller Kushiya Shusoku Roshi dan ook in zijn nawoord – wat ik als de beste beschouwing ooit over Sawaki Roshi en zijn werk zie -: “Vaak komt het over alsof Sawaki steeds hetzelfde herhaalt – je bent als het ware al uitgelezen.” En Kushiya waarschuwt ons: “iedere, afzonderlijke spreuk van Sawaki zo te lezen alsof we daarin ons eigen zelf voor de eerste keer tegenkomen… Als we op deze manier de akker van ons eigen leven ploegen komen we ook eindelijk op het punt waar we de woorden van onze eigen waarheid in ons vinden en uit moeten dragen.”

  Daarom komt het bij mij over dat Sawaki’s woorden vaak de roos net niet treffen – maar hij raakt verschillende punten op de schietschijf en soms lijkt het zelfs alsof hij het doel voorbijschiet. Maar als we het geheel betrachten zullen we niet alleen Sawaki’s doelrichting herkennen maar intuïtief zullen we ook weten waar de roos ligt waar de spreuken omheen dansen zonder deze daadwerkelijk te treffen – want dat kunnen geen enkele woorden, dat kunnen we alleen maar zelf. Ons dagelijkse leven te leven is de roos waar het hier om draait en niemand, nog niet eens Sawaki Roshi kan ons dat afnemen. Misschien is dat een betekenis van de zen-waarheid: “Een goede schutter mist het doel.”

 

Muho,

In Antaiji, winter 2004

 

 

 

         


1. Zichzelf vinden en het eigen leven vorm geven


 

De een is beter dan de ander – kan men dat werkelijk zeggen? Ieder van ons steekt als een rotswand mijlenhoog boven de hemel uit. Daar is geen vergelijking mogelijk: Jij bent jij, ik ben ik.

 

Ze lachen je allemaal uit omdat je een nietsnut bent? Je hoeft alleen maar jezelf te vinden. Vind je eigen, persoonlijke kracht. Grond je geheel op jezelf, rust stabiel in jezelf.

 

Make-up – ontken je daarmee je eigen gezicht door het in het gezicht van een ander mens te veranderen? Zo kom je als een spook over. De kunst van make-up ligt daarin eerst eens het eigen onopgemaakte gezicht te begrijpen en te accepteren om vervolgens de bijzonderheden door de make-up heen naar voren te laten komen. De wetenschapper leeft als wetenschapper, de ongeletterde als ongeletterde. Van belang is alleen het beste uit dit leven te maken. Je mag je tijd niet langer verkwisten.

 

Als we tot ons zelf ontwaken dan zal het ons eindelijk lukken het beste uit ons leven te halen. Maar daarin mag geen stilstand komen. We moeten iedere dag opnieuw ermee beginnen.

 

Je bent voortdurend in verandering maar in ieder afzonderlijk ogenblik ben je volkomen je ware zelf. Dat is niet hetzelfde als het schilderij aan de muur. Het is meer zoals de maan in het water. Hij is voortdurend in beweging maar alleen echt in dit, ene ogenblik. Daarom verlies je hem gemakkelijk uit het oog. Maar dit, ene moment is eenmalig, net zo min herhaalbaar als het hele leven. Als je het uit het oog verliest, verlies je daarmee je leven – en wat komt er dan van wat die Sawaki hier gezegd heeft? Je doet het allemaal teniet!

 

Je beoefent zazen al sinds vijf of tien jaar? Dat wil toch niks zeggen! Je moet elke dag weer opnieuw naar jouw weg zoeken.

 

Als je de Boeddhaweg tot je eigen vraag maakt zul je zien dat deze vraag elke dag verandert. Hoe moet ik de eeuwige weg op dit moment, nu hier bewandelen? Elk moment moeten we opnieuw ontwaken, elk ogenblik moeten we opnieuw beoefenen.

 

Wie weet er nu of hij morgen nog leeft? Wie weet nog iets van gisteren? Echt van belang is wat ik op dit moment doe. Mijn voeten moeten hier zo stevig op de grond staan, dat mijn hele lichaam in de grond verankerd is.

 

De Boeddhaweg bewandelen wil zeggen ophouden de anderen alles na te doen. De Boeddhaweg kun je niemand nadoen, deze moet je zelf begaan op geheel je eigen wijze. Ook geestesrust kun je niemand nadoen – hoe zou je de satori van anderen kunnen imiteren? Het gaat om jou, op deze plek, op dit moment: Wat heb je eraan je op de satori van je meester te beroepen? Het is JOUW leven, daar gaat niets op rekening van Boeddha. De Boeddhaweg beoefenen wil zeggen het eigen leven vorm te geven, het wil zeggen je eigen weg te vinden om dit leven te leven.

 

Wat vandaag de dag religie genoemd wordt zijn slechts mooie woorden die nergens toe deugen – lege woorden die van buiten geleerd afgerafeld worden zonder dat ze ook maar iets met ons leven te maken hebben.

 

De Leer horen wil zeggen een lege pomp in het begin met wat water te vullen. Een doorsneeburger (1) is als een lege pomp: Gevuld met lucht is deze niet geschikt om water uit de bron te pompen. Wordt daarentegen van bovenaf water in de pomp gegoten dan begint de pomp water uit de diepte omhoog te pompen. Op deze manier komt het water dat in het begin erin gegoten is weer eruit. En het water wat daarna uit de pomp komt, is niet afkomstig van de meester of van Boeddha maar het komt uit de diepte van de eigen bron.

 

De Boeddhaweg bewandelen wil zeggen jouw geheel eigen aard te ontvouwen.

 

Het zou eigenaardig zijn als Sawaki zich het masker van Shakyamuni Boeddha op zou zetten. Sawaki staat geheel voor zichzelf in. Hij laat zich zelfs niet door Shakyamuni of Maitreya vervangen. Want wat deze Sawaki kan, kunnen noch Avalokiteshvara of Shakyamuni in zijn plaats. Als jij inziet dat ook jij over iets beschikt dat een ander niet voor je kan vervangen, zul je voortaan je leven leven zonder de anderen tot last te zijn. Je had het al sinds eeuwige tijden. Het is dat wat het allerbelangrijkste aan jou is.

 

De waarde van de mens is niet gerelateerd aan zijn loonstrookje. Maar wat is de werkelijke waarde van de mens? Als je ernaar zoekt zul je eerst eens jezelf moeten vinden. Wie ernaar op zoek gaat heeft daarmee al het groots mogelijke geluk voor een mens gevonden. Vertrouwd raken met jezelf – wat kan er grootser zijn dan dat?

 

Als leerlingen van Bodhidharma leren we niet van een ander. We oefenen niet zoals kinderen die pianoles nemen. Ons uitgangspunt is deze romp met hoofd, armen en benen. We moeten ons constant blijven afvragen of onze oefening niet op een of andere manier verheven is of van buiten geleerd. Ons geluk moet daaruit bestaan een ferme grip op ons zelf te vinden – dat wil zeggen, boeddha zijn.

 

Wat is het doel van onze oefening? Ons op de basis van de Leer van boeddha’s en patriarchen dagelijks opnieuw te vinden, in dit leven waarin iedere, afzonderlijke dag de allereerste is. In dit grenzeloze leven gaat het erom hoe we onszelf vinden – volkomen nieuw zonder iemand ook maar iets na te doen of ons te beroepen op datgene wat we van buiten geleerd hebben. Creëer jezelf, vind je eigen leven opnieuw uit!

 

1. “Doorsneeburger” (Jap. Bonpu) is een centraal begrip bij Sawaki, wat ook vertaald kan worden als “de gewone mens” of als “de mens verstrikt in illusie”. Als Sawaki over de “mensen” spreekt, dan is dit meestal niet bedoeld in humanistische zin als de “meetlat van alle dingen”, maar meer als een wezen die “met een slimme blik in de ogen radeloos in het duister tast”. Ieder van ons is een doorsneeburger, maar we mogen het doorsneeburgerschap niet als excuus gebruiken.

 


2. Sawaki hoeft alleen maar Sawaki te zijn


 

Als ik geld zou hebben zou mijn leven saai zijn. Alleen maar omdat ik arm ben heeft datgene wat ik jullie te zeggen heb, zijn waarde. Het hoort gewoon bij mij. Ik knijp mezelf niet de adem af. Ik ontwaak tot mezelf.

 

Ik ben als weeskind opgegroeid, zonder geld en met weinig verstand – alle voorwaarden bij elkaar om ongelukkig te zijn in deze wereld. Geen mens zou ongelukkiger moeten zijn dan ik maar ik heb het gevoel alsof ik het gelukkigste leven op aarde leef. Ik kan niet dankbaarder zijn voor dit leven.

 

Toen ik nog een kleine knecht in Eiheji was, zat ik eens alleen in zazen in een halfdonkere hal. De oude kokkin – die me vaak tijdens het werk dwarslag – zag me toevallig en gooide zich vol overgave neer en maakte een diepe buiging voor me als ware ik Boeddha zelf. Deze ervaring heeft mijn verdere leven bepaald. Ineens wist ik, dat ik de rest van mijn leven zazen moest beoefenen: “Zelfs zazen brengt deze oude vrouw tot buigen…waarom weet ik niet, maar zazen is voor mij waardevoller dan wat dan ook.” Zo heb ik de rest van mijn leven voor de weg van zazen geleefd. Ik ben dankbaar het monnikengewaad te mogen dragen en in zazen te kunnen zitten.

 

In mijn leven gaat het me niet erom de hoogste waarheid te verkondigen of om over de diepste gedachten te mediteren. Ik volg gewoon rechtuit de leer dan boeddha’s en patriarchen en zit. Toen ik achttien werd werd me duidelijk dat er niets waardevollers kan bestaan als een leven voor zazen.

 

Als je weet waar het in jouw leven om draait dan doe er alles aan om het in de daad om te zetten. Het is niet nodig om anderen uit te nodigen het samen met jou te doen. Geen ander kan het voor jou doen. Je moet je eigen leven vorm geven.

 

Voor mij is er geen weg buiten zazen. Op deze weg is er voor mij geen reden anderen te benijden of op een ander neer te kijken. Want ik wil niet als een ander zijn. Meneer de president? Hij kan me wat! Sawaki hoeft alleen maar Sawaki te zijn, wat anders!?

 

Ik heb verder geen wensen in dit leven. Ik ga voor niemand op de knieën om te bedelen. Ook hou ik aan niets vast wat anderen van mij willen hebben. Als ik te eten heb, dan eet ik. Zo niet, dan niet. Mijn geest is vastbesloten: Zolang mijn leven reikt zal ik leven en als het sterven komt dan zal ik sterven. Op dit moment breidt zich het leven zo duidelijk en helder als de blauwe hemel voor me uit – wat kan er mooier zijn?

 

Ik heb geen thuis. Daarvoor voel ik me overal thuis. Nergens voel ik me als gast. In welke tempel ik ook word uitgenodigd, ik woon er alsof het mijn eigen tempel is. Ik leef vrij zonder veel bombarie. In iedere, afzonderlijke pas die ik maak voel ik me thuis. In iedere, afzonderlijke tred ligt het universum. Geen plek waar ik naar toe ga, geen plek waar ik naar terugkeer. Geen plek waar ik me kan verstoppen en ook niets om voor weg te rennen.

 

Oorspronkelijk ontbreekt het niemand van ons aan ook maar iets. Tosui Osho noemt het: “Jouw geest die volkomen Boeddha is.” Boeddha zijn wil zeggen jezelf te vertrouwen en tevreden zijn. Het wil niet zeggen uit je doorsneeburgerschap omhoog te klimmen om dichter bij Boeddha te komen alsof je je eigen waarde wilt opwaarderen. Zolang we de waarde van een ding achten bewegen we ons in onze doorsneeburger-wereld wat niets te maken heeft met de wereld van Boeddha.

 

Jarenlang dwaalde ik in de maalstroom van het karma totdat mij zazen eindelijk in vlees en bloed overging. Waar heb ik het aan te danken eindelijk in zazen de vrede gevonden te hebben? Welke vreugde kan groter zijn dan gewoon te kunnen zitten in zazen? Voor deze zazen wil ik mijn leven lang eten en – mocht ik ziek zijn – medicijnen tot me nemen, mijn hele levensenergie moet op deze zazen gericht zijn. Ik ben dankbaar dat alle mensen om me heen me tot op vandaag te eten geven en nieuwe kleren en dat ze me het badwater verwarmen om me dit leven voor zazen mogelijk te maken.

 

Ik weet niet waar ik dit leven aan te danken heb maar ergens moet het toch een reden hebben. In ieder geval heb ik mijn hele leven met niets anders dan zazen doorgebracht. Dat is het enige wat ik kan, de kesa dragen en zitten in zazen. Meer kan de monnik Sawaki niet tot stand brengen. Ik doe gewoon wat ik kan. Dat wil zeggen mijn weg tot het eind te gaan.

 

Ik ben dankbaar voor alles in dit leven: Dankbaar daarvoor dat ik in armoede geboren ben, dankbaar dat mijn ouders vroeg gestorven zijn, dat dat ik van thuis weggelopen ben en in Eiheiji alles mogelijke megemaakt heb. Dankbaar daarvoor dat ik nu, als een bloem die de zon tegemoet groeit, mijn hele wezen naar de Weg kan richten.

 


3. Een madeliefje is een madeliefje is een madeliefje


 

Je wilt net zo gelukkig zijn als de rest? Je zegt: “Ik zou zo graag zo willen zijn als jij”? Het geluk van anderen is niet jouw geluk. Je moet je eigen geluk voor jezelf vinden.

 

Rodin zei eens dat de mens de smid van zijn eigen geluk is. Iedereen vindt het eigen geluk op zijn eigen manier. Iedereen verfijnt zijn eigen geluk, iedereen bouwt zijn eigen geluk op. Het is belangrijk dat je jouw eigen geluk niet uit het oog verliest.

 

Om het even wat jouw lot is: Het is JOUW lot. Iedereen van ons, wanneer dan ook, waar dan ook moet zijn eigen lot zelf leven. Niemand kan ons daarbij helpen.

 

“Ik heb geen Boeddhanatuur. Uit mij wordt nooit een boeddha. Boeddha en ik zijn zo verschillend als de zon en de maan …” Zo te denken is een belediging van de drie schatten, Boeddha, Dharma en Sangha. Dat is godslastering tegenover jezelf. “Ik ben alleen maar een arme hond, een mens verloren in de verwarring …” Of ik medelijden met je heb? Voor zo een arme hond, neem je jezelf nu behoorlijk serieus.

 

Iedereen vervult zijn eigen plichten op zijn eigen plek, zonder zichzelf te onteren. De voeten vast op de grond. Dat wil Samadhi zeggen: het zelf dat onovertroffen in de hemel en op de aarde is. Als je de tuin onderhoudt, wordt de tuin onderhouden, als je de wc poetst dan wordt de wc gepoetst – door het zelf dat onovertroffen in de hemel en op de aarde is. Alleen jij kunt dat werk doen. Er is geen wereld buiten die van jou. Jouw zelf is de wereld.

 

Iedereen schijnt te denken dat de mensen zich laten indelen in rangen en standen. Maar dat is niet zo: Ik ben ik. Ieder van ons staat alleen maar voor zichzelf in. Dat wil zeggen een boeddha zijn. Als je de wereld onafhankelijk van intermenselijke betrekkingen ziet, dan is er geen “beter” of “slechter”. Een lelijk eendje is een boeddha als lelijk eendje, een schoonheid is boeddha als een schoonheid. Het ene is goed, het andere is goed.

 

Als allen roddelen dan roddel jij ook, als allen lachen, lach jij mee. Pas als je helemaal tot het eind gaat zul je daarmee ophouden en vast met beide voeten op de grond staande, ontwaken tot de waarheid: Ik ben ik.

 

Wil je direct na de keuring officier worden? Je lijdt aan grootheidswaanzin. Het doel van een marinesoldaat derde klasse moet zijn de beste marinesoldaat derde klasse van heel Japan te worden. Het is goed genoeg als je een perfecte marinesoldaat derde klasse wordt.

 

Boeddha worden wil zeggen zoeken naar volkomenheid in jezelf. Iedereen moet zich aan zichzelf wijden: Meneer de voorzitter moet geheel een voorzitter zijn, de eenvoudige werknemer geheel een eenvoudige werknemer.

 

“Ga je weg alleen zoals de hoorn van een eenhoorn.” Alleen zijn heeft een diepe betekenis. Het wil zeggen dat je je met niemand laat vergelijken.

 

Zoals een krab onder water bellen blaast, zo komt ook de geest van de mens nooit tot rust. Vooral als hij alleen is en niets te doen heeft, begint de geest “bellen te blazen”. Waarom kan een mens niet geheel alleen voor zichzelf zorgen? Omdat hij voortdurend de bevestiging van anderen nodig heeft anders verliest hij zijn zelfvertrouwen en denkt dat hij nergens goed voor is. Daarom is het ook zo moeilijk één met zichzelf te worden. Alleen als je geloof diep en je ogen scherp zijn, zal het je lukken geheel alleen in zazen te zitten. Op deze manier verwerkelijk je de waarheid zoals de eenzame krab die tevreden bellen blaast.

 

Het is gemakkelijk je vader, je vrouw of je kind een draai om de orden te geven. Maar hoe wil je jezelf voor de gek houden? Dieper dan de diepste dalen is het zelf dat zich niet zelf voor de gek laat houden. Heb jezelf goed in de hand in je eigen wereld waarin niemand toekijkt!

 

Zazen is jouw licht. Je werpt licht op jezelf. Je zelf straalt helder en open.

 

Zazen wil zeggen “alleen ik zelf”, “alleen-heid”. Word één met jezelf! Daarom zeg ik dat we met zazen geen doel nastreven. We zitten gewoon. We zitten één met het universum.

 

Het oog is het oog is het oog. Het oor is het oor is het oor. Als je in de wereld zonder fabricaten leeft dan komen al jouw bewegingen, je houding in gaan en staan, zitten en liggen uit de oorspronkelijke samadhi van het niets-doen. De oren horen in de samadhi, de neus ruikt in de samadhi, de tong proeft in de samadhi, het lichaam voelt in de samadhi. Samadhi betekent de oorspronkelijke reinheid en helderheid van de eigen natuur.

 

Het ego loslaten betekent alles zo te accepteren als een rol in het theater. Je ontplooit jezelf in de rol die je toegewezen wordt. Je wordt gewoon één met de rol, zonder voorkeuren of illusies. De abt is één met de abt, de kleine monnik één met de kleine monnik. Dat is vertrouwd raken met jezelf.

 

Als je de dingen doorgrond zul je zien dat er niets is wat je achterna kunt lopen en niets om van weg te lopen. Waar wil je je terugtrekken als je zo in het nauw gedreven wordt: ”Wie ben je werkelijk?” Ik, hier, nu. Volkomen in dit moment moet ieder van ons direct, op deze plek waar hij staat het hele universum omhelzen.

 

Oefening betekent: de plek waar je nu staat tot het paradijs maken, het hemelrijk onder je voeten ontdekken.

 

Een dichter werd door ziekte voor een lange tijd aan het ziekbed gekluisterd. Op een dag zei hij: “Ook vandaag krijg ik mijn rijstepap, ook vandaag bloeit de rank voor mij. Ik heb het niet verdient! Mijn goede vrouw, alleen voor jou wil ik nog wat langer leven!” Een ander had waarschijnlijk zo gesproken: “Wat? Ook vandaag weer rijstepap? En voor het raam woekert de klimop! Hoe triest maak je mijn leven, vrouw!” Op dezelfde plek, op dezelfde tijd, in dezelfde situatie toont de een dankbaarheid terwijl een ander zich beklaagt. Je kunt je over dezelfde zaak verheugen of ergeren. Alle dingen zijn Boeddhanatuur maar alleen als een boeddha als boeddha de dingen bekijkt herkent hij ze als boeddhanatuur. Als een mens in verwarring dezelfde dingen bekijkt ziet hij slechts zijn illusie. Maar dat betekent niet dat de illusie anders is dan de Boeddhanatuur.

 

Als jouw huidige levensinstelling niet serieus is dan betekent dat, dat al diegenen die jou tot op vandaag te eten hebben gegeven, die jou gesteund of iets geleerd hebben dat alleen maar gedaan hebben om jouw onzin toe te laten. Is daarentegen jouw huidige levensinstelling solide dan betekent dat je voor deze solide instelling geboren, getogen en ondersteund bent geworden. Met je huidige levensinstelling wek je het hele verleden tot leven.

