Dogen Zenji

Dogen Zenji

"De bloemen die de hemel van mijn hart sieren, ze komen de boeddha's in de drie werelden toe"

 

Dôgen Zenji (1200-1253) is de grondlegger van de Sôtô zen in Japan, waar onze school deel van uit maakt. Fukanzazengi is het vroegste werk van Dôgen, dat hij direct na zijn terugkeer uit China schreef en zijn leven lang opnieuw geredigeerd heeft. Dit is de laatste en veruit meest verspreide versie van de tekst die handelt over het hoe en waarom van zazen. De Gakudôyôjinshu is een algemene inleiding in de beoefening van zen, terwijl het belangrijkste werk van Dôgen de Shôbôgenzô is, waar hij in 90 hoofdstukken alle aspecten van het boeddhisme behandelt. In dit deel vind je enkele belangrijke hoofdstukken uit dit werk. Enkele hoofdstukken, zoals de GenjôkôanZenki, Shôji , Zazengi, Zazenshin en Gabyô zijn ook voorzien van een voorwoord door Muhô.

 

FUKANZAZENGI Universele aanbeveling voor zazen

 

GAKUDÔYÔJINSHÛ - Verzameling richtlijnen waarop te achten tijdens de beoefening van de Weg

 

SHÔBÔGENZÔ

GENJÔKÔAN - Verwerkelijking van de openbare diepte

ZENKI - Allesomvattend werken

SHÔJI - Leven en dood

ZAZENGI - Regels voor de beoefening van zazen

ZAZENSHIN - Een naald voor zazen

GABYÔ - Geschilderde taart

BODAISATTASHISHÔHÔ - Vier Bodhisattva-manieren om anderen tegemoet te treden

ÔSAKUSENDABA - De koning verlangt sendaba

HOTSUBODAISHIN - Op naar de weg van het hart

HACHIDAININKAKU - Het achtvoudig ontwaken van een groots mens

 

Copyright Antaiji