Oefen de leer van Boeddha ...

Dogen Zenji - GAKUDÔYÔJINSHÛ

4. Oefen de Leer van Boeddha niet met een geest die uit is op gewin

Als je de leer van Boeddha oefent, volg dan de aanwijzingen van een leraar en laat jouw persoonlijke inzichten en oordelen varen. De leer van Boeddha kan noch met de geest, noch zonder de geest gevonden worden. Zolang de geest waarmee jij je aan de oefening wijdt niet één is met de Weg, zullen jouw lichaam en geest geen rust vinden. Zolang jouw lichaam en geest geen rust vinden, zolang zullen ze ook geen geluk en vrede kennen. Als lichaam en geest geen geluk en vrede kennen zal jouw weg naar verwerkelijking met dorens bezaaid zijn.
Maar hoe laten we onze oefening één zijn met de Weg? Onze geest mag naar niets grijpen en niets afwijzen, noch mogen streven of gewin vat krijgen op de geest.
We beoefenen de leer van Boeddha niet voor de mensen. Wie de leer van Boeddha oefent zoals de mensen in de huidige wereld, diens geest is verder dan ver van de weg verwijderd.
Als je geprezen wordt, oefen je het ter plekke, zelfs als je weet dat het afwijkt van de Weg. Waarvoor je niet geprezen noch geroemd wordt, zelfs als je weet dat het de juiste weg is, dan gooi je het weg zonder het te oefenen. Hoe pijnlijk! Probeer toch eens een keer met een bedaard hart te kijken: Komt deze handeling van jouw geest overeen met de boeddhaleer of niet? Schandelijk, beschamend! De ogen van de Heiligen belichten het.
Ook beoefenen we de leer van Boeddha niet voor ons zelf. Nog minder omwille van roem of eer, of van verdiensten of vorming. We oefenen gewoonweg sec uit liefde voor de leer van Boeddha zelf. Alle boeddha’s ontfermen zich uit goedheid over de lijdende wezens – niet voor zichzelf, niet voor anderen. Het is niets anders dan het toepassen van de boeddhaleer. Kijk toch eens naar de insecten en huisdieren, behoedzaam voeden ze hun kroost op en nemen met lichaam en geest, moeite en ellende op de koop toe. Als de jongen eenmaal groot zijn, hebben vader en moeder er niets voor terug gekregen. Desondanks hebben ze hun nakomelingen met goedheid overladen. Eenzelfde goedheid spreiden de boeddha’s ten toon aan alle lijdende wezens.
De wonderbaarlijke leer aller boeddha’s beperkt zich niet tot goedheid alleen, maar openbaart zich in vele poorten, die echter allen dezelfde wortels bezitten. Wij zijn al kinderen van boeddha’s – hoe zouden we niet van boeddha’s kunnen leren?
Jij die daar oefent, oefen de leer van Boeddha niet omwille van jezelf, noch omwille van eer of verdiensten, oefen niet in de hoop er iets voor terug te krijgen, oefen niet omwille van spirituele ervaringen. Oefen de leer van Boeddha louter uit liefde voor de leer van Boeddha, dat is de Weg.

 

5. Zoek een ware meester bij de beoefening van zen en het leren van de Weg

Copyright Antaiji