 

Wat wil dat nou zeggen om geluk of pech te hebben? In wat voor een situatie je je ook bevind, leef je leven vast met beide benen verankerd op de bodem.

 

De Boeddhaweg beoefenen is niet hopen op een plek onder de zon. De Boeddhaweg bewandelen is niet heen en weer strompelen in je huidige situatie. Hier is de plek je leven op te offeren, hier is de plek waar je al je kracht moet geven. Dat is de betekenis van de zin: “Alle fenomenen zijn de vorm van de waarheid.”

 

 


4. Hoe meer je van jezelf geeft, hoe meer vrede je zult vinden


 

Geestesrust wil zeggen genoeg te hebben aan het dagelijkse leven. Genoeg hebben wil zeggen af te zien voor “ervoor” of “erna” en één te zijn in dit ogenblik. Ik heb het niet over het verleden of de toekomst. Ik bedoel het huidige zijn vastberaden in de  ogen te kijken. Niets is meer waardevol als jouw huidige geest. Want daarin rust het eeuwige leven.

 

“Wat je gisteren hebt gekregen, moet je vandaag teruggeven”, daar hou ik niet van. Als ik iets krijg, steek ik het op zak en zeg: “Dankjewel!” Als iemand het van me nodig heeft, dan geef ik het gewoon. En dat is alles.

 

De Boeddhaweg beoefenen is tevreden zijn met de huidige dag. Jouw voeten moeten vast op de grond staan zodat je de huidige dag, dit moment, de plek waar je je nu bevindt en vooral jezelf niet uit het oog verliest. Dan bestaat oefening niet meer in het zo snel mogelijk schoonmaken, als je bij het schoonmaken het dagelijkse leven niet uit het oog verliest dan is dat zelf oefening.

 

Oefening is met vastberaden tred doorlopen waarbij je met een zaklamp alleen het donker voor je voeten belicht. Het zal je niet lukken overzicht te krijgen over alle duisternis. Maar als je voor elke voetbrede oefening een voetbrede helderheid verkrijgt, dan verwerkelijk je zo de eeuwige Boeddhaweg.

 

Doe gewoon dat wat je doet zonder na te denken over gewin of verlies. Wijd je volledig aan dit, ene moment.

 

Ik hou ervan als een mens alles van zich geeft. Als ik zie dat iemand zijn krachten spaart dan zou ik hem het liefst een draai om de oren geven. Dan geldt ook voor de chauffeur in een reisbus: Zijn gespannen concentratie in het verkeer in Tokio bevalt me beter dan het ontspannen rijden op het land.

 

Wat je ook doet, het beste is om alles van je te geven. Spuug in je handen en doe alles naar hartenlust!

 

Tijdens de oorlog verzamelde ik eens alle energie in mijn tanden (onderbuik) en stond vastberaden op. Toen lukte het me eindelijk goed naar voren te kijken. Toen ik zo alleen stond voelde ik het gewicht van heel Japan op mijn schouders. Als ik uit angst mijn ogen sloot kon ik niets meer zien. Alleen mijn twijfelachtig besluit op te staan maakte het mogelijk mijn ogen te openen.

 

Om je leven op het spel te zetten, stelt niet veel voor. De soldaat eerste klas Sawaki hield in het vuur van de vijand zolang stand tot hij uiteindelijk zijn eigen bataljon in de aanval richting vijandelijke linie aanvoerde. Maar dat heeft niets te maken met voorbijgaan aan leven en dood. Het was slechts de onbezonnenheid van een rovershoofdman in de stijl van Mori-no-Ishimatsus (1). Mij maakte het niet uit of het mijn leven zou kosten. Vergaande gedachten over de dood heb ik me sowieso niet gemaakt.

 

Als jullie zo tegenover me zitten, heb ik geen keus: Ik moet alles geven als ik een teisho (Dharmaleerrede) heb. En wat ik niet weet dan moet ik dan maar bij elkaar liegen. Zo serieus is dit voor mij dat mijn ruggengraat zich vanzelf strekt.

 

Je hebt helemaal geen keus: Doe gewoon wat je moet doen. En laat zijn wat je moet laten zijn. Hoe meer je je geeft, hoe meer ontspannen je zult zijn. Hierin ligt het geheim.

 

Zoals je je een jaar lang, ja zelfs het leven lang geen vrij neemt van het ademhalen, zo mag er ook geen pauze tijdens de oefening zijn. Op de wc is oefening. In de tram is oefening. Tijdens het lezen is oefening. De vorm verandert maar er mag geen pauze zijn tijdens de oefening.

 

In zen betekent jouw leven zelf religie en dat is altijd in dit ogenblik. Dit moment recht in de ogen kijken zonder er iets van te verwachten, zonder er iets afhankelijk van te maken, zonder iets toe te voegen of ervan af te halen – gewoon dit, ene moment volledig genieten. Jouw kijk op het leven moet zo helder zijn dat je tevreden kunt zijn, zelfs al gaat je op dit moment de adem uit.

 

Als jouw doel in de toekomst ligt, is alles al te laat. Je moet het op dit moment in jezelf vinden. Satori wil niet zeggen in de hoop verkeren dat “ik vandaag nog niet zo ver ben maar ooit zal het me op een of andere manier lukken”, maar het betekent jouw leven te leven waarin je op elke plek en op elk moment alles van jezelf geeft en zo één bent met jezelf. Maar als je nu zegt dat je al “op elke plek en op elk moment alles van jezelf geeft en één bent met jezelf” – twijfel je dan niet al voor de volgende stap terug? Te denken satori te hebben is ook slechts een illusie. Alleen als het je duidelijk is dat er nog iets ontbreekt aan jouw oefening wordt iedere, afzonderlijke stap op de Weg tot een oefening met hart en ziel. Dat is “op elke plek en op elk moment alles van jezelf geven en zo één-zijn met jezelf.”

 

(1) Een outlaw, lijkend op Robin Hood, leefde aan het eind van het Tokagawa tijdperk 

 

 


5. Wijsheid is als een rups


 

Een arts zei tegen me: “Ik ben dokter in de medicijnen, op school was ik altijd de beste. Toen ik mijn praktijk opende wist ik het zeker dat ik de beste arts van Japan zou worden. Maar geen enkele patiënt die naar me toe kwam was zo, zoals ik het in de boeken geleerd had. Als ik mijn studie niet nog eens helemaal van voren af aan opnieuw doe heb ik niets waarmee ik mijn patiënten kan helpen.” Zo is het leven. Als een zen-monnik ervan uit gaat dat zijn satori van gisteren ook vandaag nog geldt, dan maakt hij zich grote illusies.

 

Ieder, afzonderlijk moment is het eerste in jouw leven, ieder, afzonderlijk moment is het laatste in jouw leven. De waarheid verandert op elk moment en tegelijkertijd is de waarheid het eeuwige leven.

 

In dit, ene ogenblik vlieg je door het hele universum maar dat wil niet zeggen dat je dan al alles doorgevlogen bent. Er is nog genoeg ruimte om door te vliegen, genoeg ruimte om je leven lang verder te vliegen.

 

Je had eens satori en daarna was alles in orde? Nee, zo eenvoudig is dat helaas niet. Satori geldt alleen voor dit ene moment. In het volgende moment is het al vergaan en dood. Hoe meer je naar het boeddhisme reikt, hoe hoger het je zal ontwijken, hoe meer je erover je kop breekt hoe moeilijker het te begrijpen zal zijn. “Uitgaan boven boeddha” betekent de bodemloze diepte geheel uit te diepen: Daar is geen einde waar je op uit kunt komen.

 

Als je denkt helemaal omhoog geklauterd te zijn en jouw satori te hebben gekregen dan gaat het daarna alleen nog maar bergafwaarts. Zen-oefening echter betekent je leven lang omhoog klauteren. Als je zen wilt beoefenen dan moet je eerlijk tegen jezelf zijn en weten dat je jouw leven lang door zult gaan met oefenen.

 

Wijsheid wordt vaak vergeleken met een rups. Die blijft niet bij de Leer als Leer staan. Maar deze verwijlt ook niet in het zijn als het zijn. Het beweegt zich als een rups in alle richtingen. Op de Boeddhaweg zijn er geen “correcte antwoorden”.

 

Wat zich in een vorm laat gieten, is dood. Zoals een bandopname. Niets voor mensen uit vlees en bloed die het om hun leven gaat.

 

Jullie willen mijn lezingen opnemen om ze later in de “Sawaki Roshi Fanclub” af te luisteren? Alles wat ik te zeggen heb geldt alleen maar in dit, ene ogenblik!

 

Luisteren naar een Dharma-leerrede is hetzelfde als een maaltijd verorberen: Na een tijdje krijg je weer honger.

 

Als je de Leer hoort moet je deze opnemen met een geest die zo helder en weids als de hemel is. Als je jouw geest zo ver uitstrekt dan zul je één zijn met het universum, je zult opgaan in het grenzenloze samadhi. Dat wordt bedoeld met “de Leer horen”.

 

Als kinderen naar me zouden luisteren dan hoefde ik me niet druk te maken waarover ik zou moeten praten. Ik zou gewoon een beetje voor me uit zitten dromen en af en toe eens gapen. Daarom is het belangrijk voor me dat iemand me vraagt om de Leer te preken en dat diegene daarbij naar me luistert. Ik ben dankbaar daarvoor. En als ik zit na te denken waarover ik morgen moet praten dan krijgt de Leer in mezelf eerst duidelijk vorm.

 

Dit moment mag niet de voortzetting van het vorige moment zijn. Je moet duidelijk een streep trekken en dit jaar helemaal opnieuw beginnen dit jaar te leven. Deze maand moet je helemaal opnieuw beginnen deze maand te leven. En vandaag moet je nog eens helemaal opnieuw beginnen deze, ene dag te leven.

 

Iedere, afzonderlijke dag kom je vandaag voor het eerst tegen. Eeuwig bestaat alleen in dit ogenblik, eeuwig hier en nu. Dit grenzenloze ogenblik betekent het huidige leven dat altijd een volkomen nieuw feit is. Zelfs het verleden is vanuit het huidige moment gezien een volkomen, nieuw verleden.

 

Vandaag beoefen je voor het eerst in je leven zazen. Begin daarom elke dag met dezelfde frisse geest die zich opmaakt voor Nieuwjaar. In zazen is iedere dag een nieuwjaarsdag. Een goed uiteinde! De vraag en inhoud van jouw oefening in dit, ene moment moet net zo zijn als hoe je ieder, afzonderlijk ogenblik opnieuw tegemoet treedt.

 

Sommigen vragen zich af bij hun ordinatie tot monnik: “Zal ik het echt volhouden mijn hele leven lang monnik te blijven?” Maak je niet onnodig druk! Ben gewoon monnik voor deze, ene dag. Ben dagelijks monnik voor een dag. Zo leef je jouw leven als monnik, elke dag opnieuw.

 

Iedere dag is de eerste van het leven. Leef deze, ene dag zo alsof je vandaag voor het eerst ter wereld bent gekomen.

 

Jij hebt je eigen opgave. De huidige dag stelt zijn eigen opgave. Als je jouw ogen opent voor dit ogenblik – hier en nu en steeds in beweging – zul je erkennen dat er niets aan ontbreekt. De huidige dag is geheel de huidige dag: Volkomen en in zich afgesloten.

 

Zelfs op deze leeftijd ben ik nog een beginner in zazen. Als we daarentegen ons gaan zien als gevorderden houden we onszelf voor de gek. “Zazen voor gevorderden?” Vertel geen onzin! Zazen moet altijd volkomen nieuw zijn. Daarom is ’t het beste om altijd met een beginnersgeest te oefenen. Denk niet dat jouw oefening gevorderd is als je een “gevorderde” wordt.

 

Blijf alsjeblief altijd een beginner in zazen. Vergeet nooit het gevoel dat je had toen je voor de eerste keer de zazen-hal binnenging. Dit gevoel van eerbied brengt ons dicht bij zazen. Vergeet nooit jouw allereerste zazen, wordt nooit een “zazen-prof”.

 

Jouw oefening ontwikkelt zich heus niet verder alleen maar omdat je ouder wordt. Oefen zazen nu zolang je nog jong genoeg ervoor bent. Wat je ook doet, doe het met frisse moed en al je kracht.

 

Je zult boeddha nooit volledig waarnemen. Je moet altijd weer opnieuw een frisse boeddha ontdekken. Daar is geen tijd om te pauzeren. Je moet steeds een geheel nieuwe Leer horen. Boeddha vult het gehele grenzenloze universum. De vraag is: Hoeveel daarvan krijgen wij in het oog? We mogen boeddha nergens uit het oog verliezen. Zelfs als we Marx of Engels lezen moeten we daarbij gelijktijdig boeddha erkennen.

 

Boeddha betekent het leven dat we conform de grote natuur leven. Boeddha betekent het feit dat het universum op zich leeft. Iedere minuut en seconde van jouw leven leeft jouw mensenlichaam dit universele leven, nog een fractie daarvan komt jouw persoonlijk toe. Dat noemt men het ware aangezicht. Boeddha zijn betekent het leven van jouw ware aangezicht uit te leven en niet gewoon jouw persoonlijke, individuele leven. Daarom is er voor een boeddha geen stilstaan.

 

Geloven in het net van oorzaak en gevolg betekent geloven aan het grenzenloze. Het betekent geloven aan de voortdurende verandering van het grenzenloze. Binnen deze grenzenloze verandering is ons leven slecht een enkele momentopname.

 

Er is een grote tegenspraak tussen de wet van oorzaak en gevolg en het onafhankelijk ontstaan en vergaan in ieder, afzonderlijk ogenblik: Het ontstaan en vergaan in ieder, afzonderlijk ogenblik betekent dat dit moment volkomen verschillend is van het vorige moment en dat het volgende moment verschilt van dit moment. Anderzijds erkennen we de wet van oorzaak en gevolg daaraan dat onze urine van vandaag het eten van gisteren bevat. Hoezeer je ook probeert te verbergen dat je gisteren de maag met rundvlees en uien volgestopt hebt, verraadt dat vandaag jouw geur tijdens het plassen. Zo gezien is de huidige dag de voortzetting van gisteren en de dag van morgen het gevolg van vandaag. En dan nog ontstaat en vergaat ieder moment opnieuw. Ook als je probeert deze tegenspraak intellectueel op te lossen zal het je niet lukken het grenzenloze in je brein te analyseren. Dat wat deze tegenspraak zonder tegenspraak opneemt, noemt men “ondenken”, of in de Shodoka [“Lied van de Weg van het ontwaken”]: “met een zin direct in het bereik van de tathagata springen”.

 

De oude pruimenboom bloeit ook dit jaar. Wat eeuwig oud is, is ook voortdurend nieuw. Waar het nieuwe het oude ontmoet, stoot je op de verborgen zin van de Boeddhadharma.

  


6. Het ware zelf ontmoeten


 

Leren betekent naar de Weg zoeken en dat betekent uiteindelijk naar jezelf zoeken. Bestaat er eigenlijk zoiets als een Weg die onafhankelijk van jouw leven is? De Weg bewandelen wil niets anders zeggen dan de vraag doorgronden waar het jou eigenlijk werkelijk om gaat in dit, ene leven.

 

Als religie tot een organisatie wordt gaat ze haar einde tegenmoet. Religie moet jouw eigen leven zijn.

 

Wat heeft Boeddha ons eigenlijk geleerd? Dat ieder van ons zichzelf moet erkennen, zichzelf moet doorgronden, zichzelf moet uitvinden wat hij hier en nu – in dit ogenblik – werkelijk te doen heeft.

 

 

Nu ik deze lezing hou, doe ik dat niet voor jullie ik doe het voor mezelf. Voor mij is het totaal niet belangrijk of er iemand naar me luistert of niet. Mij gaat het alleen maar om het water in mezelf omhoog te pompen. Als ik praat dan praat ik tegen mezelf om mijn ware zelf aan het licht te brengen. Van jullie verwacht ik niets en ook heb ik jullie niets te geven.

 

[Aansluitend op een citaat van Honen:] Als je de Boeddhaweg bewandelt doe dat dan niet om indruk op anderen te maken. Maak er geen zaak van. Beoefen het boeddhisme als een dief: Zelfs je vrouw en kinderen mogen het niet weten.

 

Zazen verspreidt zich niet onder de mensen. Probeer niet met  “alleen maar zitten” indruk te maken. Oefen zazen liever zo verborgen alsof het iets streng verboden is.

 

Je hebt je Bodhi-geest gewekt? Je hebt de Boeddha-Dharma vernomen? Je hebt alles van je afgegooid? Dan moet je goed gaan opletten dat je niet het “afgeworpene” gaan commercialiseren.

 

Als je niet elke dag opnieuw met de oefening begint, begin je achteruitgang te boeken. Als je niet elke dag nieuw polijst zul je vastroesten. Daarom is het belangrijk dat je jezelf niet uit het oog verliest. Vind de Weg elke dag opnieuw, zij het bij het eten, zij het bij elke andere handeling in het dagelijkse leven.

 

Vergankelijkheid betekent alleen dit, ene ogenblik: In dit onherhaalbare moment gaat het om alles of niets. Je hebt alleen deze, ene ademteug, dan is alles voorbij. Bij het uitademen moet het jou alleen maar gaan om deze, enkele uitademing, bij het inademen moet dit inademen de laatste keer in jouw leven zijn. Normaal vergissen we ons te denken dat er nog iets na moet komen: We denken dat we voor onze kinderen “vader” spelen moeten en “opa” voor de kleinkinderen. Daarbij existeert alles alleen maar voor zichzelf, in dit moment: de kleinkinderen als kleinkinderen, de opa als opa, de zoon als zoon. Zoals het uitademen alleen maar volkomen uitademen is en het inademen alleen deze, ene keer inademen. Jullie, ga uit elkaar! Alleen als iets geheel voor zichzelf bestaat, losgelaten en transparant, dan is het gelijktijdig ook één met het universum.

 

We zijn nooit tevreden: We zijn nog niet eens met onszelf tevreden en daarom proberen we zo goed mogelijk een ander te zijn. Maar precies daar ontstaat de illusie. Je bent niemand anders dan diegene die op dit moment ontevreden met zichzelf zijn leven leeft. Niemand kan dat voor jou in de plaats doen. En alles wat je op dit moment denkt en wilt en doet ben je zelf, onvervangbaar zoals je bent. Dat wordt bedoeld met dat er geen “ware zelf” is buiten deze “ontevreden zelf” hier en nu.

 

Het verhaal van de verloren zoon wat in de Lotus-soetra wordt verteld is geen sprookje van weleer. Daar gaat het om jou zelf. Ben niet jij diegene die met een gebroken bedelkom door de straten dwaalt hoewel jou de rijkdom van de gehele wereld toebehoort?

 

Waar gaat het jou uiteindelijk om in dit leven? Daarom jouw ware zelf te bevatten. Daarom te erkennen wat jouw werkelijke doel is. Satori wil alleen maar zeggen werkelijk jezelf te zijn. Jezelf te erkennen en met beide voeten stevig op de grond te staan. En de Weg verwerkelijken betekent dan gestaag vooruitkomen zonder jezelf uit het oog te verliezen.

 

Is jouw geest wit of rood, rond of hoekig of zonder contouren zoals een amoebe? Je weet het niet. Het is geen kunst deze geest waar jij eigenlijk niets van weet gewoon zo zonder contouren te laten zoals hij is. Religie bestaat daaruit grip op deze geest te krijgen en het je zo eigen te maken. Dat betekent duidelijkheid over het eigen leven te krijgen.

 

Boeddhanatuur is niets anders dan jezelf. En toch denk je nog slecht over jezelf, ben je ontevreden en scheldt je op jezelf. Het is belangrijk dat je jezelf goed in de grip krijgt en op dat punt eindelijk tot rust komt. Als dochter geheel dochter zijn, als vrouw geheel vrouw zijn – zo verwerkelijk je jouw Boeddhanatuur en vind je vrede in het leven.

 

In de groepswaanzin hou je op te begrijpen wat wit en zwart is. En als datgene wat je doet ook nog zo slecht is – doe je het in de groep dan komt het niet meer slecht bij je over. Je verliest jezelf uit het oog. Ga allemaal uit elkaar! Ik ben ik!

