summer zen 2011 078

Teisho 2011

 

BHODIMIND  Muho - Sesshin juli 2011

Click to open:


(("No preview?" Ga naar download en dan naar "download anyway" ))

 

Hier het Nederlandse gedeelte van de teisho:

 

Miyazawa Kenji (1896-1933)
Onplooibaar in de regen


Onplooibaar in de regen
onplooibaar in de wind
onplooibaar in de sneeuw en in de zomerhitte
met een gezond lichaam
zonder begeerte
en zonder woede
slechts een zoete glimlach op de lippen.
Vier schalen bruine rijst op een dag                                                   
eet hij met miso en een weinig groente                                              
hij observeert alles nauwgezet                                                           
luistert goed en begrijpt                                                                      
door zichzelf te vergeten                                                                     
behoudt hij de dingen steeds in de geest.                                            
Hij leeft in een kleine, rieten hut
aan de rand van een wei achter het dennenbos
is in het oosten een kind ziek
gaat hij erheen om het te verzorgen
buigt zich in het westen een uitgeputte moeder onder de last
gaat hij erheen om de rijstbundels voor haar te dragen
ligt in het zuiden iemand te sterven
gaat hij erheen om hem de angst te ontnemen
vliegen zich in het noorden twee in de haren
gaat hij erheen om de onzin te beëindigen.
In de droogte vergiet hij tranen                                                          
dwaalt hulpeloos rond als een zomer kou brengt                              
allen zien hem als een sukkel                                                            
niemand neemt hem serieus                                                             
en hij is niemand tot last.                                                                   
Zo een mens                                                                                    
wil ik zijn!
   

(Tekst van Miyazawa Kenji waarin hij het bodhisattva-ideaal beschrijft.)

 

 

GAKUDÔYÔJINSHÛ
Ontwaak de geest van verlichting


 

De geest van verlichting heeft vele namen, het is echter een en dezelfde geest.

Patriarch Nagarjuna zegt: “De geest die de vergankelijkheid aller ontstaan en vergaan in de wereld inziet, wordt ook wel de geest van verlichting genoemd”. Laten we derhalve deze geest als de geest van verlichting eens nader bekijken. Als je de vergankelijkheid echt inziet, dan wordt de egoïstische geest niet gewekt, er verschijnt geen eerzucht en je zult versteld staan van de snelheid van het tijdsverloop.

 

(Uit de Gakudoyojinshu (door Dogen Zenji): "Verzameling richtlijnen waarop te achten tijdens de beoefening van de Weg". Bevat in totaal 10 hoofdstukken)

 

 

HOTSUBODAISHIN
Op naar de weg van het hart

 

Het woord “geest” [Jap. shin] heeft drie verschillende betekenissen:

Ten eerste staat het voor citta, onze denkende geest.

Ten tweede voor hridaya, het hart of de ziel, die ook in gras en bomen huist.

Ten derde staat het voor vriddha, de kosmische wijsheid of de essentie aller dingen.

 

Bodhicitta [Jap. bodaishin] wordt gewekt door onze denkende geest. Het woord bodhi stamt uit India. Wij zeggen de “weg” [Jap. ]. Het woord citta stamt eveneens uit India. Wij zeggen “denkende geest”. Alleen deze denkende geest is in staat de geest van de Weg – boddhicitta – te wekken. Dat wil niet zeggen dat het denken zelf de geest van de Weg is. Nee, het is de denkende geest waarmee we de geest van de Weg eerst ontvouwen. De geest van de Weg ontvouwen, wil zeggen de wens: “Ik wil alle lijdende wezens bevrijden, voordat ik zelf verlossing vind!” te koesteren en te vervullen.

  

Jouw verschijning moge dan gering zijn, maar als je alleen deze, ene wens koestert dan word je tot leider van mensen en hemelwezens. De geest van de Weg heb je niet vanaf het begin, noch ontstaat deze plots in dit ogenblik. Hij is niet één, noch menigvuldig. Hij is niet natuurlijk, noch kunstmatig. Deze geest woont niet in jouw lichaam en ook jouw lichaam woont niet in deze geest. Hij breidt zich ook niet uit over het universum; heeft geen vooraf of achteraf. Hij is niet niets. Berust noch op zichzelf, noch op anderen; is niet van vele factoren afhankelijk, noch onafhankelijk van enige interventie.

