ÔSAKUSENDABA

De koning verlangt sendaba

Met of zonder woorden,
als een haarstreng, als een boom,
voer voor de ezel, voer voor het paard,
door helder water en wilde stroom.

Shakyamuni Boeddha predikt in de grote Nirvana-soetra:
“ Stel je een koning voor, die zijn dienaar beveelt: ‘Breng me sendaba!’
Het woord ‘sendaba’ heeft vier betekenissen: Het kan zout zijn, een kom, water of een paard. Deze vier verschillende dingen worden alle met hetzelfde woord uitgedrukt. Een wijze dienaar echter zal het bevel begrijpen. Als de koning zich wast en sendaba verlangt, dan brengt de dienaar hem water. Is de koning aan het eten, dan brengt hij hem zout. Wil hij na het eten nog een dunne soep drinken, dan brengt de dienaar hem een kom. En verlangt de koning sendaba als hij het paleis verlaat, dan zal de dienaar hem zijn paard brengen. Zo zal de wijze dienaar de vertrouwelijke woorden van de koning aannemen.”

Het verlangen van de koning naar sendaba en het aanbieden van sendaba door de dienaar worden sinds oudsher gelijktijdig met de pij van de Leer overgedragen. Zelfs Boeddha sprak het aan, daarom mogen wij kleinkinderen van nu onze ogen niet sluiten voor sendaba.
Twijfel je? Als jouw oefening dezelfde is als die van Boeddha, dan berust deze op sendaba. Is jouw oefening anders dan die van Boeddha dan wordt het tijd om een paar nieuwe strosandalen te kopen en op pad te gaan, zodat je sendaba ontmoet.
Heimelijk is sendaba het huis van Boeddha ontweken en in het paleis van de koning binnengeslopen!

In de Sung-dynastie sprak de oude boeddha Wanshi van de Tendôberg voor de verzamelde monnikleerlingen:
“Een monnik vroeg aan Jôshû: ‘Hoe is het als de koning sendaba verlangt?’
Jôshû maakte een buiging.
Later becommentarieerde Secchô: ‘Zout wordt verlangd en een paard aangeboden’.
Secchô was een bekwaam meester van het laatste jaar honderd, Jôshû was een boeddha van 120 jaar oud. Als Jôshû het heeft, kan Secchô het niet hebben. Als Secchô het heeft, kan Jôshû het niet hebben. Vertel me eens, wie heeft het nu?
En laat me er nog iets aan toevoegen: Wie er ook maar een haarbreed aan voorbijgaat, verwijdert zich er duizenden mijlen van. Wie begrijpt, is als iemand die in het gras slaat om de slang angst aan te jagen. Wie niet begrijpt, is als iemand die geld verbrandt om de demonen te lokken. De oude Gutei koos niet tussen twee stenige velden, hij pakte aan wat hem voor de voeten kwam.”

Mijn meester Tendô noemde Wanshi steeds de “oude boeddha”. Alleen mijn meester – zelf een oude boeddha – zag in Wanshi de oude boeddha. In de tijd van Wanshi was er een monnik genaamd Daie Sôkô, die door allen de zenmeester van de berg Kin genoemd werd. Hij was een verre verwant van Nangaku. Tijdens de Sung-dynastie scheen iedereen te denken dat Daie zich wel kon meten met Wanshi. Sommigen zeiden zelfs, dat hij Wanshi overtrof.
Dit misverstand berust op het geringe inzicht van de lekenmonniken uit het Sung-China. Zij hebben geen oog voor de Weg, ze begrijpen noch zichzelf, noch de andere mensen. Het inzicht van Wanshi is puur, zijn woorden spreken de waarheid.

Verdiep je in het beginsel van de buiging van Jôshû: Is hij op dat ogenblik de koning die sendaba verlangt, of de dienaar die sendaba aanbiedt?
Verdiep je in de uitspraak van Secchô “Zout wordt verlangd en een paard aangeboden”.
Het verlangen naar zout en het aanbieden van het paard zijn zowel het verlangen van de koning naar sendaba als het verlangen van de dienaar naar sendaba. Toen Boeddha sendaba verlangde, verscheen er een glimlach op het gezicht van Mahakashapa. Toen de eerste patriarch sendaba verlangde, boden zijn vier leerlingen hem een paard, zout, water en een kom.
Onderzoek de sleutel van de werkelijkheid. Op het moment dat het verlangen naar sendaba tot het paard, tot zout, tot water en kom wordt, worden paarden aangeboden, wordt water aangeboden.