 

Hou op jezelf een voorkeursbehandeling te geven en je zult in de hemel leven. “Buiten de gemeenschap is er geen verdienste” (Ehei Shingi). De ogen functioneren geheel als ogen, de neus als neus, de oren als oren. Iedereen moet op geheel natuurlijke wijze zijn taak in de gemeenschap vervullen.

 

Echte rust van geest zul je alleen maar vinden als je je eens echt zorgen gaat maken, voor je leven vecht en alles doet om niet jezelf uit het oog te verliezen. Alleen als je op deze manier bij elke afzonderlijke stap je geest inspant om de grond onder je voeten niet te verliezen zul je vrede in jouw geest ontdekken.

 

De “rust van geest”die uit niets anders dan “rust van geest” bestaat is een kunstmatig fabrikaat. Als je voortdurend deze manier van “rust van geest” achterna loopt wordt jouw geest pas echt onrustig. Shinran keerde zich tegen manier van nenbutsu [Oefening van het aanroepen van Amithaba Boeddha], waarbij het om een zelfbevrediging van de geest uit eigen kracht gaat. Zen-oefening mag eveneens geen mentale zelfbevrediging zijn. Werkelijke rust van geest vind je als je temidden van je zorgen en je mentale onrust oefent. In de grote vrede van de geest verbindt zich de mentale rust met de mentale onrust.

 

Niemand kan terug naar wat eens geweest is. Geen ding verschijnt twee keer op dezelfde manier. Alles bestaat slechts eenmalig – op dit moment. Daarom rest ons niets anders als gewoon rechtdoor te gaan. De ware Weg loopt eindeloos verder rechtdoor.  

 

 


7. Zazen is de oude patriach die tegelijkertijd jouw geheel nieuwe “ik” is


 

Kinderen worden opgevoed door ze te loven of te berispen maar dat alleen is niet genoeg. Zo voedt men ze alleen maar op tot mensen die door de hele wereld geprezen worden maar niet over zichzelf kunnen beschikken – ze zijn als de lege schaal van een noot. Bij de beoefening van zen draait het precies om dit punt: Zelfs als God sterft en Boeddha niets meer van je wilt weten moet je geheel over jezelf beschikken. Je moet één zijn met jezelf.

 

We leven ons leven provisorisch alsof iemand onze veer aangespannen heeft. We bewegen ons als speelgoed-robots totdat de veer afgedraaid is. Zazen wil zeggen je niet door buitenaf de veer te laten opwinden maar het eigen leven zelf te leven.

 

Als je zegt dat je geen tijd hebt wil dat zeggen dat je je door iets van buitenaf tot slaaf laat maken. Je brandt af als een wonderkaars. Je kunt beter kalm zijn, ben geheel jezelf. Belangrijk is dat je jouw leven diep verankerd in jezelf leeft.

 

Kalmte betekent diep verankerd zijn. Diep verankerd in wat? In jezelf. Je moet verankerd in je dagelijkse leven zijn. Laat je niet door buitenaf gek maken. Wordt ook geen slaaf van je driften, loop niet constant je illusies achterna. Blijf zelfs dan onbewogen als je denkt de boeddha of Dharma aanschouwd te hebben. Laat je door helemaal niets in verwarring brengen.

 

Ik heb geen toepassing voor satori. Dat betekent niet dat ik schuchter zeg: “Ik heb nog niet eens satori…” Ik zeg het heel zelfbewust: “Nog niet eens satori heb ik!” Het gaat noch om satori, noch om rang of stand, het gaat erom gewoon te doen wat je doet. Doe gewoon wat je doet, om het even wat dat is. Dat geldt niet alleen voor zazen: Alles wat je doet moet je gewoon doen. Stop met vuren, ben gewoon jezelf! Gewoon zijn, gewoon jezelf zijn: Dat is samadhi.

 

De vogel zingt gewoon zijn lied. Het voorjaar brengt het voorjaar, de nachtegaal manifesteert de nachtegaal. Alles is gewoon zoals het is en het is noch voor jou, noch voor mij.

 

Het gaat niet daarom, waarom je iets doet. Leef je leven zo alsof je een dakpan polijst: Daar is geen gewin. Jouw leven moet oefening zonder einde zijn.

 

Een religieus leven lijden wil zeggen een rechte houding in te nemen, zelfs als niemand naar je kijkt. Je moet jezelf doorzichtig worden, je geheel doorhebben. De waarheid beoefenen daar waar niemand heen kijkt: Dat is het punt waar het om draait.

 

Met zestien liep ik van thuis weg. Nooit zal ik deze tiende juni vergeten. Als ik aan mijn stemming van toen denk lijkt het alsof de jonge Saikichi tegen me roept: “Hey Kodo, zit niet op je lauweren te rusten, wie denk je eigenlijk dat je bent!?” Ik heb het aan deze stem te danken dat ik ook vandaag nog met onzekere tred verder op de Boeddhaweg voort schrijd.

 

De Horyuji is de beste tempel van Japan. En toch vind je daar geen boeddhisme. Boeddhisme vind je alleen in jezelf. Maar om boeddha in jezelf daadwerkelijk tegen te komen moet je alles van jezelf geven. Je geeft alles van jezelf en gaat het eindelijk begrijpen – en toch ben je alleen maar een hongerige geest. Weer geef je alles van jezelf  - en toch hoor je de stem van Boeddha uit de verte. Je geeft nog een keer alles van jezelf – en je bereikt Boeddha nog steeds niet. Boeddha is verder dan ver van je verwijderd. Wat rest jou dan anders dan “gewoon jouw zelf te vergeten en stuk voor stuk met de oefening door te gaan” (Gakudoyojinshu)?

 

Ik scheld voortdurend op mezelf. Op mezelf schelden betekent mezelf onder de loep te nemen. Dat betekent het licht om te draaien om mezelf te belichten. Het enige waar het hier om draait, ben jij zelf.

 

Het licht omdraaien en jezelf te belichten wil zeggen jezelf geheel aan jezelf overgeven. Het wil zeggen stil gaan zitten en naar jezelf te kijken alsof je in de bioscoop zit. Als je op deze manier naar jezelf kijkt zul je alle lijdende wezens begrijpen: Je zult inzien dat je zelf een van deze wezens bent die verstrikt is geraakt in zijn eigen onwetendheid.

 

Als je jezelf tegenkomt dan zul je jezelf zo zien als je werkelijk bent: Dat is kwestie die alleen jou en jou aangaat. Tussen jou de leerling en jou de meester en verder niemand.

 

De Dharma overdragen betekent jezelf aan jezelf over te dragen. Dat betekent, geheel één met jezelf worden.

 

Je praat over het leven van Boeddha en de heldhaftige daden van de zenmonniken uit oude tijden. Je vertelt wat je in de soetra’s gelezen hebt.  Maar wie interesseert dat nou? Het probleem waar het om moet gaan ben jij zelf. Het is JOUW probleem en om dit probleem moet jouw oefening draaien!

 

Je denkt dat Dogen Zenji een groot zenmeester was? Maar hoe zit het met jou? Illusie wil zeggen je bezig houden met praten over anderen. Dat is alsof je in je slaap zit te prevelen. “Geen lege theorieën na te streven” (Haichidaininkaku) wil zeggen ophouden met muggezifterij en gezwets en geheel één te zijn met dit moment – hier en nu.

 

Er zijn mensen die willen constant door mij bevestigd worden: “Is het nu genoeg? Ben ik eindelijk zover? Heb ik nu satori?” Zolang je nog de bevestiging van anderen nodig hebt is jouw oefening niet echt. Als je de Weg daadwerkelijk vast onder je voeten hebt is het niet meer nodig om de ander naar de richting te vragen.

 

Iedereen van ons is het licht: Niemand van ons onderscheidt zich ook maar een haarbreed van Boeddha, we zijn alleen een beetje uit de koers geraakt. Daarom moeten we de stem waarmee de lichtende wijsheid tot ons spreekt volkomen helder met ons hele lichaam horen, zoals deze hier leeft. We moeten de Boeddha-Dharma met ons lichaam manifesteren. Wat kan er mooier zijn dan dat?

 

Deze klomp van cellen die we een doorsneeburger noemen, manifesteert Boeddha. Hier ligt de betekenis van zazen. Zazen is de oude patriarch die tegelijkertijd jouw geheel nieuwe “ik” is.

 

 

  


8. Ik ben met mijn universum geboren en ik zal met mijn universum sterven


 

Als er sprake is van “Sawaki” dan weet ik dat het om mij gaat ook als niemand “Kodo” eraan toevoegt. Als Sawaki het hele universum omvat is er geen “Sawaki” meer buiten het universum en ook geen “universum” buiten deze Sawaki.

 

We denken dat we geheel op eigen kracht leven maar in werkelijkheid is het de grote natuur die ons in leven houdt. Jouw leven behoort niet alleen jou toe, het is universeel. Dit universele leven is jouw zelf, het is het ware mensenlijf dat de gehele kosmos omvat. Zazen betekent het universele leven, wat wil zeggen: jouw leven te leven. Dat betekent wederom het universum zelf te manifesteren en te belichamen. Als ik alleen zazen beoefen dan oefent het hele universum met mij ingesloten in zazen.

 

Je eigen leven zelf te leven wil zeggen het hele universum omvatten. Jij alleen omvat het hele universum. Hier schuilt de diepere betekenis van zazen.

 

Wie realiseert de universele waarheid? Wie, als niet jij zelf? Religie moet uit jouw eigen leven bestaan.

 

Wat kan er meer armoedig zijn dan iemand die zich de hele tijd beklaagt over zijn eigen armoede? Tussen jou en Shakyamuni Boeddha bestaat niet de geringste afstand!

 

Als je duidelijk inziet dat jouw leven naadloos verbonden is met het universum en er geen haarbreed tussen jou en Boeddha past dan zal het je niet interesseren of je op toneel de voor- of achterbenen van een kameel speelt: Je zult jouw levenskracht in iedere, afzonderlijke handeling ontvouwen.

 

Interessant aan deze wereld is het feit dat hij zijn vorm aanneemt onafhankelijk van de instelling die jij tegenover de wereld hebt. De Boeddhaweg is jouw eigen, persoonlijke waarheid. Maar dat wil niet zeggen dat deze weg met jouw eigen, persoonlijke bevrijding eindigt – dat zou Hinayana zijn. In Mahayana ben je daarentegen niet alleen naadloos verbonden met Boeddha maar ook met de lijdende wezens die in de hel smoren.

 

Zazen is jouw eigen persoonlijke waarheid waarmee je zowel het eeuwige verleden als ook de eeuwige toekomst bevrijdt. Het is een objectief feit wat je diep in jouw subjectieve innerlijk vindt: Als het je slecht gaat, gaat het ook de zon en de maan slecht. Als het je daarentegen goed gaat lachen zelfs de radijsjes op je bord je toe. Maar word je woedend dan wordt zelfs het tapijt nog woedend met jou. Hier liggen de wortels van jouw wereld.

 

Wat jij ziet ligt niet buiten jouw zelf. Daarom kan men ook zeggen dat alle verschijnselen slechts jouw eigen schaduw zijn.

 

Wat een ander gezien heeft is niet jouw eigen ervaring. Je moet je eigen waarheid ontdekken. Satori ligt niet ergens daarbuiten: Het gaat om jou zelf. Het gaat erom jouw levensinstelling 180 graden om te draaien, jouw zichtwijze over de dingen, jouw manier van horen en ruiken, likken en proeven. Je moet omdraaien naar het leven. In boeken zul je nooit het antwoord vinden.

 

Het raamwerk van ons ego is zo beperkt dat we de wereld alleen maar vervormd zien. We zien de dingen slechts door een gekleurde bril. En dat wat we zien, bestaat vaak nog niet eens – het is gewoon de plank voor onze kop waar we naar kijken! We moeten deze gekleurde bril afzetten om de dingen zo te zien als dat ze zijn: onopgesmukt en transparant. Dan zullen we ook inzien dat bergen en rivieren, bomen en grassen niet onafhankelijk van ons bestaan.

 

Deze wereld is jouw wereld, is mijn wereld. Dat is alsof miljarden lichtpuntjes, voor ieder mens één elkaar belichten. En als ik sterf dan sterft ook mijn berg Fuji met mij, mijn hemel en mijn aarde sterven met mij en deze kop thee sterft met mij.

 

Ik ben mijn eigen wereld. Als ik sterf dan sterft de wereld met mij. Want toen ik geboren werd, werd deze wereld met mij geboren. Jij zegt: “Zelfs als je sterft blijft deze wereld nog bestaan!” Nee, mijn deel van de wereld sterft met mij. Want iedereen van ons is volkomen, daar ontbreekt het aan niets. De Boeddhaweg bewandelen betekent je geheel bewust worden van dit feit.

 

Je komt met jouw universum ter wereld. En als je sterft dan sterft het universum met jou.

 

  


9. Meneer Sawaki doet graag wat hem zint, maar ik vraag meneer Sawaki niet altijd naar zijn mening


 

De mensen zeggen dat meneer Sawaki geen wereldse verlangens kent. Verkeerd gezien! Ik bijt gewoon af en toe m’n tanden op mekaar. Als ik aan mijn verlangens zou toegeven zou ik de Boeddhadharma tot schande maken daarom laat ik het maar achterwege. Dat is alles. Maar juist omdat ik zoveel verlangens heb, begrijp ik ook de verlangens van andere mensen. Zou ik de verlangens niet begrijpen dan zou ik een idioot zijn. Maar ik wil niet als een idioot leven. En als ik de kronkels van m’n verlangens bekijk, zie ik spitse hoeken en kanten. Ik neem deze hoeken en kanten mee op de Boeddhaweg. Hoe meer je daarvan meeneemt op de Boeddhaweg hoe beter. Maar zodra de hoeken van jouw verlangens gaan afstompen dan zullen ook jouw goede kanten afschaven en zal je de zin vergaan. De kracht om de tanden op elkaar te bijten krijgen we door de veelvoud van onze verlangens. Belangrijk is het punt waarop dit leven vol met verlangens de Boeddhaweg kruist.

 

De mens Sawaki wordt door de Boeddhaweg aangetrokken. Daarom kan de doorsneeburger Sawaki niet altijd datgene doen wat hem zint. Dat is geloven in de Weg. Als ik mijn blik naar binnen richt kan meneer Sawaki me niet voor de gek houden.

 

Boeddha dat ben jijzelf. Als JIJ niet als Boeddha leeft, wie dan?

Niemand houdt echt van de Dharma van boeddha’s en patriarchen; liever de Dharma van wijn, vrouwen en gezang. Ook ik zou me veel liever laten gaan en doen waar ik zin in heb, maar zazen laat me geen keus: het trekt me aan. Alles is erop afgestemd dat ik niet verdwaal.

 

Zelfs als je probeert onbeweeglijk te zijn zul je toch niet werkelijk rust vinden; dat is jouw lot als mens. Aan deze menselijke zwakte valt gewoonweg niets te veranderen. Op de Boeddhaweg gaat het erom dit weerbarstige beest de “mens” te temmen. Het gaat er niet om deze uit te roeien. Als je een wild paard zo goed temt dat je hem overal vrij kunt laten lopen dan behoudt hij zijn waardigheid als paard. Is daarentegen het paard half dood dan zul je niets aan hem hebben. Bij de mensen is het net zo: Het gaat er niet om het mens-zijn af te wennen. Het gaat erom hem te temmen. Een werkelijk getemde mens is een boeddha.

 

Iedere, afzonderlijke cel in dit lichaam is de grondstof voor verlangens. De vraag is: Waar benut je deze cellen voor? Dit lichaam is een levenslange ballast maar dat wil niet zeggen dat we zonder ermee uit zouden kunnen komen. Zonder dit lichaam kunnen we ook geen zazen beoefenen. De kunst bestaat daaruit deze ballast strak te houden en daardoor in de best mogelijke richting te duwen. Op deze manier kunnen we de verlangens in wijsheid transformeren en deze ballast van een lichaam in iets waardevols om te zetten. We zullen onze verlangens nooit kwijtraken maar afhankelijk van hoe we met deze verlangens omgaan, zal het ophouden nog langer een ballast voor ons te zijn.

 

Mystieke krachten bezitten wil zeggen om kunnen gaan met jezelf.

 

Boedha en ik spelen touwtrekken: Wie is de sterkste? Lukt het mij om boeddha naar me toe te trekken en als dessert te verorberen? Dat is althans de wens van de doorsneeburger Sawaki. Die wil constant opscheppen over zichzelf en met zich met ellebogen ten koste van de anderen naar voren werken.

 

Je zoekt naar de waarheid? Wie ben je dan in werkelijkheid? Niet gewoon een doorsneeburger? Wat omhelst dat nou, jouw grote zoektocht? Probeer je niet gewoon te doen alsof het met jouw doorsneeburgerschap iets bijzonders wordt?

 

Boeddhadharma is geen grote krampachtige inspanning. Daar waar wij doorsneeburgers ophouden ons erdoor te vechten, begint de boeddhadharma.

 

We begrijpen zazen niet omdat we kijken met onze doorsneeburger-ogen.

 

Waar gaat het eigenlijk om in de boeddhadharma? Niet daarom ons als doorsneeburgers te verbeteren. Eerder daarom om ons als doorsneeburgers zo te verslechteren dat we ons niet meer onder de mensen durven wagen.

 

Wat weten we eigenlijk over het leven? Helemaal niets! Wat is het doel van ons leven? Helemaal niets! We weten helemaal niets en toch hebben we iedere dag te eten. “Ik leef mijn leven door de genade van God” (Nishida Tenko).  Als dat zo is dan zouden we misschien niet zo een groot theater om ons zelf maken.

 

Als je ophoudt zo een theater om je zelf heen te maken zul je zien dat alles heel eenvoudig is.  Wat jij denkt dat “jou zelf” is ben je niet werkelijk.  Laat je niet voor de gek houden!

 

De boeddhaweg leidt niet tot het paradijs. Het gaar erom niet de verdwalen in de illusie en jezelf niet gek te maken. De weg beoefenen wil gewoonweg zeggen de bloeddruk in je hoofd te laten zakken.

 

Het gaat erom de vaststaande begrippen en hardnekkige voorstellingen in ons hoofd eens goed te masseren. Alleen als we aan geen enkel ding hechten, hebben we de “geest die week en volgzaam is”.

 

Als ik me druk maak, dan maak in een Gassho (2). Gassho laat de bloeddruk dalen en de verkramping lost op.

 

Als je in volle Lotus zit, zal het warm worden om je heupen terwijl de bloeddruk in je hoofd naar beneden gaat. Het gaat er in zazen om de bloeddruk te laten dalen.

 

De kesa dragend kunnen we ons niet verliezen in onze verlangens zelfs al zouden we het proberen. De kesa beschermt ons tegen de verlangens, het laat ons de zee van leven en dood oversteken. We hebben het ook aan de kesa te danken dat we te eten hebben zodat we zazen kunnen beoefenen.

 

Als je in een zenklooster leeft dan wordt ’s morgens om drie uur de trommel geslagen omdat het tijd is om op te staan. Op deze manier verdwijnt vanzelf jouw wens om je te verslapen. Een wens die in het niets oplost. Een stap in het Nirvana.

 

De mens die in de hel valt en de boeddha die de mens uit de hel verlost – deze verbintenis wordt in het boeddhisme bereikt door schuldbekentenis. Als de spijt oprecht is dan is ook het boeddha-zijn oprecht. Hier versmelten illusie en satori, hier openbaart zich de diepgang van het geloof.

 

Jouw leven lang door boeddha gedragen, door de Dharma gedragen te leven – dat betekent dat jouw geest zelf boeddha is.

 

2. De traditionele zen-buiging met de handpalmen naar elkaar.    

 

 


10. Genieten van het geluk en de vrijheid van een nar


 

Zelfs als iemand jou teer over je hoofd giet – als je dat vanuit een standpunt bekijkt dat 180 graden verschilt van wat normaal is, kan dat zelfs zinvol voor je zijn. Met welke ogen kijk je naar het woedende gezicht van diegene die tegenover je staat? Met welke oren hoor je de boze woorden die over je gesproken worden? Ben je in staat het gif in de medicijn te veranderen en daaruit kracht te putten?  De vraag is hoe jij zelf met dit leven omgaat en het antwoord op deze vraag moet jouw religie zijn.