 

Desalniettemin wordt de geest van de Weg gewekt waar wegen zich kruisen en harten met elkaar communiceren. Noch is hij een geschenk van boeddha’s en bodhisattva’s, noch is hij uit zichzelf ontsprongen. Daar deze geest ontwaakt, waar wegen zich kruisen en harten communiceren, bestaat deze ook niet van begin af aan.

 

Meestal zijn het de mensen van het zuidelijke continent Jambudvipa, die de geest van de Weg ontvouwen. Ook komt het voor dat de geest ontwaakt in de acht moeilijke werelden, maar dat is zelden. Als je de geest van de Weg gewekt hebt, oefen je voor drie Asamkhya kalpa’s en honderd grote kalpa’s. Of je oefent voor de eindeloze kalpa’s en wordt zo tot boeddha. Of je oefent voor de eindeloze kalpa’s door eerst de lijdende wezens te verlossen en je wordt zelf nooit tot boeddha. Je verlost louter de lijdende wezens, je wilt ze slechts ten dienste zijn. Zo volg je jouw wens als boddhisattva.

 

De geest van de Weg gewekt te hebben, wil zeggen met lichaam en geest al het mogelijke doen om de lijdende wezens eveneens tot de geest van de Weg te laten ontwaken en ze zo de boeddhaweg te wijzen. De lijdende wezens ten dienste zijn wil niet zeggen ze te bevredigen met wereldse genoegens...De lijdende wezens ten dienste zijn wil zeggen ze eveneens de wens te laten ontplooien om alle lijdende wezens te bevrijden alvorens ze zelf bevrijd worden. Je mag niet denken dat het de kracht van de wens is die je zal helpen om uiteindelijk een boeddha te worden. Zelfs al reikt het karma van je goede daden zo ver dat je zelf tot boeddha kunt worden, dan nog moet je het omdraaien en het ten dienste van de lijdende wezens stellen, zodat dezen kunnen voortschrijden op de Weg van Boeddha.

 

Toch komt het voor dat een duivelsmeester in de vorm van een boeddha, of in de vorm van een vader of moeder of andere vrienden en verwanten, of in de vorm van een leraar, een bodhisattva tegemoet treedt en hem influistert: “Ver is de boeddhaweg en groot is jouw lijden. Hoe jammerlijk! Moet je je niet eerst zelf uit leven en dood bevrijden, voordat je andere wezens uit hun lijden bevrijdt?”

 

(Uit de Hotsubodaishin, het vierde hoofdstuk van de Shobogenzo)

 

 

BODAISATTASHISHÔHÔ
Vier bodhisattva-manieren om anderen tegemoet te treden

 

Ten eerste: geven.

Ten tweede: woorden van liefde.

Ten derde: onbaatzuchtige hulp.

Ten vierde: één-worden.

 

Of je nu Boeddha bloemen uit verre bergen brengt, of de schatten van vergane levens onder de lijdende wezens verdeelt – om het even of het gaat om een leer of om een ding, elk geven draagt de daaraan gerelateerde deugd in zich. Het is zelfs toegestaan te geven wat niet van jou is.

 

Woorden van liefde wil zeggen lijdende wezens met een nederig hart begroeten en ze vredige woorden toespreken. Het zijn geen boze en wrede woorden...Als we onderweg woorden van liefde horen, bewaren we ze zorgvuldig in ons hart en onze ziel. Weet dat woorden van liefde uit een liefdevol hart komen en dat de kiem van een liefdevol hart een hart uit goedheid is. Leer dat de woorden van liefde de kracht bezitten de hemel open te breken. Het is niet slechts het loven van andermans capaciteiten.

 

Onbaatzuchtige hulp wil zeggen de lijdende wezens, voornaam of gewoon, op een nuttige manier ter zijde staan. Zoals bijvoorbeeld zelfloos op een nuttige manier ter zijde staan, door rekening te houden met de gevolgen zowel op de korte als op de lange termijn. De mens die zich om een gevangen schildpad bekommert of een gewonde vogel verpleegt, doet dit niet uit eigen belang. Hij werd gewoon bij het zien van de schildpad of de vogel gegrepen door het onbaatzuchtige geven.

