Zen-en Shinji

120 Vragen

uit de Zen-en Shinji, een Chinese verzameling kloosterregels uit het begin van de twaalfde eeuw

 

 

1. Heb je respect voor de Boeddha, Dharma en Sangha, of niet?

2. Zoek je naar een meester, of niet?

3. Heb je de bodhigeest gewekt, of niet?

4. Heb je het volste vertrouwen in Boeddha, of niet?

5. Heb je met de sentimenten uit oude tijden afgedaan, of niet?

6. Ben je vast verankerd, onwankelbaar, of niet?

7. Ben je net zo onmetelijk diep als een bergkloof, of niet?

8. Zijn de geboden je duidelijk, of niet?

9. Zijn jouw lichaam en geest tot rust gekomen, of niet?

10. Hou je ervan steeds zazen te beoefenen, of niet?

11. Is jouw helderheid reiner dan de hemel, of niet?

12. Duurt jouw wil tienduizend jaar voort, of niet?

13. Ben je niet beïnvloed door jouw omgeving, of wel?

14. Belichaam je de wijsheid, of niet?

15. Zeg je wat woorden niet kunnen uitdrukken, of niet?

16. Heeft jouw rusteloos hart eindelijk vrede gevonden, of niet?

17. Zie je jouw geest als je de dingen om je heen bekijkt, of niet?

18. Herken je je eigen aard als je de geluiden om je heen hoort, of niet?

19. Zit je als Bodhidharma, als een rots, of niet?

20. Verberg je je lichaam zoals een draak zijn klauwen, of niet?

21. Heb je duizend handen en ogen, of niet?

22. Zie je een oude boeddha in een kale pilaar, of niet?

23. Is het gemakkelijk voor je de Weg te bereiken, of niet?

24. Geef je je over aan de oefening, zoals de grond zich aan de berg overgeeft, of niet?

25. Kom je Bodhidharma tegen als je verdwaald bent, of niet?

26. Blijf je bij je oefening, zonder door je buurman afgeleid te worden, of niet?

27. Laat je het in het noorden regenen, als zich in het zuiden de wolken stapelen, of niet?

28. Storm je voorwaarts als een leeuw, of niet?

29. Toon je goedheid en mededogen, of niet?

30. Blijf je bij de Leer als je je lichaam vergeet, of niet?

31. Verlicht je je geest met de oude Leer, of niet?

32. Open je de ogen van de goden met de drie zienswijzen, of niet?

33. Is Samadhi als een spel voor je, of niet?

34. Belichaam je de universele Dharmapoort, of niet?

35. Heb je de zes aspecten van alle verschijnselen doorgrond, of niet?

36. Heb je de tien geheimen doorgrond, of niet?

37. Zie je in dat alles in een netwerk van oorzaak en gevolg verweven is, of niet?

38. Ben je één met de oceaan waarin zich de deugden van de tien Boeddha-lichamen verwerkelijken, of niet?

39. Staat jouw vertrouwen in Manjushri op de eerste plaats, of niet?

40. Geef je je tevens over aan Samantamukha, of niet?

41. Is zelfs jouw kleinste beweging doordrongen van Samadhi, of niet?

42. Let je nauwgezet op je woorden, of niet?

43. Is dat wat je zegt hetzelfde als wat je denkt, of niet?

44. Onthou je je van eigendunk en kritiek op anderen, of niet?

45. Cijfer je jezelf weg en laat je anderen voorgaan, of niet?

46. Zijn de verdiensten van anderen je duidelijk, of niet?

47. Zwijg je over andermans zonden, of niet?

48. Verwelkom je moeilijke taken zonder te twijfelen, of niet?

49. Hou je je afzijdig van laster en spot, of niet?

50. Hul je je steeds graag in stilzwijgen, of niet?

51. Hou je de onnozele halzen niet voor de gek, of toch?

52. Rust je in de massa zoals een berg, of niet?

53. Oefen je je steeds in bescheidenheid, of niet?

54. Pas je je aan anderen aan zonder te strijden, of niet?

55. Vind je de middenweg bij het nemen van een beslissing, of niet?

56. Ben je blij met goede woorden, of niet?

57. Neem je geen aanstoot aan de ware woorden, of wel?

58. Draag je graag je lijden, of niet?

59. Accepteer je graag de boze woorden van anderen, of niet?

60. Straalt jouw geest voortdurend vreugde uit, of niet?