 

Als iemand verkeerde geruchten over je verspreidt dan word je woedend en wil je het hem gelijk betaald zetten. Dat is normaal maar zo laat je alleen maar zien hoe onrijp je bent. Het is beter om deze verkeerde geruchten te zien als een waarschuwing uit de hemel: “Sawaki heeft omkopingsgeld aangenomen!” Ja, als ik niet oplet zou me dat daadwerkelijk kunnen gebeuren. “Sawaki heeft het met dat en dat meisje gedaan!”  Als ik dat hoor beself ik dat het inderdaad mogelijk zou kunnen zijn geweest. Als ik deze geruchten als een waarschuwing voor mijn leven zie, worden ze als een waardevolle wegwijzer voor me.

 

Hoe gruwelijk het leven ook met me kan omgaan, al deze lotsbestemmingen helpen me op weg naar verlossing. Diegenen, die als vijanden voor me opduiken verhinderen dat ik onopmerkzaam word. Diegenen, die me de hel laten zien verhinderen dat ik lui word.

 

Jij denkt dat het in het leven erom gaat te vreten en om gevreten te worden. Maar als je inziet dat je naadloos verbonden bent met alle dingen om je heen dan zul je ook begrijpen dat zelfs jouw vijanden je alleen maar geholpen hebben te groeien en rijpen in het gevecht om overleven.

 

Je zult weinig succes hebben als je probeert om zoete nectar uit een zure dadelvrucht te krijgen. De ware zoetheid van een dadelvrucht krijg je alleen te proeven als je wacht totdat deze vanzelf rijp wordt en het zuur zich in zoet omzet want los van zuur bestaat er geen zoet. En net zo is het bij de grenzenloze, weidse Boeddhadharma.

 

Het is in orde als je een ongeluk krijgt want dan zie je ineens weer helder voor ogen. Het heeft weinig nut als je het altijd goed gaat: Dan ga je een gezicht trekken als een kater die zich slaperig in de zon uitrekt.

 

Ik wil voor de rest van mijn leven door een anja(3) begeleid worden. Want voor de ogen van mijn anja kan ik niet naar de wapens grijpen of op mijn luie kont gaan zitten. Dat alleen al is oefening. En als niet alleen mijn Anja me in de gaten houdt maar ik ook nog eens omringt word door vijanden die er alleen maar op wachten totdat ik de fout inga: dan ben ik van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat zo opperst geconcentreerd dat alles wat ik doe tot oefening wordt. In zoverre is dit leven waarbij ik me niet achter de coulissen kan verstoppen een werkelijk geluk voor me!

 

Wat is het grote geheim waar het in de Boeddhaleer om gaat? De kunst om een gelukkige nar te worden? Dat wil zeggen dat je de bevrijding in jezelf, in jouw zichtwijze van de dingen vindt. Ik zou überhaupt niet gelukkiger kunnen zijn dan ik op dit moment ben. Van ’s ochtends tot ’s avonds ben ik dankbaar voor alles wat ik meemaak.

 

In zen wordt gezegd: “iedere dag is een goede dag!” De vraag luidt nu: Wat moet je doen dat iedere dag daadwerkelijk een goede dag wordt? Wat moet je bezitten om iedere, afzonderlijke dag werkelijk te kunnen genieten? Helemaal niets! Je hoeft helemaal niets te doen of te bezitten om gelukkig te zijn. Je wordt alleen maar steeds voor de gek gehouden dat je dit moet doen en dat wilt bezitten. Als je eindelijk inziet dat dit slechts jouw hersenspinsels zijn zal elke dag een goede dag zijn en zal ieder jaar een goed jaar zijn.

 

Die ene lucifer van de wijsheid verlicht alle richtingen: Vergeet alle andere, gooi alles van je af!

 

In het dagelijkse leven worden we steeds op de proef gesteld: We maken ons zorgen of denken dat we diep in de ellende zitten. In werkelijkheid zijn we slechts bezorgd om ons persoonlijke hachje, als we dit loslaten lossen alle problemen zich op.

 

Soms gaat het goed met je, soms slecht – maar is het werkelijk waard om je door je humeur gek te laten maken? Als je eens alles loslaat zul je inzien dat alles om het even is. Je moet sterven om een gelukkig leven te kunnen leiden.

 

Een ware boeddhist laat zich door niemand en niets iets wijsmaken.

 

Het zijn slechts jouw eigen persoonlijke besognes waar je je druk over maakt. Het is slechts jouw eigen individuele geluk waar je je over verheugd. Toen ik nog een kind was kon ik ook niet tegen mijn verlies maar nu, nu ik de tachtig gepasseerd ben maakt me dat niet meer uit. Als je afziet van alles wat jou persoonlijk en individueel toekomt, zul je altijd vrede kennen. Jouw lijden zal je niets meer uitmaken en je gaat niet meer uit je bol van je geluk. In iedere situatie zul je de rust bewaren. Dan treedt jouw ego ook niet meer op de voorgrond. Dat is ware tevredenheid.

 

Aan het eind van de illusie geraak je alleen dan als je jezelf vergeet.  

 

 

 


11. Je wilt niet richting hel? Geen angst, de hel is leuk!


 

Vanaf je geboorte tot aan je dood wordt jouw leven beheerst door illusies. Dagelijks gebruik je jouw ellebogen om aan de trog van je naaste te gaan zitten. Sommigen drijven hun illusies zo ver door dat ze zelfs hopen op een lang en gelukkig leven!

 

Hoe leven we dit mensenleven? Sommigen zullen antwoorden: “Wat heb ik daarmee te maken? Ik ben ongevraagd op deze wereld gegooid, wat rest mij verder om m’n dagelijkse kost te verdienen om uiteindelijk te creperen.”

 

Wat is er nu zo bijzonder aan jouw leven? Of je nu rijk bent of arm, een rijksambtenaar of een gewone werkman – uiteindelijk bestaat jouw leven alleen maar uit vreten en schijten! Daarbij is het alleen maar belangrijk dat je vastbesloten in de rivier van het leven springt. Of je nu doelloos ronddobbert en uitgeput naar lucht hapt of dat je voor alle anderen in de stroom springt – of je jouw leven als een kwelling of als genot ervaart, wordt hier besloten.

 

Er was eens een neuroot die bang was het staatsexamen niet te halen. Toen hij met bloed doorlopen ogen en zorgelijk gezicht naar me toekwam, zei ik: “Vooropgesteld dat je het examen niet haalt – wat wil dat nou zeggen buiten dat er betere leerlingen zijn dan jij? Is dat geen reden tot vreugde? Als daarentegen zo iemand als jij het examen haalt dan wil dat zeggen dat er niet genoeg anderen zijn die beter zijn dan jij en dan ziet het er niet goed uit voor ons land!”

 

Je wilt niet richting hel? Geen angst, de hel is leuk!

 

Wij doorsneeburgers denken dat onze inzichten juist zijn: Vandaag denken we dat we gelukkig zijn, morgen voelen we ons ongelukkig…Zo verkwisten we ons hele leven want is het in werkelijkheid niet slechts onze verbeelding die zegt dat we “gelukkig”of “ongelukkig” zijn? In dat in werkelijkheid niet volledig substantieloos?

 

Wij dragen ons eigen, persoonlijke hachje altijd met ons mee en we laten ons erdoor beheersen. Als we dat gewoon loslaten worden we één met het universum, één met boeddha-zijn.

 

Waarom draait de hele wereld toch steeds als een idioot in het rond? Omdat iedereen alleen maar geïnteresseerd is in zijn eigen besognes. Als jij - net zoals ik – besluit om de rest van je leven als arme monnik door te brengen, zul je ophouden met dit theater.

 

Ik heb mijn hele leven lang alleen maar genoten. Mijn reizen zijn mijn hobby en als ik de mensen die naar mijn lezingen komen daarna uitleg geef over de Boeddha-Dharma, dan doe ik dat niet omdat ik er daarna drinkgeld voor krijg: het is slechts een spel voor me. De mensen zouden allemaal meer plezier maken in plaats van te vechten omdat ze denken dat ze moeten werken.

 

Niemand dwingt jou, ook maar iets met dit lichaam of deze geest te doen. Toch blijf je hardnekkig geloven dat de job de “job” is en eis je meer loon. Ik daarentegen maak me nooit druk om mijn dagloon – want voor mij is dit geen “job”, voor mij is het slechts een spel.

 

Je zult het gelukkigst zijn als zelfs het werk als een spel voor je is. De gymnasiasten in Kumamoto zeiden altijd tegen mij: “Als we zo uw dagelijkse leven zien dan is het moeilijk te beoordelen of dat nou werk of tijdverdrijf is. Men zou kunnen zeggen dat het plezier zelf uw werk is. Zo goed als u beheerst dat niemand ter wereld. U bent werkelijk te benijden!”

 

Er is een soetra die over de vijfhonderd eerdere levens van Shakyamuni vertelt voordat hij als Boeddha geboren werd. Hij leefde eens als kluizenaar, dan als brahmaan of filosoof, ook een keer als paard en als een kikker. Dat was allemaal het spel van Shakyamuni. Wat hij tot uitdrukking brengt in zijn vroegere levens is het feit dat alles wat wij doen – om het even wanneer en waar, in welke vorm en onder welke omstandigheden, met welk karakter en welke instelling – louter een spel is. Spelen wil zeggen zichzelf vorm geven.

 

Waaruit bestaat de grootsheid van Ryokan? In het speelse gemak waarmee hij zijn leven leefde. Die maakte zich nooit druk om zijn dagloon. De wereld zou iets moeten leren van het spel van Ryokan.

 

De boddhisattva Avalokiteshvara loopt voor niets weg en loopt ook niets achterna. Hij laat zich niet ronddolen in de vergankelijke wereld omdat hij niet – zoals de Hinayana-aanhangers – van de stelling uitgaat dat we ons eerst eens moeten bevrijden van ons lijden en onze illusies. Hij ziet duidelijk in dat al datgene van begin af aan helemaal niet bestaat daarom is er voor hem ook niets waar hij voor weg- of achterna lopen moet. Daarom geniet hij van de vrijheid om in elke mogelijke situatie en elke mogelijke vorm, zichzelf te verwerkelijken.

 

Er bestaat werkelijk geen enkele reden om in dit leven constant met handen en voeten om je heen te slaan. Zelfs al zou iemand mij gif in de thee gooien, zou ik daarom nog geen theater maken. Waarom ook? Deze, ene periode zazen op het kussen omvat alles. Er is geen “ware zazen” buiten de zazen die je op dit moment beoefent.

 

 


12. Diep verzonken in illusie – gewoon rechtdoor gaan


 

Wat heeft ons leven eigenlijk voor zin? Ons leven heeft geen zin! En door zazen kom je eindelijk op het punt waar je inziet dat het er helemaal niet om gaat “wat het ons brengt” - inclusief deze zazen.

 

Je zegt dat het nutteloos is om Boeddha te imiteren. Dan imiteer toch eens een dief en je zult zien dat je direct zelf een dief wordt. Het mooie aan dit doorsneeburger-lichaam is dat we Boeddha ermee kunnen imiteren.

 

Met dit lichaam waarmee jij je tot op vandaag aan gokspellen gewijd hebt, kun je ook zazen beoefenen en “met een zet direct in het bereik van de tathagata springen” (Shodoka). Deze ene sprong in het bereik van de Tathagata is het zazen dat door een doorsneeburger beoefend wordt die tot voor kort nog nerveus zijn winst en verlies zat te berekenen.

 

Jouw illusies zul je nooit volledig kunnen uitroeien: “Ik wil niet opscheppen maar ik heb nu geen illusies meer!” Probeer zazen niet zo te beoefenen alsof je een uit aan het schillen bent. Zelfs als je op deze manier “Satori” of wat dan ook krijgt, dat is niet echt. Beoefen zazen liever met deze doorsneeburger-geest met al jouw illusies en driften. Ga met dit lichaam zoals het in de zes werelden van het lijden rond doolt, gewoon in zazen zitten. Als je op deze manier gewoon zit zijn jouw apengeest en paardenwil zelfs ondenken, jouw illusies zijn zo zoals ze zijn, onbevlekte waarheid. Dat is wat Dogen Zenji in de Eihei Koruko “Lotus midden in het vuur” noemt.

 

Als ik pak wat niet van mij is, ben ik een dief – direct, in hetzelfde ogenblik. En als ik zazen beoefen ben ik direct een boeddha. Daar heb ik geen techniek voor nodig, ik hoef alleen maar te geloven in zazen en zitten om boeddha te zijn. Dat is dan niet meer “Sawaki Kodo”, dat stijgt daar ver boven uit.

 

Wat bezit echt werkelijkheid? De houding van het lichaam! Hoe het met jouw bewustzijn zit is niet het probleem. Het daadwerkelijke probleem lost op in het moment waarop je je overgeeft aan de juiste vorm van het zitten.

 

Als je jouw probleem consequent tot op het einde doordenkt, zal je uiteindelijk niets meer resteren dan gewoon te gaan zitten. Je zult geen keus meer hebben dan te gaan oefenen. Op het einde kom je zo tot de beoefening van het gewoon-zitten (shikantaza), tot zazen dat het afvallen van lichaam en geest is (shinjin-datsuraku).

 

In de wereld van de mensen gaat het steeds om geld, carrière-maken, goed eten en plezier-hebben. Dus brengen we ons hele leven door met seks, snoepgoed en andere lekkernijen. Zazen wil zeggen daarvan afscheid nemen. Het betekent een pauze nemen van het “mens-zijn”.

 

Wat betekent oefening? Ophouden met het mens-zijn! Het betekent als mens de handdoek in de ring te werpen.

 

Wat betekent “ondenken” [hishiryo]? Het betekent vakantie te nemen van het mens-zijn. Als je afscheid neemt van de mensen-wereld win je eindelijk de nodige afstand om je om te draaien en een licht op jezelf te schijnen.

 

Laat los van jezelf. Staar niet naar de maan, de maan schijnt helemaal vanzelf.

 

Onze illusies zijn oneindig, daaraan kunnen we niets veranderen. Het gaat ons er ook niet om daaraan iets te veranderen. Het gaat erom, gewoon te zijn. Dat is gewoon zitten [shikantaza]. En als je inziet dat je geen andere keus dan dat hebt, dan zul je ook niet langer verdwalen.

 

Waarom leven we eigenlijk op dit moment? We leven in de genade van het grote licht en daarom moeten we eindelijk eens ophouden met onze egoïstische trucjes en omkeren naar onze werkelijke natuur. Dat betekent ons eerzuchtig streven naar “meer”los te laten en ons volledig over te geven aan het ware leven dat zich in ieder afzonderlijk moment door en in ons verwerkelijkt. Daarvoor hoef je helemaal niets te “doen”. Als je je geheel aan dit moment overgeeft zul je gewoon zazen zijn en zazen zal voor en door jou zitten.

 

Ik geloof in het zitten. Geloven wil zeggen dat de twijfels over jouw eigen universele natuur oplossen: “Het klopt, dit ‘ik’, ‘mij’ en ‘mijn’ was er nooit in werkelijkheid!” Zo lost ook jouw twijfel over zazen op en je zien in dat je geen andere keus hebt dan gewoon te zitten. Dat wil zeggen geloven in het zitten.

 

Als je zazen beoefent is het in werkelijkheid niet “jij” die zazen beoefent. Het is slechts grenzeloze uitgestrektheid die grenzeloze uitgestrektheid beoefent. Deze grenzeloze uitgestrektheid staat voor het geloof in zazen.

 

In zazen hou je op “jij” te zijn.Je wordt één met de grote natuur of beter gezegd: De grote natuur keert eindelijk terug – naar zichzelf.

 

 


13. Ik? Ik ben slechts een schimmel in een vochtige hoek


 

Zazen is niets anders dan de beoefening van de samadhi van de schatkamer van het heldere licht. Daar is geen sprake van “of het iets opbrengt”. Het gaat erom terug te keren naar deze oorspronkelijke toestand. Daarom is het ook volkomen in orde dat een baby een baby is. Daarentegen zijn er mensen die proberen door meditatie tot inzichten te komen, maar dat heeft nog niet in het geringste ook maar iets te maken met zazen.

 

Waarom is Ryokan zo geliefd? Omdat hij nooit probeert ons iets wijs te maken. Als ik mezelf met Ryokan vergelijk moet ik me schamen: Ik verdien teveel geld.

 

“Tot de weg geraken” [shii-do] is niet iets wat wij mensen klaar krijgen. Wat uit een diepe wortel groeit, hoef je niet nog eens te cultiveren: De ogen zijn horizontaal, de neus vertikaal.

 

We leven dit leven volgens een kosmische indeling die ons in leven houdt. Hoe kan het dan dat we ons zo op de borst slaan en over “ons” leven spreken? Hoe kan het dan dat alles om ons “ego” draait?

 

Er is helemaal niets wat jou toekomt of wat jou uitmaakt. Alles is als een stromende rivier. Daar is geen vaste substantie zoals het “ego”.

 

(Zichzelf in de wang knijpend) Dit hier is niets meer dan een paddestoel die bij de juiste temperatuur en vochtigheidsgraad uit de aarde ontspruit. Niets bijzonders, een schimmel! Een product voortkomend uit warmte en vocht!

 

Als je de dingen uitsluitend vanuit het perspectief van jouw eigen ego ziet, zie je alles verdraait!

 

“Zal ik huilen, zal ik vliegen? Vergeet de tranen en sla met de vleugels!” Wie herinnert zich niet dit kinderrijmpje? Waar het om gaat is in dit ogenblik alles te geven, los te laten en dit lichaam aan boeddha over te laten. Als je met heel je hart Avalokiteshvara Bodhisattva aanroept, dan is er geen jij meer op dat moment – dan is er nog alleen maar Avalokiteshvara Bodhisattva. Dat wil omgekeerd zeggen dat jij het hele universum vult.

 

“Het veld, de berg, het dorp, mijn lichaam

zijn het kraaien van de haan – en niets erbuiten!”

 

Je hoeft alleen maar je golflengte aan te passen om één te zijn met alles. De naad tussen het veld, de berg en jou verdwijnt en het kraaien van de haan luidt door het hele universum. Buiten het kraaien van de haan is er verder niets. Maar dat geldt niet voor de klank. Alles is één met het kraaien van de haan en er is daar niemand die hoort en niets dat gehoord wordt. Op dit punt lossen subject en object op.

 

Je moet de dingen bezien vanuit een standpunt waarop je alles volkomen vergeten bent. Niet alleen rijkdom en armoede, maar ook alle andere waardemaatstaven van de mens. Als je dat kunt, kunnen zelfs duizend heiligen niet tot aan jou komen.

 

Hou op met vuren, vergeet gewoon alles! Als man moet je jouw man-zijn vergeten, als vrouw jouw vrouw-zijn. De wetenschappers moeten hun wetenschap vergeten, de adel hun adelstand, de armen hun armoede. Dan is er geen reden meer voor haat en geen reden meer voor arrogantie.

 

Bij de boeddhaweg gaat het er niet om, om een doorsneeburger tot een boeddha te transformeren. Op de boeddhaweg springen de doorsneeburger en boeddha gemeenschappelijk over de grens heen tussen “doorsnee” en “bijzonder”, “Illusie” en “satori”. De Boeddhaleer maakt geen probleem van illusie en verlichting.

 

“Een treffer die je alles laat vergeten.”(Shobogenzo Keisei-sanshoku) Je hoeft geen moeite te doen het “ware geluid” van de bamboe te horen – het geluid van de bamboe vult het hele universum. Als je het geluid van de bamboe hoort is er niets anders dan het geluid van de bamboe. Als je in bad gaat is er niets anders dan het baden. Als je een maaltijd nuttigt dan is er niets anders dan het eten.

 

Zo te doen alsof jouw oefening of jouw satori jou zelf toekomt is hetzelfde als zich slapend voordoen en tegelijkertijd beweren dat je niet thuis bent.

 

Het leven loopt niet zoals jij je dat voorstelt. Maar zodra je ophoudt verkeerde voorstellingen te maken en in plaats daarvan je blik op jezelf richt, zul je inzien dat er nergens om je heen hindernissen zijn.

 

Al jouw problemen hebben hun oorsprong in de veronderstelling dat je tegen de noodzaak kunt vechten. Zie je dan niet in dat je je daarbij vergaloppeerd hebt en je je nu tevergeefs aan het afslopen bent?

 

“Nietszeggend!”, schreef Jiun Sonja met lange penseelstreken. De mensen lachen en huilen, maken een hoop heisa om niets. Maar alleen vanuit het standpunt dat nergens op gegrond is zul je inzien dat alles nietszeggend is.