Onwetende mensen denken dat de onbaatzuchtige hulp die we de ander geven ten koste gaat van onszelf. Dat is niet zo. Onbaatzuchtige hulp staat op zichzelf. Het reikt tot mijn én andermans voordeel.

 

Eén-worden (overeenstemming) wil zeggen, geen onderscheid maken. Het wil zeggen je niet van jezelf onderscheiden en je ook niet van anderen onderscheiden...Als we het één-worden doorgronden, zijn wij zelf en de anderen één...Er is een beginsel waarin we de ander als onszelf zien om vervolgens onszelf door de ander te zien. Wij zelf en de anderen volgen het moment, zonder verder enig voorbehoud.

In Guanzi wordt gezegd: “De oceaan is daarom zo groot daar hij geen water afwijst. De berg is daarom zo hoog daar hij de aarde niet afwijst. Een wijs heerser veracht geen mensen, daarom is zijn volk zo groot.”

Weet dat één-worden wil zeggen dat de oceaan geen water afwijst. Weet ook dat het water de deugd bezit de oceaan niet af te wijzen. Zo verzamelt zich het water en wordt tot oceaan, en zo hoopt zich de aarde en wordt tot berg. Ergens weten we dat de oceaan tot de oceaan wordt en groot, omdat de oceaan de oceaan niet afwijst. Omdat de berg de berg niet afwijst, wordt hij tot berg, wordt hij hoog. Als een wijs heerser de mensen niet veracht, vormt hij zijn volk. Het volk is het rijk. Wat hier met een wijze heerser bedoeld wordt, is niets anders dan een keizer. De keizer veracht de mensen niet. Dat hij de mensen niet veracht, wil echter niet zeggen dat er geen beloningen en straffen zijn. Dat er beloningen en straffen zijn wil niet zeggen dat de mensen veracht worden.

Vroeger in tijde van oprechtheid waren er in het rijk geen beloningen en straffen. Beloningen en straffen in die tijd waren anders dan heden ten dage. Zelfs vandaag de dag moeten er nog mensen zijn die naar de Weg zoeken, zonder uit te zijn op een beloning.

Dat kan de dwaze mens zich nog niet eens voorstellen. Een wijs heerser veracht – uit wijsheid – de mensen niet. Mensen vormen altijd een rijk en verlangen naar een wijze heerser, maar zelden begrijpen ze het beginsel wat een wijze heerser tot een wijze heerser maakt en zijn ze weliswaar blij dat de wijze heerser hen niet veracht, echter ze begrijpen niet dat ook zij hun wijze heerser niet verachten. Op deze manier geldt het beginsel van het één-worden voor zowel de wijze heerser als voor de dwaze mensen en derhalve is het één-worden de praktiserende gelofte van de boddhisattva’s. We moeten gewoon alle dingen met een zachte uitdrukking in onze ogen welkom heten.

 

(Uit de Bodaisattashishoho,  het 28e hoofdstuk van de Shobogenzo)

 

„Hemel en aarde geven zichzelf. Lucht, water, planten, dieren en mensen geven zichzelf. In dit geven van de een aan ieder ander leven wij.” (Kodo Sawaki) (Bron: http://www.antaiji.dogen-zen.de/ned/manual.shtml ) 

 

 

Quote:

“Waarom stoort het ons, dat anderen anders denken dan ons? Hebben we niet allemaal onze eigen mening en denkt niet iedere geest op zijn eigen manier? Wat jij denkt dat goed is, vind ik niet goed. Wat ik denk dat goed is, vind jij niet goed. Wie heeft hier de wijsheid in pacht? Weet je het zeker dat ik me vergis? Kan ik er zeker van zijn dat jij je vergist? Zijn we niet beiden maar heel gewone mensen?”

 

(Tekst uit de Grondwet in Zeventien Artikelen - uit een lezing van Sawaki Kodo gehouden op 20 augustus 1959 in de stad Ono)