ZENKI

Allesomvattend werken

Inleiding (door Muhô):

Het thema leven en sterven (of dood) reeds vernoemd in de Genjôkôan, wordt hier verder verduidelijkt. Ook het beeld van de boot op het meer waarmee het leven van het individu in relatie tot de wereld geïllustreerd wordt, begroet ons hier opnieuw. De vragen die Dôgen stelt  gaan voorbij de boot-thematiek van het voorgaande hoofdstuk: Wie hijst hier het zeil in de boot? Wie zit aan het roer? En wat is tijd in de boot?

 

Dôgen spreekt over de ‚verlossing door het leven van het leven, door het sterven van de dood.’ We zouden daardoor kunnen zeggen dat de zin van boeddhistische oefening ons middels zazen laat verlossen van de problemen in het leven of de angst voor de dood. Maar nee, zegt Dôgen. Middel en doel zijn niet afgescheiden. De problemen van het leven lossen we alleen op door ze volledig te doorleven. Als we ze geheel leven, leeft het hele universum, het allesomvattend werken, door ons.

In 1902 schreef de dichter Rilke aan een aan het leven lijdende jeugdvriend: „Zoek nu niet naar de antwoorden, want ze zullen je niet gegeven worden, omdat je ze niet doorleefd hebt. En het gaat erom alles te leven. Leef nu de vragen. Misschien leef je zo, op een dag, zelf naar het antwoord toe,“

Misschien zou Dôgen corrigeren: ‚Leef gewoon, nu en je zult begrijpen – het antwoord leeft in jou!

 

Zenki - Allesomvattend werken

De grote Weg aller boeddha’s, volkomen doorgrond en doordrongen, is bevrijding en verwerkelijking. Bevrijding wil zeggen bevrijding door het leven van het leven, door het sterven van de dood. Daarom is er de uitweg uit leven en dood alsmede de ingang naar leven en dood. Gezamenlijk zijn ze de eindeloos doordrongen grote Weg. Er is loslaten van leven en dood, alsmede het bewaren van leven en dood. Gezamenlijk zijn ze de volkomen doordrongen grote Weg. Verwerkelijking is leven, leven is verwerkelijking. Op het moment van verwerkelijking is er altijd de volledige verwerkelijking van leven en altijd de volledige verwerkelijking van dood.

Deze werking manifesteert zowel het leven als het sterven. In dit ene ogenblik dat de werking zich manifesteert is deze groot noch klein, universeel noch begrenst. Noch lang en ver, noch kort en gehaast. Dit leven omvat deze werking, deze werking omvat dit leven.

Leven is niet komen, leven is niet vergaan. Leven is niet reeds bestaand, leven is ook niet worden. Desalniettemin is het leven allesomvattend werken. Ben je ervan bewust dat onder de talloze verschijnselen die je zelf bent, zowel leven als dood is.

Overweeg eens rustig of dit momentane leven en ook of de talloze verschijnselen die eenzelfde oorsprong hebben met dit leven, verbonden zijn met het leven of gescheiden van het leven. Er is nooit een enkel verschijnsel dat niet met het leven verbonden is en geen enkel ding, materieel of mentaal, dat gescheiden van leven is.

Leven is bijvoorbeeld als een mens die in een boot vaart. Weliswaar ben ik het die in de boot de zeilen hijst en het roer ter hand neemt, maar ook al duw ik de boom, toch het is de boot die mij draagt en is er geen ‘ik’ buiten de boot. Door met de boot te varen, laat ik de boot de boot zijn. Verdiep je nauwgezet in dit ene ogenblik. In dit ene ogenblik is er niets buiten de wereld van de boot. De hemel, het water en alle oevers zijn de tijd van de boot en zijn verschillend van de tijd die niet tot de boot hoort. Ik laat het leven door mij leven en zo geef ik me aan het leven over. Bij het varen in de boot zijn lichaam en geest, het subject en zijn omgeving gezamenlijk de werking van de boot. De weidse aarde en de uitgestrekte hemel manifesteren gezamenlijk de werking van de boot. En dat geldt eveneens voor mij daar ik leven ben en voor het leven, dat ik ben.

Zenmeester Yuanwu, de priester Keqin (Engo Kakkin) zegt:
“Leven is de verwerkelijking van allesomvattend werken, dood is de verwerkelijking van allesomvattend werken”.

Doorgrond en verhelder deze woorden! Jouw oog moet erop gericht zijn dat het beginsel “leven is de verwerkelijking van allesomvattend werken” – ondanks dat het zonder begin en zonder einde de gehele aarde en uitgestrekte hemel omvat - niet alleen het leven als de verwerkelijking van allesomvattend werken niet hindert maar ook de dood als verwerkelijking van allesomvattend werken niet hindert.

Ook al omvat de dood als verwerkelijking van allesomvattend werken de gehele aarde en de uitgestrekte hemel, toch hindert deze niet de dood als verwerkelijking van allesomvattend werken en ook niet het leven als verwerkelijking van allesomvattend werken.

Daarom staat het leven de dood niet in de weg en staat de dood het leven niet in de weg. Samen zijn ze de gehele aarde en de uitgestrekte hemel zowel in leven als in dood. Maar het is niet zo dat de ene hele aarde en de ene hele hemel dan als leven, dan als dood allesomvattend werken. Ze zijn niet één noch verschillend, niet verschillend noch identiek, niet identiek noch menigvuldig. Daarom zijn in het leven de myriaden verschijnselen de verwerkelijking van allesomvattend werken en zijn ook in de dood de myriaden verschijnselen de verwerkelijking van allesomvattend werken. En ook al is het noch in leven noch in sterven, de allesomvattende werking wordt toch verwerkelijkt. In de verwerkelijking van allesomvattende werking is leven en dood. Derhalve is de allesomvattende werking van leven en dood als de spierballen van een jongeling of als iemand die in zijn slaap achter zich naar zijn hoofdkussen graait. Deze verwerkelijking gaat gepaard met alles doordingende aandacht en stralend, helder licht.

Je zult zien dat het moment van deze verwerkelijking – doordat de verwerkelijking allesomvattend werkt, geen verwerkelijking voor de verwerkelijking kent. En toch is er voor de verwerkelijking de verwerkelijking van de voorafgaande allesomvattende werking. Maar ook al is er sprake van de verwerkelijking van de voorafgaande allesomvattende werking, toch hindert deze de verwerkelijking van de huidige allesomvattende werking niet. Inzicht verwerkelijkt zich op deze wijze.

Zenki, het 22e hoofdstuk uit de Shôbôgenzô.

Voorgedragen op de 13e dag van de twaalfde maand in het jaar 1242 op de bijeenkomst in de residentie van de vroegere gouverneur van de provincie Izumo (Hatano Yoshishige) bij de Rokuharamitsu tempel in Yamashiro-Kuni (Kyôto).
Door Ejô op de 19e dag van de eerste maand van het jaar 1243 overgeschreven.

Copyright Antaiji

Shoji - Leven en dood