 

Je maakt een hoop heisa om niets. In werkelijkheid speelt het geen rol hoe de dobbelstenen vallen. Want wat er ook gebeurt, je zult nooit uit de kosmische Dharma-Lotusbloesem vallen.  

 

 

 


14. De Boeddhadharma is eeuwig en onbegrensd – hoe zou deze ooit passen in jouw kleine wereld van geluk en tevredenheid?


 

Als mensen hebben we inzichten en satori’s. Maar als we niet heenstappen over dat wat de mensen bezitten dan is onze satori slechts ons persoonlijk bezit. Wat slechts jouw persoonlijk bezit is, is uiteindelijk helemaal niets.

 

Je zegt dat subject en object één zijn en noemt dat “jouw” satori? Je hebt het over loslaten en denkt op deze manier “jouw” gelatenheid gevonden te hebben? Een ver verbreidde vergissing…

 

Je zegt dat je jouw ego wilt weggooien? Probeer je eigenlijk niet dichter bij boeddha te komen? Bij een boeddha die je volgens je eigen maatstaven gemaakt hebt.

 

Je zegt dat de Boeddhaleer moeilijk te begrijpen is? Waarom is deze zo moeilijk te begrijpen voor jou? Omdat je probeert deze voor jezelf te begrijpen in jouw kleine schedel.  Als je toch eens daarmee zou ophouden, dan is er niets aan de hand!

 

Uiteindelijk gaat het in de Boeddhaleer om de vraag hoe wij met onszelf opruimen. Maar ik heb altijd gedacht dat ik me door de oefening zo zou ontwikkelen zoals ik het me voorgesteld had en dus beoefende ik vele jaren zo goed mogelijk volgens de vorm zonder dat ik mijn eigen probleem opgelost had. Het werkelijke probleem ben jij zelf maar dit probleem krijg je tot op het eind niet in de greep.

 

Je denkt tevreden te zijn? Dat is slechts een droom! Stop met dromen en doe met heel je hart datgene wat niet tevreden stelt: zazen. Ga met vaste tred op weg waar niets te winnen is. Zo ben je “een mens op de weg van verlichting”.

 

“Rust van geest” of “satori” zijn niets vaststaand: Als je denkt de “ware Dharma” begrepen te hebben, bega je een grote fout.

 

Hoe meer boeken we lezen, hoe meer we verstrikt raken in onze begrippen: Dit is Hinayana en dat is Mahayana, of beter gezegd…Maar met elk, nieuw ingewikkeld begrip verliezen we meer en meer de ware smaak van de werkelijkheid. Daarom moeten we eerst eens begrijpen dat onze begripsspelletjes ons nergens toe leiden. Dan kunnen we deze begripscomplexen weer uit elkaar halen en de wereld nuchter en onopgesmukt bekijken. Als we ons bevrijden uit het net van onze begrippen  waarin we verstrikt zijn geraakt dan zal onze bloeddruk dalen en zullen we het leven in elke situatie met een frisse geest begroeten. Daarom zeg ik altijd: “Hey, uit elkaar jullie!”

 

We raken constant verstrikt in iets. Als we ons aan de geboden houden, blijven we steken in ons bewustzijn daarvan: “Zien jullie dan niet, hoe ik me aan de geboden houdt!?” Of we zeggen zaken als: “Dit aspect van de Boeddhaleer begrijpt niemand echt – buiten ik zelf!” We moeten niet zo hysterisch worden.

 

Hoe goed het ook mag zijn wat je doet, als je daaraan blijft hangen is het niets waard: Vergeet jouw satori, vergeet al je goede daden!

 

Waar het op aankomt is niet jouw intelligentie. Dat heeft niets te maken met de Boeddhaleer. De Dharma is niets anders dan jouw oorspronkelijke verschijning. Daarom is het belangrijk dat je stopt met jezelf en de anderen iets wijs te maken en dat je in plaats daarvan terugkeert naar jouw eigenlijke zelf.

 

De Leer betekent oorspronkelijk datgene wat niet past in jouw kleine wereld van wensen en gedachtes. Niets loopt zo zoals jij dat persoonlijk hoopt.

 

Waarom zijn de mensen eigenlijk allemaal zo gestrest? Omdat ze allemaal zo druk bezig zijn hun eigen extra worstjes te braden.

 

Iedereen laat zich door zijn ego voor de gek houden. De ideeën die dit ego ons influistert zijn allemaal illusies.

 

Je raakt verstrikt in de verwarring als je naar de Weg zoekt voor jou persoonlijk. Geef jezelf volledig over aan de Weg. Als je alles opgeeft voor de Weg blijft er niets meer van je over buiten de Weg zelf: Dat is satori.

 

Satori is niets wat jou persoonlijk tevreden kan stellen: Satori wil zeggen dat het hele universum naadloos verbonden is. Satori moet hetzelfde effect hebben voor jou als voor de anderen. Zolang het je om jou gaat heeft dat niets te maken met de Boeddhaweg.

 

Watblief!? Je vraagt mij naar de oplossing voor jou zelf van het grote probleem van leven en dood? Wie is er nou geïnteresseerd in jouw leven en dood? Jij doet helemaal niet ter zake! Ha, ha, ha…(Oka Sotan Roshi)

 

Monnik worden wil zeggen afscheid nemen van de menselijke wensen en hoop. Het betekent deze wensen en hoop te vervangen door iets geheel anders.

 

Maak zazen niet tot een doorsneeburger-iets. Maak de doorsneeburger in jou liever tot een deel van zazen. Uit zazen mag je helemaal niets maken.

 

De oplossing van het probleem van leven en dood vind je op het moment dat je volledig opgaat in de oefening van de Boeddhaweg. Op deze manier jouw leven te leven wil niets anders zeggen dan het “afvallen van lichaam en geest”(Genjokoan).

 

 

 


15. Zen is niets spiritueels – zen wordt met het lichaam beoefend


 

Een ondernemer die een grote som geld moest zien op te brengen, hoorde een van mijn lezingen en kwam tot de conclusie: Wat ik kan dat kan ik en wat niet, dat niet. Ik zal gewoon met mijn lichaam doen wat ik kan zonder me in mijn kop onnodige zorgen te maken.

 

Sommige monniken zeggen: “Ik scheer mijn hoofd in mijn hart” – en laten hun haar lang groeien. Wat denken die eigenlijk? Hoe een kaal hoofd aanvoelt weet je alleen dan als je je hoofd scheert. Hoe het voelt in een trainingspak weet je alleen dan als je een trainingspak draagt. Daarom draag ik liever mijn kesa.

 

Satori voltrekt zich niet in jouw hoofd. Satori wordt met het lichaam beoefend. Het is oefening in de houding van Boeddha. Al wat “spiritueel” is moet voorzichtig benaderd worden. Zen-beoefening moet bij het lichaam beginnen.

 

Oefening betekent een religieus leven te lijden.

 

De geest drukt zich in het lichaam uit, of beter gezegd: In de levensinstelling.

 

De soetra’s zijn niets anders dan het water dat je in het begin van boven uit  in de pomp laat stromen om de pomp op gang te krijgen. Als je dan met je eigen lichaam oefent werkt jouw levensinstelling als een pomp die het water van de eeuwige waarheid aan het licht brengt.

 

Geven wil zeggen niet vorderen. Daarbij gaat het niet alleen om geld of materiële zaken. We mogen ook niet verlangen naar satori of het paradijs. Of bang zijn voor de hel. Het gaat erom ons dagelijkse leven als uitdrukking van geven te leven. We moeten dat leven wat “nergens goed voor is”. Dan zullen we ook stoppen met te hangen aan ons leven zelf en zal ons ware zelf zich vrij en soeverein manifesteren in onze levensinstelling.

 

De Weg laat zich niet uitdrukken in intellectueel begrijpen: Onze levensinstelling en ons karakter zijn de Weg.

 

Zen is jouw dagelijkse leven. Als je naar de wc gaat moet je op de wc je leven opnieuw uitvinden. Als je in bad gaat, moet je in bad omdraaien tot een religieus leven. In zazen gaat het erom het eigen leven steeds opnieuw met frisse adem te leven.

 

Satori wil niet zeggen dat je nieuwe begripsvormen moet aanleren. Satori wil zeggen het eigen leven opnieuw te schapen. Het betekent het eeuwige leven in ieder afzonderlijk moment nieuw te leven.

 

Als je klaagt dat het ijskoud is zal het nog kouder aanvoelen dan dat het daadwerkelijk is. Blijf liever stil. Als we over iets praten houden we ons uiteindelijk met onze woorden zelf voor de gek.

 

Een judo-leraar zei: “In mijn school gaat het erom steeds als een rivier te zijn. Als jou je tegenstander bij je rechterhand pakt, dan is het te laat je zorgen te gaan maken om je rechterhand. Als een rivier zijn wil zeggen je met je linkerhand een nieuwe weg te openen.Als je begint met judo moet je eerst leren als een rivier te zijn. Als tachtigjarige ben ik tot op vandaag bezig te leren om als een rivier te zijn.” Op deze manier “als een rivier” te zijn betekent het eigen leven steeds weer opnieuw vorm te geven. Nergens verwijlen, nooit blijven staan, aan niets vasthouden. Wie zijn leven op deze manier niet steeds opnieuw vorm geeft, zal blijven hangen in de dagelijkse sleur.

 

Als je niet aan jezelf vasthoudt is het leven in de wereld niet zo moeilijk. Alleen omdat je aan jezelf vasthoudt, lijkt alles gecompliceerd en problematisch. Jij denkt dat de maan treurig of gelukkig is omdat je het vanuit jouw persoonlijke standpunt bekijkt. Bekijk liever jezelf vanuit het standpunt van de maan!

 

Geen reden om zo teleurgesteld te zijn. Als je verliest wil dat zeggen dat jouw tegenstander gewonnen heeft. In de ogen van god is het ene net zo goed als het andere.

 

Je steekt vast in jouw illusies. Op deze manier bind je jezelf vast. Om uit deze impasse te komen moet je het universum als geheel betrachten zonder ook maar aan een detail ervan vast te houden. Zelfs de illusies laten zich niet grijpen. Jij bent jij, ik ben ik. Wat voor het hoofd geluk betekent, is geen geluk voor de voeten. Als je het universum als geheel betracht zullen alle hardnekkige standpunten waarop jouw illusies zich baseren, vanzelf oplossen.

 

   


16. Je zoekt naar geestelijke rust? Maak je eerst eens echt zorgen!


 

Pas je aan de omgeving aan, doe anderen een plezier. Leef jouw leven zo, dat je buurman tevreden is. Oefen je zo in je huwelijk. Oefen zo met je ouders of kinderen. Leef je leven als een dode – dan werk je niemand op de zenuwen.

 

Toen ik terugkwam uit de oorlog, was ik eens getuige van een explosie in een munitieopslag. Je kunt je niet voorstellen hoe ik in mijn broek scheet! Gedurende de oorlog heb ik me altijd groot voorgedaan met mijn vechtersgeest, maar terugblikkend was dat ook niet meer dan het geleuter van een bandiet als Kunisada Chûji(2). Moed komt tevoorschijn als we een tegenstander zien, met wie we kunnen vechten. Maar als we domweg alleen in zazen zitten, helpen moed en vechtersgeest niet als de bodem onder onze voeten begint te wankelen. De berusting die te vinden is in de leer van boeddha, heeft niets van doen met de overmoed van een bandiet. De leer van Boeddha wordt op geheel andere wijze beoefend. Toen ik dit voor het eerst inzag ben ik opgehouden te wedijveren met anderen om wie de beste en de moedigste is.

 

(2) Kunisada Chûji is samen met Ishikawa Goemon en Tenichibô de Japanse geschiedenis ingegaan als de drie meesterdieven.

 

Ga eerst eens zitten. Geen reden tot haast. Neem in alle rust de juiste zithouding aan. Hier is het uitgangspunt: Bezie je hele leven vanuit zazen, maak je op weg en laat je duidelijk worden wat het leven voor jou inhoudt.

 


17. Hooggeëerd publiek! Zie hier, een echte monnik!


 

Als je ophoudt jezelf in de schijnwerpers te gooien, dan zal jouw leven onbegrensd weids zijn. Sinds ik het professoraat op de Komazawa universiteit heb aangenomen, krijg ik een maandloon uitbetaald om zazen te beoefenen – opmerkelijk dat men zaken doet met iets dat men eigenlijk voor zichzelf, helemaal alleen beoefent. Dat wil zeggen dat mijn oefening nog onrijp is!

 

Iemand die denkt een zenmeester te zijn en ook door anderen zo behandeld wil worden, is een uilskuiken. Een echte zenmeester denkt er niet over na of hij een zenmeester is of niet.

 

Er zijn monniken die leven de regels alleen maar strikt na omdat ze daardoor door anderen bewonderd worden. Bij mij komt dat over als een truc van een goochelaar  in een circus – het liefst zou ik willen zeggen: “Hooggeëerd publiek! Zie hier, een echte monnik!

 

Een jonge monnik die met alle toewijding de Boeddhaweg beoefende, vertelde ik ooit: “Let liever op dat niet ergens onderweg je lont opbrandt!” Want bij de beoefening van de weg valt niets te bereiken. Jouw dagelijkse oefening moet een uitdrukking zijn van doelloosheid, van overgave en loslaten.

 


18. De houding van het lichaam drukt zich in het hele leven uit  


 

Vandaag de dag zie ik veel mensen die denken dat vrijheid inhoudt dat je kunt doen en laten waar je zin in hebt. De moderne mens schijnt aan de chronische ziekte te lijden alleen dat te doen wat plezierig is. Alle aspecten in ons dagelijkse leven moeten op een duidelijk doel gericht zijn – we moeten met eenzelfde precisie schieten als een scherpschutter, zowel bij het eten als op de plee.

 

Boeddha zijn wil zeggen helemaal jezelf zijn – hier en nu. Geheel in dit moment zijn. Geheel één zijn met wat je doet. Op deze plek geheel één te zijn met alle aspecten van het dagelijkse leven.

 

Jouw oefening zelf is Satori, jouw vorm is de geest, jouw instelling is de Weg. Dat jouw gedrag de Boeddhadharma is wil zeggen dat jouw instelling en houding in alle aspecten van het leven zijn doordrongen.

 


19. De kracht om te leven haal je uit je geloof


 

Het leven is een grote echtelijke ruzie. En we blijven maar hopen op iemand die deze strijd voor ons beslecht. Maar de oplossing voor deze strijd moeten we in onszelf dragen. Dat is wat ik geloof noem. Deze innerlijke kracht haal je uit je geloof, uit het Boeddhisme. Het moet zo zijn alsof Boeddha in jouw hart woont en je dagelijks een bezoek brengt. Je moet deze relatie zo verder ontplooien, dat Boeddha op elk moment en op elke plek tevoorschijn komt – dan bevrijdt je niet alleen je eigen lijden, maar ook het lijden van alle mensen.

 

Je mag jouw satori niet luchtdicht verpakken. Als je eenmaal met de Grote Kwestie in aanraking bent gekomen, moet je je hele leven erop bouwen – als je thee drinkt, drink je thee, als je eet, dan eet je. Om het even of je nou slaapt, opstaat of omvalt, jouw hele leven moet erdoor vervuld zijn.

 

De Weg van Boeddha mag geen middel zijn om het doel te bereiken in jouw leven. Het is belangrijk dat jouw hele leven doordrongen is van de Leer.

 


20. Satori? Dat is niets anders dan verliezen


 

Ik verwoord het Boeddhisme graag in een bevel: “Staakt het vuren!” Dan zijn er geen tegenstanders meer, dan is er niemand meer om mee te wedijveren.

 

Om te zien hoe de Boeddhanatuur ons geheel vervult, zullen we eerst vergankelijkheid moeten inzien. Vergankelijkheid inzien wil zeggen ons leven zin geven. Als je de vergankelijkheid inziet, zul je begrijpen dat het beter is je voor anderen op te offeren dan voor jezelf te leven. De geest die zich opoffert voor anderen, is de geest die de vergankelijkheid inziet.

 

Tot op vandaag dacht ik dat de wereld er was voor mij, vanaf vandaag wil ik mijn leven geven voor deze wereld: Het gaat om deze ommekeer.

 

Ik zeg vaak dat satori ‘verliezen’ is. Winnen is verdwalen. Die bij het gokken of in de lotto wint, zal zich verliezen in illusie. Waarom zijn de mensen eigenlijk uit op gewin en succes? Als de wereld dat nou eens inzag, dan zou er vrede heersen op aarde.

 


21. Je wilt tachtig worden? Leef liever het eeuwige leven!


 

De reden dat we altijd bekvechten met anderen is onze illusie. Ergens dragen we allemaal een tegenspraak in ons en we weten niet waarom. En als ook maar het geringste tegenzit, dan explodeert deze tegenspraak. Uiteindelijk wil dat zeggen dat we ons eigen leven niet begrijpen.

 

Toen ik 13, 14 jaar was verdronk ik langzaam in mijn eigen lijden en met 16 had dit lijden zijn hoogtepunt bereikt. Hoe moet ik leven!? Moet ik dit lichaam dat lijdt van me afwerpen? Neen, dat is onmogelijk. Mij reste niets anders dan met dit zondige lichaam mijn weg te gaan. Dit lichaam had ook een bandiet kunnen worden, die zijn eigen broer met een dolk neersteekt – echter ik besloot me aan zazen te wijden. Dat is niet gering. Dit is niet alleen een groot gewin voor mezelf, maar ook voor vele anderen.

 

Je wilt geld verdienen, je wilt smullen, je wilt carriere maken: Dat is afwijken van de Weg. In zen gaat het erom terug te keren naar jouw oorspronkelijke weg – bezin je op je eigen natuur! Vanuit dit standpunt zul je inzien dat je niet uit eigen kracht geboren bent, noch op eigen kracht ademt en dat ook jij het niet bent die je eigen hart laat slaan. “Ik doe alleen wat ik leuk vind” – sla geen wartaal uit, de oude wijzen leerden ons dat we niet gescheiden zijn van het universum.

 

Je studeert ijverig omdat je een doel voor ogen hebt. Daarbij motiveert het je als anderen zien dat je succesvol bent. Maar zodra je je doel bereikt hebt, kom je weer in een dip: Iets ontbreekt er nog. Jouw echte zelf zul je pas tegenkomen, als je je ontdoet van je stinkende vleesvracht en één wordt met het universum. Maar daarvoor moet je eerst eens stevig op je achterste gaan zitten. Als je dan eindelijk inziet dat je één bent met het universum en jouw leven vanuit deze visie leeft – dan zul je vreugde ervaren, dan ervaar je wat echt geluk omhelst.

 

22.  Jouw leven? Als het voorbij is, is het voorbij!


 

“Hoe als mens leven?” – Jij hebt geen idee, jouw vrouw heeft geen idee, je kinderen hebben geen idee. De wereld is vol met mensen die niet het geringste idee hebben, hoe ze het leven moeten leven.

 

We leven ons leven als spelende kinderen in een bos: zoekend, vangend en gevangen worden. In onze zoektocht verliezen we ons zelf steeds verder en verder in het kreupelhout en we zullen eerder sterven dan deze verwarring ooit ontrafeld te hebben.

 

Wie altijd de nieuwste delicatessen wilt uitproberen zal het slecht afgaan als er geen delicatessen meer zijn. Als je altijd het leven wilt genieten, zal eens het genot je misnoegen. Geluk is aan hem, die arm geboren is en door een harde leerschool is gegaan. Armoede is niet altijd armoede en vreugde niet altijd vreugde. Alleen de doorsneeburger maakt een hoop bombarie om niets. Hij draait steeds rondjes, loopt dat achterna wat hem boeit en ontwijkt dat wat hem niet aanstaat – het grootste geluk omvat niets anders dan erin op te gaan.

 

Je hoeft niet je leven lang naar “rust van geest” te zoeken, alsof je een hoekje zoekt om je te verstoppen. Als jouw zorgen alledaags zijn, dan moet je de rust van geest in deze zorgen vinden.

 


23. Waarom ben je eigenlijk op de wereld gekomen?


 

Er bestaat geen enkel probleem – de Weg is eenvoudig, zonder moeilijkheden. Hoe kan het dan dat de weg voor de volwassenen zo moeizaam lijkt, terwijl het voor een baby zo eenvoudig is? Volwassenen zijn nogal bizar – waarom openen ze niet gewoon hun ogen en kijken vooruit, in plaats van te schelden en zichzelf iets voor te liegen? Er is geen enkele reden tot beklag: Als het regent, dan laat het regenen en als de storm raast, dan laat hem razen.

