ZAZENGI

Richtlijn voor zazen

Inleiding (door Muho)

Gedurende zijn hele leven werkte Dôgen aan zijn eerste werk de Fukanzazengi. Vijftien jaar na de eerste publicatie schreef hij daarnaast het hoofdstuk Zazengi, dat in een licht afwijkende vorm nogmaals het centrale deel van zijn Universele aanbeveling voor zazen omvat. Eenieder zal het opvallen dat Dôgen de zithouding tot in het detail beschrijft. Zelfs de positie van de tong in de mond blijft niet ongemoeid. Daarentegen is hij spaarzamer met woorden als het erom gaat wat wij met onze geest moeten doen: Laat de gedachte los!

Dat waren ook de woorden van Sawaki Kôdô die in de vorige eeuw de zazen beoefening van het louter zitten opnieuw leven in blies door te zeggen: „Zen is niet spiritueel – zen wordt met het lichaam beoefend!“

Wat brengt jou zazen? Het antwoord is eenvoudig. Zazen is nergens goed voor!

We zijn steeds op zoek. Maar waar zoeken we eigenlijk naar?           

Hebben we behoefte aan „geluk“? Zijn we op zoek naar „tevredenheid“, nee „verlichting“? Het gekke eraan is dat hoe meer we het doel achterna lopen, hoe meer we ons zelf – hoe we hier en nu leven – volledig uit het oog verliezen.

 

Hoe meer we moeite doen om „gelukkig“, „tevreden“ of misschien zelfs „verlicht“ te zijn, hoe minder we begrijpen wat dat eigenlijk omhelst. Hebben we niet vergeten dat we het allang in ons dragen?

 

Neem eens voor een moment pas op de plaats. Stop ermee van jezelf weg te lopen. Als je zazen beoefent doe dat dan niet in de hoop er „iets voor terug te krijgen“. Kom terug naar jezelf en zit. Laat alles los en laat zazen gewoon zazen zijn. Dan zul ook jij gewoon jezelf zijn, eindelijk één. Dat wordt verwoord in een oude zenspreuk: Zazen is de dief die in een leeg huis inbreekt – niets om te stelen, geen plek om je te verstoppen en niemand om voor weg te rennen.

 

Dôgen beschrijft in dit hoofdstuk zazen als de „poort van grote vrede en geluk“.  Echter in de dagelijkse oefening zul je eerder pijn, vermoeidheid, woede, drift, gehechtheid, duizeligheid, verveling, frustratie, hopeloosheid en alle andere mogelijke gevoelens en gedachten in je voelen borrelen. Laat alles voorbijgaan.

Tegelijkertijd verlangt Dôgen ook veel: „Oefen zazen alsof je een vuur op je hoofd wilt doven.“ Alleen als we bereid zijn alles te geven zal de weg van zazen zich openen. Als je ook maar aan iets vasthoudt – ook al is dat het leven – verkwist je alleen maar je tijd. Vecht niet, geef je gewoon over aan de oefening. Als je probeert zazen te beoefenen, zal zazen ver van je verwijderd zijn. Als je alles aan de houding overlaat, zal zazen zich in je manifesteren, geheel vanzelf. Zazen mag geen middel tot doel zijn, je moet jezelf helemaal opgeven zodat zazen zich vanzelf kan verwerkelijken.“

 

Zazengi - Richtlijn voor zazen

De beoefening van zen is zazen.
Voor zazen is een rustige plek nodig. Leg een dikke mat neer. Beschermd tegen weer en wind, mag er geen dauw of regen binnenkomen. Zorg dat deze plek schoon en netjes blijft. Uit het verleden zijn er voorbeelden waarbij men op diamanten of rotsen zat. Allen gebruikten ze een dikke laag gras om op te zitten. De plek waar je zit moet licht zijn, niet donker zowel gedurende de dag als de nacht. Dat deze in de winter warm is en in de zomer koel, aan jou de kunst.

Leg alle beslommeringen terzijde en laat de tienduizend dingen rusten. Denk niet aan goed of kwaad. Het gaat noch om de geest noch om bewustzijn en het gaat voorbij gedachtes en beschouwingen. Beoog niet een boeddha te creëren, vergeet zitten en liggen.

Wees matig met eten en drinken, benut de dag zoals de nacht. Oefen zazen alsof je een vuur op je hoofd wilt doven. Op de berg Huang-mei (1) beoefende de vijfde patriarch uitsluitend zazen en geen andere activiteit.

Draag tijdens zazen het buitenste monnikskleed (Kashâya) en zit op een kussen. Het kussen moet niet helemaal onder je zitvlak worden geplaatst maar moet voor de helft naar achteren uitsteken. Op deze manier ligt de mat onder je voeten en bevindt zich het kussen onder je ruggengraat. Alle boeddha’s en patriarchen zitten in zazen op deze manier.

Zit in halve lotus- of in hele lotuszit. Leg voor de hele lotuszit je rechtervoet op je linker dij en dan je linkervoet op je rechter dij. Je tenen moeten op een lijn liggen met je dijen en mogen niet uitsteken. Voor de halve lotuszit leg je gewoon je linkervoet op de rechter dij.

Zorg dat je kleed en onderkleed losjes zitten en ordelijk zijn. Plaats je rechterhand op je linkervoet en je linkerhand op je rechterhand terwijl de duimtoppen tegen elkaar rusten. Plaats je handen in deze houding dicht bij je lichaam zodat de elkaar rakende duimtoppen zich ter hoogte van je navel bevinden.

Zit rechtop in de juiste houding. Hel niet over naar links of rechts, leun niet naar voren of naar achteren. Je oren moeten op één lijn liggen met je schouders en je neus op één lijn met je navel. Laat je tong tegen je gehemelte rusten. Adem door je neus. Hou lippen en tanden gesloten. Je ogen moeten geopend zijn, niet te wijd maar ook niet te nauw.

Als je je lichaam en je geest op deze wijze afgestemd hebt, adem dan een keer diep uit door de mond. Zit onbeweeglijk als een machtige berg in concentratie en denk het niet-denkende. Hoe denk je het niet-denkende? Laat deze gedachte los! Dat is de kunst van zazen.

Zazen wil niet zeggen dat je iets leert van meditatie - zazen is de poort tot grootse vrede en geluk. Het is de onbezoedelde beoefening-verwerkelijking.

(1) De legende verhaalt dat de vijfde patriarch Daiman Kônin (Chin. Daman Hongren) zijn nachten uitsluitend in zazen doorbracht, zonder ooit de soetra’s te lezen. Huangmei (Jap. Ôbai) is zowel de naam van de berg waar de patriarch leefde, als ook de naam van de provincie waar hij geboren werd.

Zazengi, het elfde hoofdstuk van de Shôbôgenzô. Voorgedragen in de elfde maand van het jaar 1243 bij een bijeenkomst in  Kippô-Shôsha, district Yoshida in de provincie Echizen.

 

Copyright Antaiji

 

Zazenshin - Een naald voor zazen