61. Bemoei je je niet met andermans zaken, of wel?

62. Oefen je steeds alsof je zo geboren bent, of niet?

63. Blijf je af van wat jou niet behoort, of niet?

64. Gebruik je de zaken niet voor eigen bestwil, of toch?

65. Heb je geen spaartegoeden, of wel?

66. Verzamel je geen schatten, of wel?

67. Loop je de mensen niet achterna vanwege hun geld, of wel?

68. Begrijp je dat je genoeg kledij hebt om aan te trekken, ook zonder te weven, of niet?

69. Begrijp je dat je genoeg te eten zult hebben ook zonder te ploegen, of niet?

70. Begrijp je dat je vrede zult hebben zodra je ophoudt te vechten, of niet?

71. Begrijp je daadwerkelijk dat je altijd genoeg toekomt, of niet?

72. Eet en drink je met mate, of niet?

73. Word het je nooit teveel je altijd te moeten opofferen, of toch?

74. Verlang je niet van anderen dat ze zich voor jou opofferen, of wel?

75. Heb je geen extra pijen en extra kommen, of toch?

76. Leer je de Dharma zonder te hopen op verdiensten, of niet?

77. Streef je er niet door anderen gerespecteerd en geliefd te zijn, of toch?

78. Wens je niet veel leerlingen te hebben, of wel?

79. Verlang je niet naar bekendheid, of wel?

80. Hou je je verre van de machtigen, of niet?

81. Heb je geen hoge dunk van jezelf, of wel?

82. Neem je geen deel aan politieke zaken, of wel?

83. Heb je ontzag en respect voor het staatshoofd, of niet?

84. Hou je je niet bezig met waarzeggerij, of wel?

85. Hou je je niet bezig met vrouwen, of toch?

86. Benijd je niet diegene die beter en slimmer zijn dan jij, of wel?

87. Ben je niet jaloers als je het succes van anderen ziet, of toch?

88. Neem je armoede serieus, of niet?

89. Hou je rekening met de meningen van anderen, of niet?

90. Kwets je andermans gevoelens niet, of toch?

91. Is jouw oefening gericht op de bevrijding van alle levende wezens, of niet?

92. Denk je er steeds aan alle levende wezens te beschermen, of niet?

93. Respecteer je ouderdom en heb je de jeugd lief, of niet?

94. Verzorg je de zieken, of niet?

95. Is jouw hart bij diegene die in de gevangenissen zitten, of niet?

96. Geef je de mensen die honger en kou lijden, eten en kleding of niet?

97. Betreur je de verre oorlogen, of niet?

98. Maak je geen onderscheid tussen goed en kwaad, of wel?

99. Toon je respect voor de regering, of niet?

100. Beantwoord je de liefde en zorg waarmee je ouders je opgevoed hebben, of niet?

101. Ben je dankbaar voor het onderricht van jouw leraren, of niet?

102. Respecteer je de offerandes van de samenleving, of niet?

103. Besef je wel hoeveel je te danken hebt aan de hulp van jouw vrienden, of niet?

104. Ben je je bewust hoeveel mensen voor jou werken, of niet?

105. Ben je dankbaar voor de goddelijke hulp die je beschermt, of niet?

106. Is jou duidelijk hoeveel bescherming de politie en het leger je bieden, of niet?

107. Deel je de verveling met degenen in de hemel, of niet?

108. Lijd je de acht vormen van lijden met de mensen, of niet?

109. Verwond je je in het gevecht met de Asura-demonen, of niet?

110. Honger je met de hongergeesten, of niet?

111. Treur je over de onwetendheid van de dieren, of niet?

112. Voel je de pijn van de hel, of niet?

113. Sta je gelijkmoedig boven liefde en haat, of niet?

114. Respecteer je alle zaken als ware het Boeddha, of niet?

115. Hou je van alle dingen als ware het jouw vader en moeder, of niet?

116. Bestaat jouw leven uit de wens alle levende wezens te bevrijden, of niet?

117. Oefen je 24 uur per dag, of niet?

118. Heb je die ene kwestie in jouw leven opgelost, of niet?

119. Heb je de grote bevrijding gevonden, of niet?

120. Heb je groots Nirvana belichaamd, of niet?