 

Men zegt dat dit lichaam zoals het is, het lichaam Boeddha is. Maar het lichaam van een doorsneeburger is niets anders dan een doorsneeburger. Het lichaam van een doorsneeburger kan alleen dan het lichaam van Boeddha zijn als de doorsneeburger zichzelf volkomen vergeet.

 

Je bent zo weg van jezelf dat je meer lijkt op de duivel dan op Boeddha. De Leer moet als een marionet met je spelen totdat je je zelf niet meer bewegen kunt. Alleen dan kun je zeggen dat dit lichaam zoals het is, Boeddha is.

 


24. Jij wilt satori? Waarom, om het als een ring door je neus te halen?


 

Het kosmische landschap te overzien in een oogopslag, is geen kwestie van een brandpuntsafstand. Het gaat om de scherpte van jouw instelling. Je moet je volledig ontdoen van al jouw illusies. Wat er ook in jouw hoofd dwaalt: Het klopt niet en al het andere klopt ook niet. Alles wat je denkt en bedenkt klopt niet – als je uiteindelijk alles zo negeert, is er op het eind niets meer over. Je moet je gekleurde bril afzetten. Dan zie je de dingen zoals ze werkelijk zijn.

 

Het is heel eenvoudig: De dingen zijn, zoals ze zijn. En dat is alles. En of dat nou zo goed is of niet, doet verder niet terzake.

 

Dacht je soms dat religieuze beoefening tot Satori leidt? Neen, oefening zelf is Satori.

 

Zazen is eenvoudigweg zitten – zonder er ook maar aan te denken een Boeddha te willen worden. Zazen is de grootste rust in ons leven.

 


25. Blijf arm – anders verdwaal je


 

Als jonge monnik deed ik er alles aan Satori te verkrijgen. Toen gaf Fueoka Ryoun Roshi mij een les voor de rest van mijn leven: “Wat maak je je toch druk, Kodo. Je bent als iemand die stront aan zijn neus heeft hangen en zich toch afvraagt wie er een scheet heeft gelaten. Zolang je op deze manier naar Satori zoekt, zul je het nooit vinden.”

 

Wie wil er Satori? “Ik!” De Satori van deze “ik”, stelt niets voor.

 

“Ik ben een leerling van Meester huppeldepup!” Deze leerlingen pronken slechts met de naam van hun meester. De verpakking is kennelijk belangrijker dan de inhoud.

 

De mensen proberen zelfs met zazen nog iets te bereiken. Zelfs op de Weg lijden ze nog aan stress.

 


26. Religieuze oefening is het loslaten van de vastgeroeste opvattingen en voorstellingen


 

Als je verkrampt bent, zul je je nooit kunnen ontdoen van je vastgeroeste voorstellingen. Laat je daarentegen los, dan zal ineens de wereld om je heen zich onverhoopt openbaren.

 

We dragen een brok graniet in ons hoofd. Dat is wat ik onze “indivudualiteit” noem: Dat wat van ons is, willen we niet loslaten. Mannen houden vast aan hun mannelijkheid, vrouwen zwermen in hun vrouwelijkheid. Beiden gekluisterd aan hun eigen standpunten. Oefening bestaat daaruit deze vastgeroeste instellingen los te breken. Als je echt bereid bent je zelf helemaal los te laten, zul je zelfs niet meer aan je leven hangen. Daarom is het belangrijk om in de oefening een open en flexibele geest te ontwikkelen en niet langer je eigen hersenspinsels na te lopen. Verlies jezelf niet langer in onbenulligheden, maar wijd je aan het onbegrensde, kosmische geheel.

 

Als je de voorstelling van het “ego” loslaat, zul je je zelf in alles ontdekken. In alle dingen - in een kop thee, een paar houtsandalen, overal zul je je zelf ontdekken. En ineens heeft alles een betekenis gekregen in je leven: Dat is zazen beoefenen.

                                                                 

Leef je leven vanuit het standpunt van je ouders, vanuit het standpunt van je vrouw, vanuit het standpunt van je kinderen. Dan zul in jouw ouders, in jouw vrouw en in jouw kinderen jezelf zien.

 


27. Een verdwaalde is tevens een boeddha – doorleef de diepte en dynamiek van deze relatie


 

Hoe meer je bezig bent met jouw apengeest en paardenwil, des te meer zal jouw apengeest en paardenwil je mangelen en voor de gek houden. Je kunt zazen beoefenen, Amithaba Boeddha reciteren, de regels strikt naleven – je kunt ook wachten tot je een ons weegt: Nooit zul je kunnen ontdoen van je illusies. Hoezeer je ook je best doet je los te maken van illusie, nooit zul je de toestand van niet-denken of niet-geest bereiken – je maakt alleen maar jezelf gek!

 

De mens en de Boeddhadharma – deze relatie is ondoorgrondbaar diep. De doorsneeburger en Boeddha leven samen. Er is geen doorsnee burger buiten Boeddha en er is geen Nirvana buiten leven en dood. Aan jou is het de vrede in dit brandende huis te vinden.

 

“Zo helder en licht de maan schijnt,

zo donker is de schaduw van de den”.

Hoe langer je zit, des te meer zul je inzien dat zowel boeddha als de doorsneeburger in jou wonen. Dat is Samadhi: De onbegrensde, weidse en tevens gecompliceerde wereld.

 


28. Wie zou jou gemist hebben als je vorig jaar was gestorven?


 

Verwondert het je, dat de ander zo geïrriteerd is? Misschien is het wel zo dat jij je ergert over de ander – en hij blikt met gelijke boze ogen terug. Zoals jij de anderen behandelt, zo reageren ze op jou.

 

We zien alles door een gekleurde bril – in het Boeddhisme noemt men dit “karma” of “illusie”. De wereld waar we tevreden mee zijn en de wereld waar we ontevreden mee zijn, hebben we zelf samengesteld.

 

Er is noch geluk, noch ongeluk in het leven. Alles is afhankelijk van jouw persoonlijk perspectief: Er zijn mensen die nog hun lijden weten te vinden in het grootse geluk.

 

Het verhaal van jouw leven is als de vlucht van de wolken. De weidse hemel is de Leer. Niets om aan vast te klampen – helemaal niets.

 


29. Je leeft al in Nirvana – en je maakt je nog steeds druk om je loonstrookje?


 

Je pocht met je naam en rang en je weet nog niet eens wie je werkelijk zelf bent. Je weet niet aan welk toeval je het te danken hebt geboren te zijn en je weet nog niet eens waarom je ademt. Voordat je het in de gaten hebt, word je verliefd op een meisje en voordat je het weet sta je daar getrouwd met vrouw en kind – en weet je nog steeds niks.

 

Mensen zijn altijd op de vlucht. Ze verstoppen zich dan hier, dan daar – altijd op zoek naar een betere stek. Wanneer eindigt deze vlucht van de mens? In de doodskist!

 

Niets in deze wereld is van echt belang: Geld niet, carriere niet, wat je behaagt of niet behaagt. Niets is oninteressanter dan dat wat de mensen interesseert. Rampen? Niet interessant. Zelfs Ryokan zei: “In tegenspoed moet je tegenspoed verwelkomen; als je moet sterven, dan sterf! Alleen op deze manier kun je een ramp meesteren.”

 


30. Je wilt zo dicht bij jouw verlichte meester zijn als een luis in de onderbroek?


 

De wereld moet je zien vanuit de laatste zucht van een dode. Hoe ziet de wereld eruit vanuit de doodskist? Zolang je leeft zie je alleen de wereld van jouw illusies. Pas wanneer je sterft, komt deze wereld werkelijk tot leven.

 

Niets in dit leven staat vast: Geluk blijkt in ongeluk te stranden en ongeluk in het geluk. In werkelijkheid is er geen geluk of ongeluk, geen vreugde, noch leed. Niets moet zo zijn als het is; het is zoals het is. Alleen de mensen blazen het graag op – zo is het leven.

 

Vele dingen in het leven zijn slechts hersenspinsels, die we zelf gevoed hebben. We moeten terug naar onszelf, wakker worden en de wereld zien zoals deze daadwerkelijk is, geheel naakt, zonder onze bedenksel. Dat is de Boeddhadharma. Alles wat we aangeleerd hebben, alles wat we van horen en zien kennen, moeten we eerst eens vergeten. Al onze vergaarde kennis, alles wat we op school geleerd of op televisie gezien hebben, we laten ons alleen maar voor de gek houden.

 


31. Het universum als geheel is niets anders dan de ontwaakte geest


 

Je maakt je druk over hoe je zo snel mogelijk van punt X naar punt Y komt? Shikantaza wil zeggen teruggaan naar het moment waarbij deze gedachte niet van belang is. Op het kussen is er geen rijk of arm, is er geen bekwaam of onbekwaam. Terug naar dit punt is er slechts het zitten, vast verankerd op de grond.

 

“De vogel zingt, de bloem lacht – geheel uit zichzelf, geheel natuurlijk.” Geen tussenkomende gedachtes als: “Ik zal die Sawaki eens met een lied imponeren” of als: “Heb je geen ogen in je hoofd? Zie je dan niet de schoonheid van mij als blakende bloem?” De vogel zingt gewoon en de bloem ontvouwt zichzelf – op deze manier verwerkelijken ze zich zelf als zich zelf door zich zelf.

 

Wijsheid is iets anders dan denken te weten. Bij het denken te weten is men zelf het middelpunt, maar wijsheid bezit geen middelpunt. Er is geen zelf. Daarom gaat het de wijzen ook niet om hen zelf. De wijze ontwaakt niet voor zichzelf.

 

Als je een scheet laat, dan stinkt het – als dat geen waarheid is, wat dan wel? Er is niets in ruimte en tijd wat niet een uitdrukking van deze waarheid is. Is wit beter dan zwart? Wie kan dat nou bepalen! Wit is wit, zwart is zwart – alle dingen zijn uitdrukking van de Dharma, zonder dat daarbij het ene beter is dan het andere.

 


32. Mijn zazen omvat zowel Truman als Mao Zedong


 

Zazen wil zeggen het eeuwige leven te leven met dit lichaam zo als het is. Dat wil zeggen het leven op een volkomen manier te leven. Het hoogste doel dat een mens zich kan stellen in zijn leven is dit lichaam in te zetten ten behoeve van het gehele universum.

 

Zazen is dankbaarheid tonen voor dit leven dat je van de grote natuur ontvangen hebt en inzien dat het deze natuur is die jou de kracht tot leven geeft. Dat wil zeggen dat jij niet echt “je zelf” bent want je bent naadloos verbonden met het hele universum. Daarom is er geen plek in het universum die je niet bereiken kunt: Als je zazen beoefent, dan oefent het hele universum met jou. Want het universum is de inhoud van jouw oefening.

 

Zen moet jouw levensinstelling zijn. En jouw levensinstelling moet daaruit bestaan dat bij elke stap of beweging die je maakt, je nooit jezelf verliest. Altijd vaste grond onder de voeten, of met andere woorden altijd onafgescheiden van het universum. Jij leeft jouw leven doordat je het universum uitademt en het universum inademt.

 

Zodra je inziet dat je naadloos verbonden bent met het universum, zul je ook inzien dat je het kosmische leven niet kunt doden. Als je het kosmische beginsel begrijpt dat leven niet sterven kan dan zul je ook niet doden. Daarom wordt gezegd: “Gij zult niet doden!” Het is geen verbod. Het is een vanzelfsprekendheid waartoe je moet ontwaken.

 


33. Zazen is allesomvattend omdat het universum allesomvattend is


 

Boeddha is geen begrip. Als we evenwicht vinden in onze spieren en zenuwen, wordt dit lichaam tot Boeddha. Oefening zelf is satori. Vorm zelf is de geest. De houding zelf is de Weg.

 

“Ontwaken” is één worden met je lichaam. Dan beschik je over Boeddha’s geest, jouw doen en laten gelijken het doen en laten van Boeddha. Zazen beoefenen is op dezelfde golflengte als het universum komen, om uiteindelijk jouw losgeslagen barometer weer precieus te laten functioneren.

 

Ik vertrouw erop dat zazen één is met deze Sawaki. Zazen is Sawaki, Sawaki is zazen. En daar komt niets tussen. Maar eenvoudig is dat niet. Gewoonlijk denk je in zazen aan dat meisje dat je net op straat tegenkwam, of aan iets anders. Maar eigenlijk is zazen zo immens en onbeweeglijk als de berg Fuji. Waarom dwaal je nog langer, blijf wakker tijdens zazen! Als ik zit als een steen, dan zuigt zazen me op en slurpt me leeg. Dat is Samadhi, dat is mijn ware zelf.

 

Samadhi is het Zelf - waarvoor geen vervanging bestaat - bevatten, het is één zijn met dit ene ogenblik. En het is belangrijk dat dit Samadhi een leven lang voortduurt. Gisteren zazen, vandaag zazen. Oefen dag in, dag uit, jaar na jaar. Zo raken we in zazen vertrouwd met ons zelf en dit zazen bevatten is niets anders dan onszelf bevatten.

 


34. Alle problemen lossen vanzelf op, zodra je jezelf los laat


 

Let op dat je ruis van geborgenheid en tevredenheid niet verwart met de gelovige geest. Voel je je goed tijdens zazen? Denk heus niet dat dit „goede gevoel“ Samadhi is! Het is dezelfde illusie als de geborgen- en tevredenheid. De ware leer van Boeddha is het ontwaken uit deze ruis. Voor de “geestelijken” mag deze ruis een goede bron van inkomsten zijn – daarom zouden zij ook nooit op het idee komen te zeggen wat ik nu zeg.

 

Zazen is jezelf doorlichten. Nergens word je zo genadeloos geconfronteerd met jezelf als in zazen. Je gaat alles van jezelf zien wat je liever niet zag. En des te oprechter de oefening, des te doorzichtiger zul je worden. Des te doorzichtiger je wordt, des te duidelijker zullen je onaardige kanten je voor ogen komen. Beoefen alleen dan zazen als je de confrontatie met jezelf wilt aangaan. Ga zitten temidden van jouw illusies. Zazen laat het licht van de waarheid op je schijnen – jij, die verloren bent geraakt in eindeloze wirwar. Binnen deze illusie omarmt Boeddha jou en zodra je deze omarming verwelkomt zul je de verstrengeling van jouw illusies ontknopen en inzien hoe bekrompen je het leven leeft. Geloven is jezelf zwijgzaam gaan inzien.

 

Je bidt niet om bij God een plek in het paradijs te krijgen, je bidt ook niet om op zoiets als “satori” te wachten. In een werkelijk gebed verliezen je eigen smekende woorden hun oorspronkelijke betekenis van eigenbelang en hoop. En het gebed legt zich bloot, je deelt alles met de tienduizend verschijningen van hemel en aarde. Dit gebed is grenzeloos - als een witte reiger, neergedaald in witte sneeuw.

 

Als twee mensen voor elkander buigen wil dat zeggen dat ze hun ego een rustpause geven. Andersom wil dat ook zeggen dat we ons ego een rustpauze moeten geven als we ons voor een ander buigen. Zij die zich voor elkander buigen, zijn op dat een moment naadloos met elkaar verbonden. Zowel diegene die buigt, als diegene voor wie gebogen wordt, gaan voorbij de grenzen van doorgaans inzicht van de doorsneeburger. Het leven moet in respect geleefd worden. Zelfs je eigen familiaire aangelegenheden zullen zich oplossen, als je eens tien dagen lang probeert een ander respect te tonen.

 


35. Het begint pas echt te stormen als je je losmaakt van het universum


 

Met jouw voortdurend geleuter, belazer je toch alleen maar jezelf.  Het wordt tijd dat je de rimpels in je hart glad strijkt en eens een half uur gaat zitten: Maak schoon schip! Dan zal in het licht van de oorspronkelijke waarheid je ware gezicht tevoorschijn komen.

 

Zazen beoefenen wil zeggen je persoonlijke zelf vergeten. Tijdens zazen neem je vrij van je privé aangelegenheden. Alleen als je je persoonlijke beslommeringen laat voor wat ze zijn, zul je één worden met het universum. Zolang je dit niet inziet en je zorgen blijft maken over je eigen vleesvracht, kan geen geld ter wereld, geen studie en zelfs geen tientallen jaren zazen je ook maar iets verder brengen.

 

Het licht der wijsheid is niet waarneembaar. Want jouw waarneming zelf is het licht der wijsheid. Je ware zelf is geen deel van je bewustzijn. Als je je bewust bent van jezelf is dat alleen maar omdat je je vergelijkt met anderen. Maar net zoals je je niet bewust bent van je slaap, ben je je ook niet bewust van je ware zelf. Maar ook al kun je het niet begrijpen of omvatten, wil dat nog niet zeggen dat je er niet één mee kunt zijn. In zazen ben je werkelijk één met jezelf.

 

Een zijn in zazen wil zeggen dat jij zelf jezelf door jezelf tot jezelf maakt. Daarom mag zazen geen object van jouw bewustzijn worden. Te beweren satori bereikt te hebben of door zazen veranderd te zijn, is hetzelfde als dat je zegt: “Kijk eens hoe diep ik nu slaap!”. Ik was eens bij de kapper en viel daar in slaap. Toen liet een medewerker me later weten dat ik er lief uitzag tijdens m’n slaap. Dat wilde ik natuurlijk zelf zien, dus stelde ik een spiegel op zodat ik tijdens het slapen een voorzichtige blik op mijn gezicht kon werpen. Natuurlijk funktioneerde dat niet. Als je echt slaapt, weet je niet dat je slaapt – je bent één met je slaap.

 


36. Jouw illusies zijn niets anders dan het licht der wijsheid


 

Wie denkt een goed mens te zijn, is het in werkelijkheid niet. Wie denkt een slechterik te zijn, is zo slecht nog niet. Je illusies doorzien, is het brein zuiveren. Geen illusie meer te ontkrachten, geen waarheid meer te bereiken.

 

Je denkt last te hebben van je gedachten tijdens zazen? Maar het is toch normaal dat je je leven lang gedachten maakt. Waarom deze als “storend” ervaren en proberen te elemineren? Waarom denken dat gedachten belangrijk zijn? Laat de gedachten eens voor wat ze zijn. Als ze komen, dan komen ze. Je moet er alleen niet naar grijpen want dan produceer je volgende gedachte en verlies je jezelf slechts meer en meer. Als je hiermee ophoudt, zullen de gedachtes vanzelf verdwijnen. Als de ene gedachte verdwijnt, verschijnt direct de volgende. Maar als je je er niet mee bezig houdt, zullen ze zich spoorloos oplossen. En als uit niets verschijnen nieuwe gedachten uit de bovenlaag van je bewustzijn. Zit gewoon in zazen en laat komen wat komt, hou je er verder niet mee bezig. Alleen in zazen kun je je daarvan vrijwaren.

 

84 duizend gedachtes verschijnen en verdwijnen. Zonder jouw toedoen, funktioneert jouw lichaam ononderbroken. Daarom ben “jij” het ook niet die “denkt” en moet je deze gedachte laten voor wat het is. Om niet verstrikt te raken moet je de gedachten loslaten – als je de gedachte laat voor wat het is, is dat de juiste houding tijdens oefening. Zo zul je inzien dat het onstaan en vergaan van de 84 duizend gedachtes niets anders is dan een natuurlijk functioneren van jouw lichaam in dit ene ogenblik. Dit funktioneren in deze ene ademteug, deze ene gedachte omvat niets anders dan het licht der waarheid.

   

„Hoe zeer ik ook zazen beoefen, het lukt me niet mijn hersenspinsels te bedwingen!” – dus zazen deugt niet? Als je alleen maar bezig bent je gedachtes te elemineren, is het ook niet verwonderlijk dat je je er niet van bevrijden kunt. De gedachte zelf een gedachte te kunnen elemineren, is al een gedachte!

 


37. Verdwijn je in zazen? Of benut je zazen voor jezelf?


 

Geloven is jezelf inzien. Als je de kruik met troebel water goed vasthoudt, zakt de modder vanzelf naar benee. Zo is het ook met jouw illusies tijdens zazen. Je hebt ze nou eenmaal en dat is alles. Belangrijk is jezelf te blijven. Laat je van niets en niemand iets wijs maken – zit gewoon stabiel en jouw illusies zullen naast je plaats nemen.