Toen Nansen op een dag Ten Infu zag aankomen, wees hij op een kruik en zei: “De kruik staat voor de omstandigheden. In de kruik zit water. Breng deze oude monnik wat water, zonder de omstandigheden in beweging te brengen”.
Infu schonk de kruik uit voor de ogen van Nansen. Nansen zei niets.
Nansen verlangde naar water, de oceaan was tot op de bodem opgedroogd. Infu bracht de kruik, hij had de hele oceaan uitgeschonken. Begrijp dat het water zich in de omstandigheden bevindt en dat de omstandigheden zich in het water bevinden.
Bewoog het water, bewogen de omstandigheden?

Een monnik vroeg de grootmeester Kyôgen Shûtô: “Wat wil het zeggen als de koning sendaba verlangt?”
Kyôgen antwoordde: “Kom van daar achter naar hier.”
De monnik ging weg. Kyôgen zei: “Welk een domheid!”

Ik vraag je: Was het verzoek van Kyôgen naar hier te komen, het verlangen naar sendaba of het aanbieden van sendaba?
Ik vraag je, zeg iets!
En heeft Kyôgen gezegd dat de monnik vertrekken moest? Heeft hij het aangeboden? Had hij het verwacht? Als hij er niet op voorbereid was, dan moet hij ook niet spreken van een domheid. Als hij het daarentegen had verwacht, dan was het geen domheid.
Alhoewel Kyôgen hier zijn gezamenlijke levenskracht ophoestte, kostte het hem toch zijn kop. Gelijk een generaal van een verslagen leger, die over zijn dapperheid leutert.

Een helder hoofd met scherpe blik dat geel van zwart weet te onderscheiden, onderzoekt nauwgezet het verlangen en het aanbieden van sendaba. Het heffen van de stok, het zwaaien met de kwast: Wie durft te beweren, het niet te begrijpen? Voor diegenen die met vastgekleefde kam hun Koto harp proberen te bespelen, is dit te hoog gegrepen. Daar ze niet inzien dat hun kam vastgekleefd zit, zijn ze niet er niet één mee.

Op een dag besteeg Boeddha zijn zetel om te prediken. Manjushri sloeg het hout en verkondigde: “Wie de Leer van de koning van de Leer betracht, erkent hier de Leer van de koning van de Leer als zodanig.”
Daarop verliet Boedda zijn zetel.
Zenmeester Myôkaku van de Secchô berg becommentarieerde: “Alleen wie boven de schare van de verzamelde monniken uitstijgt, zal inzien dat de Leer van de koning van de Leer niet zulk is. Als er ook maar één iemand in de gemeenschap over sendaba beschikte, waarom zou Manjushri dan eerst het hout slaan?”

Secchô wil hier zeggen: Als die ene slag op het hout met geheel het lichaam voltrokken wordt, zijn lichaam en geest afgevallen, om het even of het hout daadwerkelijk geraakt wordt of niet. Dan is deze, ene slag zelf sendaba. Iedereen is exact die, die hij is. Hoe zou er ook maar één iemand uit de schare van monniken niet kunnen beschikken over sendaba? Daarom wordt gezegd: “ Dit is de Leer van de koning van de Leer als zodanig.”
De vierentwintig uur per dag zinvol te benutten is het verlangen naar sendaba. Je door de vierentwintig uur per dag te laten benutten is het verlangen naar sendaba. Verlang naar de vuist, strek de vuist uit! Verlang naar de Leer, presenteer de Leer!

En dan nog is er niemand onder de oude monniken in de kloosters van de Sung-dynastie, die sendaba nog niet eens in een droom aanschouwd heeft. Treurig is het te zien hoe de weg der patriarchen bergafwaarts gaat! Loop niet weg voor noeste oefening, want jou moet het erom gaan het bloed van boeddha’s en patriarchen te laten circuleren.
Als gevraagd wordt wat een boeddha is en geantwoord wordt dat deze geest zelf boeddha is, wat wil dat dan precies zeggen? Wat kan het anders zijn dan sendaba?
Onderzoek nauwgezet wie daar zegt dat deze geest zelf boeddha is.
Hoor je dan niet het geknisper van sendaba?

Hoofdstuk 74 uit de Shôbôgenzô
Voorgedragen op de 22e dag van de tiende maand van het jaar 1245 op een bijeenkomst in het Daibutsu-klooster in de provincie Echizen.

Copyright Antaiji

Hotsubodiashin - Op naar de weg van het hart