 

Mensen zijn bang voor verveling. Vertwijfeld proberen ze de tijd te doden, altijd op zoek naar iets “interessants”. Net zoals de kinderen, steeds bedelend om een nieuw stuk speelgoed. Daarbij zien ze niet in hoe waardevol deze verveling is: Hoeveel tijd van jouw leven besteed jij aan zazen?

 

In onze school is zazen geen voorbereiding op satori. We beoefenen gewoon zazen. Daar is verder niets voor nodig. Geen pen en papier, ook satori en illusie mag je thuis laten. Neem helemaal niets mee naar zazen! Zazen is gewoon zitten – en dat is alles. In deze berusting liggen de onbegrenste mogelijkheden en helaas geen snoepje voor een toevallige passant.

 

Zie het eens vanuit het perspectief van een dode. Die maakt zich nergens meer druk om. Alle problemen lossen vanzelf op, zodra je ophoudt je hoofd er over te breken. Zazen is in je eigen doodskist plaats nemen: Geen verdere discussie. Als je zit, moet je je voorstellen reeds dood te zijn.

 


38. Zitten is je nieuwe zelf verwelkomen


 

Zen is vertrouwd raken met jezelf. Je maakt jezelf door je zelf tot je zelf. Dat is een Boeddha: Iemand die geheel zichzelf geworden is.

 

Het gaat hier niet om jouw beschimmelde, persoonlijke zelf. Het gaat om jouw zelf dat onafscheidelijk verbonden is met het universum. Dat is een verbonden zijn met zowel alle boeddha’s als alle lijdende wezens. Als je op deze wijze op zoek gaat naar jezelf, dan is dat de ware Weg. De ware Weg kent geen onderscheid tussen “jou” en “mij”.

 

De doosrneeburger die zich zelf ontdekt heeft, is geen “doorsneeburger” meer. Want iedere doorsneeburger is een Boeddha. En een boeddha is niet gewoon een „boeddha“. Iedere Boeddha is een doorsneeburger. Boeddha en doorsneeburger zijn één en verschillend, verschillend en één. Onmogelijk deze te scheiden.

 


39. Zazen wil zeggen, Boeddha spelen


 

De boeddhaweg bewandelen wil zeggen, doen alsof je boeddha bent. Je moet proberen hem zo goed mogelijk te imiteren. Je moet niet proberen de Leer met het brein te begrijpen. Want dan ga je de Leer tot iets menselijks maken. En dan ga je denken dat jouw imitatie van Boeddha jouw persoonlijke, menselijke inzet is en je iets zal brengen. Dat is nou wat men de  “Zen ziekte” noemt.

 

“Heb ik er wat aan? Of heb er niets aan?” Laat deze gedachte los en zit gewoon.

 

Shikantaza is water scheppen uit de bron met een emmer zonder bodem. Maar dit mag niet achteloos gebeuren. Je moet doorgaan tot het eind – alles eruitscheppen. “Gewoon zitten” wil niet zeggen zomaar gaan zitten. Jouw leven moet ervan af hangen, de oefening moet oprecht zijn. Zazen is geen middel tot het doel. Zazen moet jouw wereld zijn: Als je deze weg tot het eind doorloopt, zul je thuiskomen op deze plek, nu en hier, geheel jezelf.

 

Zazen is gewoon zazen. Zazen zelf is het doel, is de andere oever (Nirvana), is het hoogste goed. Het gaat er niet om een Boeddha te worden. Wat is zazen? Het is Boeddha spelen. Geen opgelegde opgave. We spelen Boeddha.

 


40. Jij wilt een gezond en lang leven? Je bent niet goed bij je hoofd!


 

Vandaag de dag wenst een ieder zich een gezond en lang leven. Maar waarom wil je eigenlijk gezond en lang leven? Zie je niet in dat de wens een lang leven te hebben een ziekelijke gedachte is? Een lang leven of gezondheid zeggen mij helemaal niets. Alleen om de Weg te bewandelen wens ik gezond te zijn en lang te mogen leven.

 

Wat wil je eigenlijk echt? Misschien moet je daar eens over nadenken. Als je de dag neemt zoals het komt, eet wat je voorgezet wordt zonder ergens bij stil te staan – dan omhelst jouw leven niet het echte leven. Alleen religie zet een mens aan tot zijn diepste wens. En wat omhelst jouw diepste wens? Ik noem het: Zazen.

 

Onze geest is voortdurend in beweging. Deze is noch vierkant, noch rond – er is geen grip op te krijgen. Desondanks is het onze onrustige geest waarmee we de gelofte waarmaken alle levende wezens te redden, en deze gelofte draagt ons een leven lang. En ooit zal deze gelofte zijn vruchten gaan dragen.

 


41. Alle Boeddha’s zijn diep verstrikt in illusie – en alle lijdende wezens bevinden zich op de top van verlichte wijsheid


 

Ik ben als een kameleon: Als ik in de trein zit, trek ik een grimmig gezicht zodat de kinderen me niet storen tijdens m’n slaap. En zie ze dan eens staren als ik vervolgens bij het uitstappen ze glimlachend nog een mooie reis toewens.

 

Als je iemand uitscheldt, mag er geen woede heersen in je hart. Je moet altijd weer het volgend moment kunnen lachen. Altijd als ik iemand aansnauw, is dat met een glimlach in mijn hart.

 

Alleen als je volledig bent opgelost, kun je medeleven tonen. Zolang er nog een spoor van jezelf aanwezig is, kan er geen sprake zijn van oprecht mededogen.

 

Vooropgesteld je sterft omdat je je helemaal voor de ander gegeven hebt. Is dat dan zo erg? Het gaat erom belangeloos vanuit het hart te handelen.

 


42. Niets overtreft dat wat nergens goed voor is


 

De doorsneeburger maakt zijn leven lang theater om zijn uiterlijk, zijn voorkeuren, zijn carriere en wat hij zoal verder graag op zijn bord ziet. Voortdurend op zoek naar steeds nieuwe bevredigingen. En wat heeft hij er aan? Niets! Als je inziet dat er niets te halen valt, hoef je ook niet verder te zoeken. Je zult je rust vinden in zazen, in het afvallen van lichaam en geest.

 

Je beoefent zazen? Zazen moet jou beoefenen! Zazen is nergens goed voor. Zazen is geen werktuig van de mensen. Werktuigen van mensen worden door mensen weer vernietigd. Eeuwigheid heeft niets van doen met de mensen.

 

Alles in de wereld brengt onkosten met zich mee. Niets is gratis. Daarom staan we ook niet te springen om iets te doen wat niets brengt. Het vergt een wijs besluit, iets geheel belangeloos te verrichten.

 

Als een mens zich geheel aan de Dharma wijdt, is er geen plek meer voor aarzeling en twijfel. Als je alles wat je bent op het spel zet zit je recht en oprecht, zonder enige aarzeling of twijfel.

 


43. De Weg reikt van kop tot teen


 

Er wordt gezegd dat er geen verschil is tussen Boeddha en een ieder van ons. Ik vraag me af of er daadwerkelijk geen verschil is. Ik denk dat er geen groter verschil bestaat! Wil je weten wat jou van Boeddha onderscheidt? Dat wat je ten toon spreidt: Mannen denken dat ze “mannen” zijn en vrouwen denken dat ze “vrouwen” zijn. Hier ligt de wortel van illusie.

 

Je verbergt je voortdurend achter je ego. Je kijkt alleen maar vanuit het standpunt van het ego, daarom zie je de dingen niet zoals ze zijn. Zelfs als je een buiging voor Boeddha maakt, ontbreekt er nog iets. Zelfs als je zazen beoefent, is het niet compleet.

Van vroeg tot laat schommel je tussen vreugde en lijden en je stemmingswisselingen doen daar nog een schepje bovenop. Met jouw visie over leven en dood geraak je alleen nog maar verder van huis. De kwestie van leven en dood is een psychologische valkuil – slechts bestaand in je eigen gedachten: Zelfs als je denkt dat je deze kwestie van leven en dood kunt oplossen en zo de kringloop van geboorte en dood kunt ontvluchten, is de oplossing die je denkt te weten slechts een oplossing in je brein en is de gedachte zelf, de kwestie van leven en dood te kunnen oplossen niets anders dan een onderdeel van het probleem zelf.

 

Je denkt je te hebben ontdaan van eerzuchtig streven – en je klampt je harsstarrig vast aan dit idee. Je denkt vrij te zijn van je illusies – en je hebt er een illusie bij. Er is altijd wel iets wat je niet kunt loslaten. Je moet dit onderscheid vergeten en ook de geest die denkt “los te laten”, moet je loslaten – om zo het loslaten nog los te laten. De Boeddhadharma kent geen einde.

 

Het gaat hier om een innerlijke transformatie. Om je los te kunnen maken van je ego moet je van binnen uit opnieuw geboren worden. Het is niet onmogelijk – als het niet haalbaar is voor langere periodes, dan laat op zijn minst het ego voor dit, ene moment los. Oefening is het loslaten van het ego, elk moment weer opnieuw.

 

Waarom eet je eigenlijk elke dag? Alleen omdat je honger hebt? En verder, doe je alleen maar wat je leuk vindt? Je bent als een klein kind! Het moet je langzaam duidelijk zijn waarom je eigenlijk leeft, waarom je je brood eet. Je moet een duidelijk doel voor ogen hebben. Wat je ook doet je doet het ten dienste van dit ene doel – doe goed je best en als je aan het eind (van het leven) beland bent, dan ben je aan het eind beland. Er is slechts een enkel doel voor nodig, om jouw leven eenvoudig en stil – zonder veel onnodige ophef – ervoor in te zetten.

 


44. Je moet het boeddhisme niet zo letterlijk nemen


 

Toen ik nog jong was, baarde de studie van het boeddhisme me veel kopzorgen. Het boeddhisme kwam me zo moeilijk voor omdat ik het zag als een voedingsdeskundige het koken: Als we wetenschappelijk analyseren hoeveel zout en vitamines een gerecht bevat, hoeveel calorieën, hoe de bereiding moet zijn zonder dat de vitamines verloren gaan et cetera, dan stuiten we ook op een hoop moeilijkheden. De reden waarom het boeddhisme heden ten dage zo verloren is geraakt, is louter omdat we alles op deze manier analyseren, zonder er überhaupt zelf iets van te eten. Mij volstaat de eenvoudige smaak – dag in, dag uit. Het dode omhulsel van de wetenschap interesseert me niet.

 

Toewijding aan oefening is iets anders dan erover nadenken. Ik zelf heb het bijvoorbeeld vaak over de gezichtstrekken, omdat vorm mij fascineert. Vorm is naar mijn mening erg belangrijk. Ik denk dat de vorm van gassho, van de buiging en van zazen zelfs al door de boeddha’s van voor Shakyamuni doorgegeven werden. Toewijding aan oefening is een volledig overgeven aan deze vorm.

“Als de vorm klopt, klopt ook de inhoud”- de juiste instelling impliceert de juiste geest. Daarom is het van belang, dat we in onze dagelijkse, steeds wisselende belevenissen onze houding toetsen in de oefening van zazen en we van ’s ochtends tot ’s avonds deze levensinstelling polijsten.

 

Alleen spirituele klaplopers lopen warm voor wat er in de boeken staat. Je moet leren de werkelijkheid van jouw hersenspinsels te onderscheiden. Als je leest dan lees je zelf, schep je zelf. Je bent pas echt jezelf als je alle theorie achter je laat.

Je te baseren op de kennis van het boeddhisme is gevaarlijk: Je denkt alles in woorden te kunnen verklaren. En nog voordat de woorden inhoudelijk tot je doordringen, heb je er al een doctoraalscriptie over geschreven, of geven de mensen je geld voor je “Dharmatoespraken”.

Wetenschappers beroepen zich een leven lang op begrippen. Ze zijn dermate theoretisch georiënteerd, dat ze tot aan hun dood erin blijven geloven. Ze denken teveel na, maken teveel onderscheid. Voor hen is het onmogelijk iets open en direct te aanvaarden – zoals zazen door zazen te begrijpen.

 

Bodhigeest bezitten wil zeggen de anderen bevrijden alvorens zelf bevrijd te worden. Maar zolang je er alleen maar over praat de anderen te redden terwijl je in de bus nog niet eens opstaat voor een ander, zijn het slechts lege woorden.

 

Als de mens terug zou keren naar zijn ware natuur, zouden alle problemen vanzelf oplossen. Maar vandaag de dag draait alles alleen maar om geld, neuken en vreten – de reinste dwaasheid!

 


45. Je ontdekt de huidige dag daar waar nog geen gedachte is


 

De Grote Kwestie van jouw leven krijg je cadeau niet van je ouders, noch van je meester: In de perzikbloesem zul het vinden. De grote kwestie gaat voorbij leven en dood – de perzikbloesem bloeit!

 

Ben geheel jezelf. Hier en nu moet je vaste grond onder de voeten hebben en geen ogenblik langer meer verspillen. Als je jezelf bent, dan ben je Boeddha.

 

Je moet nog niet eens Shakyamuni imiteren. Je moet je leven elke dag opnieuw ontdekken. De huidige dag moet zich grenzeloos uitdeinen. Maak deze niet tot een kopie van de gedachte van gisteren. Jouw gedachte vandaag moet geheel vrij zijn.

 

Jij zelf bent de Waarheid. Daarom moet je je best blijven doen. Hemel en aarde spreiden de Waarheid ten toon. Satori begint daar, waar je ophoudt ernaar te zoeken.

 


46. Je hebt voor je geboorte niets hoeven te betalen – en nu wil je zelfs nog geld terug krijgen?


 

De mensen leven in hun verbeelding. Eerst fabriceren ze iets, dan grijpen ze ernaar en vervolgens beginnen ze erom te bekvechten – alles neemt deel aan het grote theater. Een mens als ik, die in alle rust leeft, rent niet als een bezetene naar de voedertrog, waar zowiezo niets eetbaars in zit. Ik probeer niet iets onbereiksbaars te bereiken. Ik treur ook niet als ik pech heb en verheug me niet over geluk. Mijn hele lang heb ik me niet druk gemaakt.

 

“Zazen beoefenen we om Satori te verkrijgen, toch?”

Onzin! Wil je soms nog een fooi krijgen voor zazen? Zazen moet je open en zonder verwachting beoefenen. Als men mij vraagt waar zazen goed voor is, dan zeg ik dat het nergens goed voor is. En dan hoor je als snel: ”Als het nergens goed voor is, begin ik er beter niet aan!”

De vraag rijst wat eigenlijk wel ergens goed voor is?

 

Alles wat wij doen is voor niks. Alles wat we ontvangen is voor niks. De regen valt voor niks, de zon straalt voor niks. We krijgen geen rekening van de zon voor zijn “zonne-energie”. Waarom maken we ons dan druk dat we niks mee kunnen nemen in de dood? De rekening is vereffend, klaar, uit! Wat maakt het uit dat je op het eind als een hond in de goot van de straat sterft? Ik heb mijn hele leven lang met de instelling geleefd dat ik uiteindelijk als een hond zal verrekken. Mijn hele leven heb ik aan zazen verkwist. Ieder probeert iets toe te voegen aan zijn mensenleven – daar ligt de illusie.

 


47. Van pijl en boog tot atoombom, het is maar wat je “vooruitgang” noemt


 

Als je eens heel eerlijk diep in je hart kijkt, zul je zien dat je alleen maar bezig bent je ego te bevredigen als je zegt: ”Ik offer mezelf op voor de anderen!”

Gaat het daarbij uiteindelijk niet alleen maar om jou?

 

De hele wereld is op zoek naar bevrediging, naar vervulling van de wensen. En het antwoord is te vinden in de tijdschriften! Geen wonder dat de mensen steeds verder verstrikt raken in hun onwetendheid. De gebeurtenissen in de wereld verschijnen nog dezelfde dag op ons beeldscherm. En zo is het ook met de kringloop van onze illusies. We noemen dat “vooruitgang” en “beschaving”, de vraag is echter welke vooruitgang dit ons eigenlijk biedt. Vanuit het boeddhisme gezien is deze “vooruitgang” een verval. We gaan steeds dieper ten onder en hulden ons daarbij in beklagenswaardig lijden. De mensheid schreed voort van pijl en boog tot kruisboog, van kruisboog tot jachtgeweer, van jachtgeweer tot machinegeweer tot uiteindelijk de waterstofbom. Maar in hoeverre is hun karakter mee geëvolueerd? Niet te zien: Het zijn nog steeds dezelfde onrijpe bengels die met elkander ruziën. Alleen zijn ze nu beter bewapend.

 

De vraag is wat jij eigenlijk onder “cultuur” verstaat. Als je de bioscoop zat bent en de concerten je niet meer fascineren, neem dan eens even afstand van jouw “cultuur” en ga gewoon in zazen zitten. Hier zul je uiteindelijk vinden wat, in de schuilhoek waar je er eeuwig zo wanhopig naar zocht - niet te vinden was.

 

Satori kent geen begin, oefening neemt geen eind. Wacht niet tot iemand je er een fooi voor geeft. Oefening is de altijd al aanwezige satori naar buiten laten treden. Daarom is er geen satori los van oefening en is er geen oefening buiten satori.

 


48. De duivel heeft bezit van je genomen? Neem hem zijn buit weer af!


 

Hou op met knoteren. Leef in het moment, op deze dag, in dit ogenblik. Wat rest je anders dan nu je best te doen?

 

Al die jaren lang, ben je gaan shoppen met je gevoelens, ben je op je bek gegaan, was je jaloers en heb je met handen en voeten om je heen geslagen. Ga nou gewoon eens zitten. Hoe lang heb je om dit punt heengedraaid? De wanhopige zoektocht is eindelijk beëindigd. Hier ligt de rust en de vrede die zazen ons schenkt.

 

Onze oefening is als het riet kappen. Als je niet oplet, snij je nog je vingers aan de scherpe randen van het riet. Als je echter het riet bij de wortels pakt kun je het zo uittrekken. Hoe meer een mens van zich geeft, hoe meer hij van zichzelf laat zien.

 

Is het niet bijzonder, dat de mens nog altijd zijn krachten spaart? Iemand als ik die geen talent heeft, niet intelligent is, geld noch ouders heeft, rest niets anders dan volledig zichzelf te geven. In zoverre heb ik geluk gehad in mijn leven. Want welk geluk kan groter zijn, dan zich in een situatie bevinden waarin je niets anders rest dan jezelf te geven?

 

 

 


49. Aan jou, die besloten heeft monnik te worden (door Uchiyama Kosho)


 

Eten of gegeten worden – zo luidt het motto van deze wereld. Als jij alleen maar monnik wilt worden omdat jou het leven in deze wereld te bitter is en je liever in alle rust je meditatie-thee drinkt, terwijl de anderen het werk voor je doen, dan is wat ik nu ga zeggen, op jou niet van toepassing. Ik richt me niet tot diegenen die een opleiding volgen om een professionele, boeddhistische monnik te worden, om uiteindelijk te leven van de aalmoezen van anderen. Ik richt me hier tot diegenen, die op zoek zijn naar het waarom in hun eigen leven en besloten hebben met alles te kappen om monnik te worden en de weg van boeddha te bewandelen.

De mens, die op deze manier besloten heeft tot het hart van de oefening door te dringen, moet eerst op zoek gaan naar een goede meester en een goede gemeenschap van beoefenaars. In oude tijden trokken de monniken naar verre landen met slechts een hoed van bamboe en een paar strosandalen om een meester en een plek voor de oefening te vinden. Vandaag de dag is het eenvoudig om informatie te krijgen en daarom denk ik dat ‘t het beste is zich eerst te informeren en te vergewissen en vervolgens te besluiten voor een geschikte meester en een geschikte plek voor oefening.

Maar daarbij mag je niet vergeten dat de beoefening van de boeddhaweg niets anders inhoudt dan het ego laten varen en zelfloosheid beoefenen. En het ego laten varen en de beoefening van zelfloosheid houden tevens in dat je het brein waarmee je alles om je heen beoordeelt, los laat. Daarom is het belangrijk de woorden van je meester en de regels van je oefenplek waarvoor je gekozen hebt te volgen, zonder er direct een eigen interpretatie eraan te geven. Je moet om te beginnen eens tien jaar lang, zwijgend op een plek gaan zitten.

En als je dan, nog voordat de eerste tien jaar verstreken zijn, al begint naar eigen inzichten de goede en slechte kanten van je meester en oefenplek te beoordelen en op zoek gaat naar een betere meester of een andere oefenplek, dan volg je daarmee slechts je eigen hersenspinsels en voed je alleen maar je ego. Als je je ego volgt, dan wil jammer genoeg zeggen dat je niet de weg van boeddha volgt.

Het moet je van begin af aan duidelijk zijn, dat iedere meester slechts een mens is en geenszins perfect. Belangrijk is jouw eigen oefening, die als doel moet hebben de onvolkomen meester op een zo volkomen mogelijke manier te volgen. Als je jouw meester op deze manier volgt, dan is deze oefening de basis waarop je jezelf volgt. Daarom zegt Dôgen Zenji:

 

“De boeddhaweg volgen is jezelf volgen.” (Genjôkôan)

 

“De meester volgen, de soetra’s volgen, dat alles is jezelf volgen. De soetra’s zijn de woorden van jouw zelf. De meester is de meester van jouw zelf. Als je een lange tocht onderneemt op zoek naar een meester, betekent dat dat je een lange tocht onderneemt op zoek naar jezelf. Als je honderd grassprieten plukt, pluk je honderd keer jezelf en als je in tienduizend bomen klimt, klim je tienduizend maal in jezelf. Begrijp dat als je op deze manier oefent, je slechts je zelf oefent. Als je zo oefenend inziet, zul je je zelf loslaten en pas echt je zelf gaan proeven”. (Jisho-zanmai)

Het wordt vaak gezegd dat het belangrijk is voor de oefening een meester te vinden, maar wie besluit eigenlijk wie de juiste meester is? Is het niet uiteindelijk jouw brein (d.w.z. jouw ego) dat deze beslissing neemt? Zolang je naar een meester buiten je eigen oefening zoekt, blaas je alleen maar je ego op. De meester bestaat niet buiten jouw zelf: Zazen waarbij je zelf tot je zelf wordt, is de meester. Dat is de zazen oefening, waarbij je je eigen gedachten echt loslaat.

Wil dat dan zeggen dat het volstaat dat we gewoon alleen zazen te beoefenen zonder een meester? Neen, absoluut niet. Dôgen Zenji zegt zelf, aansluitend op het bovenvermelde citaat uit de Jisho-zanmai:

“Als je verneemt dat je jezelf proeft en door jezelf tot jezelf ontwaakt, dan zou je overhaast kunnen concluderen dat je alleen moet oefenen, zonder de weg van een meester te volgen. Dat is een groot misverstand. Te denken, dat we ook zonder een meester ons zelf kunnen bevrijden, is een verkeerd inzicht dat teruggaat tot de ‘naturalisme’ filosofie uit India.”

Als je alleen, zonder een meester oefent, zul je uiteindelijk alleen maar dat doen, wat jou goed uitkomt, maar dat heeft niets van doen met de boeddhaweg. Ondanks alles is het absoluut noodzakelijk dat je een goede meester vindt en hem volgt. Gelukkig zijn er in Japan nog meesters die de leer van Boeddha in de vorm van zazen correct overgedragen hebben gekregen. Zo een meester moet je, zonder te mopperen volgen door eerst eens tien jaar lang zwijgend te gaan zitten. En na tien jaar moet je nog eens tien jaar zitten en na twintig jaar opnieuw voor tien jaar. Als je zo dertig jaar blijft zitten, krijg je een goed inzicht in de wereld van zazen – en gelijktijdig een goed inzicht in de wereld van je eigen leven. Natuurlijk is jouw oefening daarmee niet tot een eind gekomen – het hele leven is inhoud van jouw oefening.

 

Nawoord

Een korte biografie van Kôdô Sawaki Rôshi door Shûsoku Kushiya Rôshi

 


Kôdô Sawaki Rôshi – zijn leven en zijn geest


 

De woorden van Sawaki Rôshi zijn als de wind die vanuit zen in ons gezicht blaast. Deze wind geeft ons de lucht om te ademen. Soms verzacht de wind ons lijden door als een zachte, koele bries ons hart te verfrissen. Soms is het als een onweer, dat met hagel en storm boven ons hoofd losbreekt, alsof het hele universum zich tegen ons keert, om vervolgens met een donderslag ons uit de illusies te bevrijden. En als deze wilde wind het oude zelf van de tafel blaast en we de ogen naar de hemel richten dan blijkt de storm allang te zijn verdwenen en schijnt het heldere licht van zazen op ons.

Kôdô Sawaki Rôshi kwam in 1880 ter wereld in de Shinto wijk van de stad Tsu (prefectuur Mie) en was het zesde kind van Tada Sotaro (met uitzondering van twee oudere zussen en een oudere broer stierven zijn andere broer en zus al als kind). Zijn geboortenaam was Saikichi en er wordt beweerd dat hij als kind al rebels was. Toen hij vier jaar oud was, stierf plots zijn moeder Shige en toen hij zeven was zijn vader. Eerst ging hij bij een tante wonen maar toen haar man een half jaar later stierf werd hij door een bevriende handelaar in lampions geadopteerd – die echter alleen op papier in lampions handelde, in werkelijkheid verdiende hij zijn geld met gokken. Zijn naam was Bunkichi Sawaki en hij leefde in de Isshinden wijk van de stad.

Dit was een wijk vol met bordelen waar in de zijstraten de eigenaren van de kermistenten klanten wierven om te komen gokken en waar bedriegers en zakkenrollers vrij hun gang konden gaan. Hier huisde het uitschot van de maatschappij. Sawaki Rôshi was acht toen hij hier naar school ging en toen werkte hij al als uitkijkjongen bij de gokspelen of paste op de schoenen bij de ingang. Toen hij twaalf jaar was en de basisschool afgesloten had, hielp hij mee in de lampionbusiness en verzorgde zo zijn stiefouders, die zelf praktisch nooit werkten.

Op een dag zag hij hoe een man van in de vijftig – die zich een prostituee gekocht had die zijn kleinkind kon zijn – plotseling stierf in een bordeel om de hoek. Ineens drong de vergankelijkheid van de wereld tot hem door en ontbloeide in zijn geest de wens de weg van boeddha te gaan volgen.

In dezelfde wijk, direct ernaast woonde de familie Morita. Alhoewel zij in eenvoud leefden, hadden ze gestudeerd en genoten een te zeggen zuivere levenswandel. Sawaki Rôshi ging vaak op bezoek bij de oudste zoon Chiaki die hem de standaardwerken van oude Chinese en Japanse geschiedenis en filosofie leerde. Zo vernam hij dat er meer in de wereld was dan alleen rang en stand, geld of zinnelijke genoegens. Aldus lagen de wortels van de zoektocht naar de Weg van Sawaki Rôshi in huize Moritas.

Maar de tegenstelling tussen Sawaki’s geest die naar de weg zocht en de realiteit van het dagelijkse leven dreef hem uiteindelijk ertoe met 15 jaar van huis weg te lopen, daar hij geen andere uitweg meer zag. Hij logeerde bij een vriend in Osaka, maar werd al snel terug naar huis gebracht. Het jaar erop lukte de vlucht hem wel. Met slechts een Odawara lampion, 3 kilo rauwe rijst en 27 Sen munten op zak ging te voet hij op weg naar Eiheiji. Vier dagen en nachten duurde de reis naar Eiheiji dat in de prefectuur Fukui lag en Sawaki voedde zich door te kauwen op de rauwe rijst en tuinbonen die hij gekocht had. In Eiheiji echter was hij niet welkom als monnik. “Ga terug naar huis” luidde de verwelkoming aldaar. Maar Sawaki bleef vastbesloten twee dagen lang zonder enig eten of drinken verzoeken om toegelaten te worden en werd tenslotte als handlanger in de werkplaats opgenomen. Een groter geluk had hem niet kunnen overkomen.

Tijdens de Obon tijd, midden in de zomer, hielp hij uit in Ryuunji, een tempel van een leidende priester van Eiheiji. En toen hij aan het eind van de dag klaar was met zijn werk en vrij kreeg, besloot hij in een achterkamer in zazen te gaan zitten. Plots opende de schuifdeuren zich en de oude vrouw – die hem altijd als een loopjongen behandelde – kwam binnen om het servies op te ruimen. Ze was volkomen verrast door de jonge Sawaki die daar in zazen zat en boog zich diep voor hem als ware hij Boeddha persoonlijk. Zo zag de latere Sawaki Rôshi voor het eerst de verheven waarde van zazen en besloot de rest van zijn leven aan zazen te wijden.

En inderdaad mag men concluderen dat het leven van Sawaki louter eruit bestond zazen te beoefenen. Alles wat hij nadien ondernam, baseerde zich op het diepe geloof in zazen.

Via enkele omwegen ging uiteindelijk de wens in vervulling om monnik te worden en werd hij door Sawaki Koho, de abt van Soshinji in het verre Kyushu geordineerd. Toen hij zeventien was kreeg hij de naam “Kodo”- op 8 december, de dag dat Boeddha verlichting bereikte. Met 19 jaar trad hij toe als unsui  (pelgrimerende zenmonnik) in Entsuji in Tanba, waar hij aan een ordinatie ceremonie voor leken deelnam en in contact kwam met Fueoka Ryoun Roshi, een leerling van Nishiari Bokusan Zenji. Fueoka had een hoge pet op van Sawaki en ook Sawaki voelde zich aangetrokken tot de zuivere aard van Fueoka Roshi en volgde hem. Eerst in zijn tempel Hosenji in Kyoto en daarna in de tempel Hosenji in Kakegawa (beiden worden hetzelfde uitgesproken, zijn echter met verschillende schrifttekens geschreven) totdat hij met twintig opgeroepen werd voor het leger. In deze korte jaren was hem de Gakudoyojinshu, de Eiheishingi en de Zazenyojinki-funogo van mond tot mond geleerd en zo werd het geloof in shikantaza de basis voor Sawaki’s verdere leven.

In februari 1900 trad hij in dienst en drie later, net voordat zijn diensttijd afliep, brak de oorlog uit tussen Japan en Rusland en werd hij opgeroepen. Hij liep een verwonding op, die hem bijna zijn leven koste en werd daardoor enige tijd uit de vuurlinie gehaald, moest echter na rehabilitatie weer terug aan het front waar hij tot aan het eind van de oorlog in 1906 vocht.

In datzelfde jaar ging hij in zijn woonplaats naar de hogeschool voor boeddhistische studies, dat onderdeel uitmaakte van de Takada richting van de Jodo-Shin school en in de Isshinden wijk lag. Het daaropvolgende jaar ging hij naar het Horyuji college waar hij dag en nacht Yogacara filosofie studeerde onder de abt Saeki Join Sojo. Hier ontmoette hij een non die de naaikunst Nyoho-e (een monnikgewaad dat conform de leer vervaardigd wordt) naar de wijze van Jiun Sonjas beheerste. Dit was voor Sawaki Roshi aanleiding om zich in de Nyoho-e te verdiepen.

Nadat hij zich in de boeddhistische leer verdiept had, verliet hij het boeddhistische college en betrok in december 1912 als tanto (monnikkenhoofd) de tempel Yosenji in de stad Matsusaka. Hier begon hij aan een diepgaande studie van de leer van de Soto school onder Oka Sotan Roshi, die de eerste leerling van Nishiari Bokusan Zenji was. Toen hij 34 was trok hij zich voor meer dan twee jaar terug in de Jofukuji tempel in Ikaruga, om zich met lichaam en geest volledig aan zazen te wijden.

In 1916, hij was toen 36, werd hij door Oka Sotan Roshi aangesteld als leraar voor de monikken in Daijiji in Higo. Eindelijk trof hij lotgenoten die dezelfde weg als hem wilde bewandelden. Hier ontwikkelde en verfijnde hij zijn eigen stijl, zen te leren. Aanleiding hiervoor was de ontmoeting met de brutale vijfdejaars gymnasiasten uit Kumamoto, die de klerikale laklaag van hem afkrabden en hem dwongen zijn religie met een frisse en levendige blik uit te dragen.

Na de dood van Oka Roshi in 1922 verliet Sawaki Roshi de Daijiji tempel en betrok een huurwoning waar hij een dojo inrichtte en deze Daitetsudo (Hal der grote vervulling) noemde. Een half jaar later echter ging hij op de Mannichi berg wonen in Kumamoto. Hier kwam hij met persoonlijkheden uit de Japanse krijgskunst in aanraking. Dertien jaar lang, tot aan zijn 55ste leefde hij hier alleen en begon van hieruit naar alle delen van Japan te reizen om zazen en voordrachten te geven waar hij ook maar gevraagd werd. Zo verbreidde hij de praktijk van shikantaza (alleen-zitten) in de wereld.

In april 1935 werd hij gevraagd als professor aan de Komazawa universiteit en in december van datzelfde jaar ook als godo (een van de leidende priesters) in Sojiji, een van de twee hoofdtempels van de Sotoschool. Sawaki was niet te stoppen in zijn activiteiten en sloeg daarbij geen acht op zijn gezondheid. Niet alleen was hij werkzaam op de universiteit en in Sojiji, maar ook organiseerde hij nieuwe zazenbijeenkomsten in geheel Japan, naast de reeds bestaande bijeenkomsten die hij gaf. Hij was daardoor constant onderweg. Hij deed er alles aan om ons zoekenden de weg te laten vinden en zijn eigen weg te laten zien, om met ons te zitten en ons op deze manier met iedere ademteug opnieuw de oefening van shikantaza bij te brengen.

Sawaki Roshi was altijd daar te vinden waar hij zich geheel aan oefening wijden kon. Elke dag, ieder afzonderlijk ogenblik leefde hij het leven opnieuw - en gaf het meest mogelijke van hemzelf. Tijdens sesshins (intensieve zazen-oefeningsweken) was hij in de ochtend de eerste die op het kussen zat en zijn aanwezigheid was tot diep in de nacht zo intens voelbaar dat het de deelnemers angst en huivering kon bezorgen. De sfeer was altijd gespannen en soms was het zo alsof een heftige donderslag de tempel op zijn grondvesten deed schudden.

In 1940 opende hij een zen-dojo in Daichuji in de prefectuur Tochigi en ook bleef hij zen bijeenkomsten in geheel Japan organiseren. In 1946 werd hij tot abt benoemd van het klooster Daitoin in Shizuoka en tevens tot hoofd van het nonnenklooster Myozetsuan in Kyoto. Desalniettemin heeft hij nooit in zijn eigen tempel gewoond, was nooit getrouwd en heeft nooit een organisatie opgericht. Samen met zijn leerlingen was Sawaki Roshi steeds onderweg, daarom werd zijn sangha de “pelgrimerende sangha” genoemd. Zijn hele leven was als een droom in zazen: Zonder betekenis, zonder gewin – uitsluitend gewijd aan deze vorm van zazen. In die tijd was zelfs onder de boeddhisten “zen” niet veel meer dan de koan-zen van de Rinzai school, waar het in het zitten uitsluitend ging om het bereiken van “satori”. Sawaki Roshi was diegene die de zuivere zazen in de stijl van shikantaza nieuw leven inblies,

Sawaki Roshi’s weg was steeds naar voren gericht, echter in 1963 had hij geen kracht meer over in zijn benen en moest hij het reizen opgeven. Hij trok zich terug in Antaiji in Kyoto, waar hij de regelmatige zenbijeenkomsten voortzette.

“Wat hebben we vandaag mooi weer! Waar hebben we dit aan verdiend, zonder er ook maar een cent voor betaald te hebben?”

“Waar heb ik het aan verdiend, zo gelukkig te mogen zijn? Dit geluk moet gedeeld worden met alle andere mensen!”

Nadat hij zich teruggetrokken had van zijn verplichtingen, kreeg hij eindelijk de tijd voor zulk stil gebed. Op 21 december 1965, hij was toen 85 stierf hij in Antaiji, temidden van zijn volgelingen.

De verschijning van Sawaki Roshi was die van een zenmeester, zoals wij ons dat voorstellen. Zijn charisma, zijn houding in het dagelijkse leven, het zichzelf wegcijferen en zich ten dienste stellen van de anderen – dat alles liet een diepe indruk na op diegenen die het geluk hadden hem persoonlijk te mogen ontmoeten. Je had het gevoel dat zijn ogen uitsluitend op jou gericht waren en zijn hart alleen maar jou toebehoorde. Uchiyama Roshi noemde hem daarom altijd de “gigant die open stond naar alle richtingen”. Anderzijds werd gezegd dat in Sawaki Roshi een onopgevoede bengel huisde wiens illusies groter waren dan iedere, andere doorsneeburger. Dat moet ook de reden geweest zijn dat hij zo streng was voor zichzelf en voor anderen en kenmerkend voor de onstuimige dynamiek in zijn leven: De ogen van de brutale vlegel in Sawaki Roshi’s hart hebben de illusies van ons kleingeestige doorsneeburgers allang doorzien. Sawaki moet deze vlegel in zich gekoesterd hebben. En altijd als hij deze kleine Saikichi in zich liefdevol de weg wees, reikte hij tevens ons de reddende hand.

Tegelijkertijd echter opent Sawaki Roshi de waarheid in zich. Zijn woorden, die altijd een uitdrukking zijn van zijn zoektocht naar de Weg zijn steeds in beweging alsof ze het middelpunt van de aarde willen bereiken. We moeten deze woorden zowel in ons hart als in ons hele lichaam opnemen – en in ons leven laten weerklinken. En als we op deze manier de akker van ons leven omploegen komen we uiteindelijk op het punt dat deze woorden de waarheid in onszelf opent en tot bloei brengt.

Sommigen zullen misschien vinden dat Sawaki Roshi altijd hetzelfde zegt – en hebben zich al ‘zat’ gelezen. Maar dat komt omdat deze uitspraken als een moderne soetra zijn. Zo als ook de oude soetra’s vol van herhalingen zijn, zo prediken ook de bergen en rivieren, het gras en de bomen dagelijks opnieuw eeuwig dezelfde soetra. En daarom moeten we iedere uitspraak van Sawaki Roshi zo lezen alsof we onszelf voor de allereerste keer ontmoeten. Als we dezelfde woorden van de waarheid in verschillende vormen telkens weer opnieuw tegenkomen, zal daardoor vroeger of later – zonder dat we het überhaupt in de gaten hebben – iets in ons wakker worden.

De woorden van Sawaki Roshi ontspringen uit de beoefening van zazen. Ze zijn het vlees en bloed van zazen. Sawaki Roshi heeft deze woorden niet alleen gepredikt – hij heeft ze geleefd. Zijn leven begon met “za” en eindigde met “zen”. Zijn woorden geven ons de kracht onze illusies te doorzitten. Ze brengen ons tot zazen. Zo als ook voor Sawaki Roshi zazen er steeds was – als de kracht in zijn leven, als zijn wens en gelofte, als eenvoudigweg de reden van zijn bestaan.

Het boek “Aan jou” (het Japanse origineel “Zen ni kike” is in 1987 verschenen) bevat de notities van Uchiyama Roshi die hij maakte tijdens het mondelinge onderricht en aanwijzingen van zijn meester Sawaki Roshi. Dit tweede deel, “Zen ist die größte Lüge aller Zeiten” bevat spreuken uit het totale oeuvre die ik opgeschreven heb, omdat ze in mijn hart zijn blijven steken. In dit boek heb ik ze zodanig geordend dat ze op een verklarende manier met elkaar communiceren en zich wederzijds belichten. Soms heb ik ze waar nodig enigszins aangevuld of heb ik passages die gescheiden van elkaar waren bij elkaar gezet. Uitdrukkingen die tegenwoordig als discriminerend gezien kunnen worden, heb ik veranderd. Natuurlijk is de rijkdom van Sawaki Roshi’s woorden nog veel groter, doch ik ben van mening dat met dit boek in iedere afzonderlijk citaat Sawaki Roshi’s geest huist.

Sawaki Roshi heeft zelf nooit een boek geschreven. Deze compilatie is mogelijk gemaakt door de inzet van vele mensen, die zijn voordrachten gestenografeerd en opgeschreven hebben alsook diegenen die ze hebben geëditeerd en uitgebracht. Daarnaast wil ik mijn meester Uchiyama Kosho Roshi, Sakai Tokugen Roshi en de heer Tanake Yoneki danken voor hun werk.

Ik hoop dat dit boek een aanleiding mag zijn over het eigen leven na te denken en misschien zelfs tot zitten motiveert. Als dat zo moge zijn, dan zal niemand zich er zo over verheugen als Sawaki Roshi zelf. Als u uw leven in zazen leeft, dan leeft Sawaki Roshi met u.

 

Copyright Antaiji

 

 

Terug naar Kodo Sawaki